© FruitLent

EXCLUSIEVE VRUCHTENTUIN OP DE RAND VAN DE STAD

   >> HOME      >> FRUITGEWASSEN
   
       
  ZOETE KERSEN   © FruitLent
 

 

 

   
 

Naamgeving en herkomst

Zoete kersen worden ook wel "krieken" genoemd en behoren tot de soort Prunus avium. Daarnaast kennen we nog zure kersen die ook wel "walen" worden genoemd, waarvan de 'Morel' het bekendste voorbeeld is. De zure kers is echter van een andere botanische soort die de naam Prunus cerasus draagt. Dan is er ook nog een soortkruising van de zoete kers en de zure kers die ook wel wordt aangeduid als "royalen", waarvan de 'Meikers' het bekendste voorbeeld is.

Omdat het om verschillende botanische soorten gaat, hebben zoete kersen en zure kersen derhalve diverse verschillende kenmerken. Daarnaast is het zo dat de zoete kers (Prunus avium) diploïd is (heeft dus twee setjes chromosomen, 2n = 2x = 16), terwijl de zure kers (Prunus cerasus) tetraploïd is (heeft dus vier setjes chromosomen, 2n = 4x = 32).

Omdat in de collectie van FruitLent alleen zoete kersen zijn opgenomen, zal hierna alleen stil worden gestaan bij de zoete kers.

Er is niet al te veel bekend over de herkomst van de zoete kers. De soort stamt mogelijkerwijs uit de streek tussen de Zwarte Zee en de Kaspische Zee. Vast staat deze herkomst echter allerminst. Er is een versie die er van uit gaat dat de eerste zoete kersen in de Griekse kolonie Kerasos aan de Zwarte Zee groeiden. Van daaruit zouden ze door een Romeinse generaal zijn meegenomen naar Rome en verder verspreid zijn over het Romeinse rijk.

Tegenwoordig komt de zoete kers als gecultiveerde boom en als verwilderde soort in grote delen van Europa en ook in Noord-Amerika en Azië voor.

 

   
       
 

Kenmerken en teelt

De zoete kers is een bladverliezende boom die wel 25 meter hoog kan worden. Na de veelal uitbundige bloei heeft de kersenboom ten opzichte van andere fruitgewassen relatief korte tijd nodig om rijpe vruchten te geven. De vruchten van de zoete kers kunnen te lijden hebben van barstgevoeligheid en rot onder invloed van regenval.

De meeste kersenrassen hebben vruchten die in het rijpe stadium rood tot zwartrood van kleur zijn. Dit is echter geen vanzelfsprekendheid. De kleur van de rijpe vruchten kan (al naar gelang het ras) namelijk variëren van zuiver geel tot zwartrood, met alle denkbare schakeringen daartussen. Rassen met gele tot roodgele vruchten worden commercieel echter niet geteeld, omdat deze er optisch minder aantrekkelijk uit zien en daarom door consumenten niet worden gevraagd. Daarom vinden we in de commerciële teelt alleen rassen met rode tot zwartrode vruchten.

De rijptijd van de rassen varieert en wordt gewoonlijk aangegeven met kersenweken. De allervroegste rassen rijpen in de eerste kersenweek. De eerste kersenweek begint in Nederland al rond 1 juni. Er bestaan weliswaar een handjevol rassen die in de eerste kersenweek rijpen, doch daar zitten tot nu toe geen commercieel bruikbare rassen tussen. Daardoor zult u dergelijke zeer vroeg rijpende rassen niet snel aantreffen.
Doordat voor de eerste kersenweek nog steeds geen goede commerciëel bruikbare rassen beschikbaar zijn, begint het kersenseizoen in Nederland feitelijk pas in de tweede kersenweek (derhalve ongeveer de tweede week van juni). De allerlaatste kersen sluiten het seizoen rond eind juli af, ofwel de achtste à negende kersenweek.
Omdat er geen commerciëel bruikbare rassen voor de eerste kersenweek beschikbaar zijn, wordt deze eerste kersenweek in de hedendaagse vakliteratuur soms ook wel "vergeten"; er is daardoor soms voor gekozen om alle kersenweken met één week op te schuiven. Dit lijkt ons echter niet gewenst; het is beter vast te houden aan de bestaande systematiek, aangezien het immers niet ondenkbaar is dat er door gerichte veredeling alsnog rassen voor de eerste kersenweek beschikbaar komen die een bruikbare aanvuling kunnen zijn op het reeds beschikbare commerciële assortiment.

Tegenwoordig zijn nieuwe onderstammen beschikbaar die ervoor zorgen dat de bomen die op deze onderstammen zijn geënt veel minder krachtig groeien en sneller in productie komen, terwijl de vruchten toch ongeveer hun normale grootte behouden. De tijd dat kersenbomen op zeer ruime plantafstanden moesten worden geplant en vervolgens zeer groot werden, ligt daarmee definitief achter ons.

De bekendste nieuwe onderstam van dit moment is 'GiSelA 5' en wordt inmiddels gezien als de standaard-onderstam voor zoete kersen. Uit het veredelingsprogramma in Giessen komen nog meer GiSelA-nummers. Er wordt op dit moment ook geëxperimenteerd met de onderstammen 'GiSelA 6' (iets groeikrachtiger dan 'GiSelA 5') en 'GiSelA 3' (minder groeikrachtig dan 'GiSelA 5'). Uit een ander Duits veredelingsprogramma komt de nieuwe onderstam 'Piku 4.20', waar eveneens mee wordt geëxperimenteerd.

De navolgende oudere onderstammen worden in de nieuwe commerciële beplantingen niet meer gebruikt:
- 'F 12/1' (zeer sterke groeikracht);
- 'Limburgse Boskriek' (sterke groeikracht);
- 'Colt' (tamelijk sterke groeikracht).

 

 

 



rijpe zwartrode vruchten van 'Regina'

rijpende gele vruchten van 'Dönissens Gelbe Knorpelkirsche'

 

 

 

 


 

bomen op onderstam 'GiSelA 5' kunnen op kortere afstand van elkaar worden geplant 

       
 

Bloei en bestuiving

Alhoewel er enkele zoete kersenrassen bestaan welke in meer of mindere mate zelfbestuivend zijn, geldt voor de meeste rassen dat kruisbestuiving met andere ongeveer gelijktijdig bloeiende rassen noodzakelijk is voor een goede vruchtzetting.

Al heel lang is bekend dat bepaalde rassen elkaar wel kunnen bestuiven, terwijl bepaalde andere rassen elkaar niet kunnen bestuiven. Rassen die elkaar niet kunnen bestuiven worden ingedeeld in dezelfde steriliteitsgroep. Er zijn in de loop der tijd diverse steriliteitsgroepen gedefinieerd waarbinnen de diverse rassen worden ingedeeld.

Voorheen moest proefondervindelijk worden vastgesteld tot welke steriliteitsgroep een ras behoorde. Dergelijke proeven waren niet alleen erg arbeidsintensief, het duurde ook vele jaren voordat betrouwbare informatie beschikbaar was.

De laatste jaren is veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de genetische achtergronden van de bestuiving bij kersen. Door de bevindingen hiervan kunnen tijdrovende proeven om te achterhalen welke rassen bestuivingscombinaties kunnen vormen nu achterwege blijven.
Lees hier verder over de wetenschappelijke achtergronden over de bestuiving van zoete kersen.

 

 

 

een goede bestuiving is heel belangrijk bij zoete kersen 

 

 

   
 

Commerciële aspecten

De zoete kersenboom is natuurlijk vooral bekend om haar vruchten die worden gebruikt voor verse consumptie of voor diverse vormen van (industriële) verwerking. Het hout van de kersenboom wordt echter ook wel gebruikt voor meubels en gereedschappen.

Omdat het lange tijd onmogelijk was om zoete kersen in kleine boomvorm te telen, was de teelt aan het einde van de 20-ste eeuw bijna uit Nederland verdwenen. Her en der resteerden op dat moment nog enkele hoogstamboomgaarden. Door de zeer grote bomen waren de arbeidskosten voor de verzorging en de oogst te hoog geworden. Bovendien was bij dergelijke grote bomen kunstmatige bescherming tegen vogels vrijwel onmogelijk.

Sinds de jaren '90 van de vorige eeuw is de teelt in Nederland echter weer sterk in opkomst. Dit heeft twee belangrijke oorzaken. De eerste oorzaak is het feit dat de omvang van de bomen door de komst van nieuwe zwakker groeiende onderstammen beter in toom kan worden gehouden. Daardoor komen de bomen eerder in productie, wordt het oogsten minder arbeidsintensief en is het eenvoudiger om vogelafweernetten aan te brengen. Bovendien kunnen boven de moderne beplantingen eenvoudiger plastic regenkappen boven de bomen worden aangebracht om de vruchten te beschermen tegen de regen.
De tweede belangrijke oorzaak voor de terugkeer van de kersenteelt in Nederland is de komst van diverse nieuwe grootvruchtige rassen met sterk verbeterde eigenschappen ten opzichte van de oude rassen. Sinds de komst van de nieuwe rassen wordt een gemiddeld vruchtgewicht van minimaal 10 gram als norm gezien. Verouderde rassen (zoals 'Meikers', 'Vroege Duitse', 'Varikse Zwarte', 'Mierlose Zwarte', 'Wijnkers', 'Inspecteur Löhnis' en 'Hedelfinger Riesenkirsche') voldoen geen van allen aan deze huidige norm. Deze rassen komen nu alleen nog voor in oudere boomgaarden en verdwijnen daardoor langzaam van het toneel.

Zoete kersen worden op commerciële basis in diverse werelddelen geteeld. In Europa zijn Griekenland, Italië, Frankrijk, Zuid-Duitsland, België en Turkije belangrijke productiegebieden.

Sinds de Suzuki's fruitvlieg (ofwel Aziatische fruitvlieg, Drosophila suzukii) in 2012 in Nederland voor komt, is de aantasting van rijpe vruchten een serieus probleem geworden in de kersenteelt. Deze fruitvlieg is er de oorzaak van dat sommige hobbytuinders besloten hebben hun kersenbomen te rooien.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

nieuwe grootvruchtige rassen zijn niet meer te vergelijken met de oude rassen 

       
 

Omschrijving collectie FruitLent

De aanplant in FruitLent bestaat uit negen verschillende bomen in laagstam. Omdat gebruik werd gemaakt van de moderne onderstam 'GiSelA 5' kon worden gekozen voor een relatief beperkte plantafstand van 1,75 meter. Bij de bomen is druppelbevloeiing met een capaciteit van 4 liter per uur aanwezig.

Er is gekozen voor diverse rassen die een doorsnede moeten voorstellen uit het allerbeste assortiment van vroeg tot laat rijpende moderne grootvruchtige rassen van dit moment. Daarnaast zijn als curiositeit nog enkele andere rassen aanwezig met geel of bont gekleurde vruchten.

Er is ervaring opgedaan met de navolgende rassen:

Burlat

Wordt ook wel 'Bigarreau Burlat' of 'Bigarreau Hâtif Burlat' genoemd.

Alhoewel het ras tot de moderne rassen wordt gerekend, werd dit ras reeds in de dertiger jaren van de vorige eeuw als toevalszaailing gevonden door de heer Burlat, wonende te Pierre Benite in het Rhônedal (Zuid-Frankrijk). Het ras heeft een vaste plaats in het moderne assortiment weten te verwerven omdat deze op dit moment wordt gezien als het beste vroegrijpende kersenras: het ras rijpt namelijk in de 2-de (tot 3-de) kersenweek.
Omdat er voor de eerste kersenweek nog steeds geen goede commerciëel bruikbare rassen beschikbaar zijn, luidt 'Burlat' derhalve het kersenseizoen in. 'Burlat' rijpt ongeveer gelijk met het oude ras 'Early Rivers' ('Vroege Duitse').

De vruchten zijn tamelijk groot en donkerrood van kleur en hangen aan korte stelen. De vruchten kunnen na regen vrij gemakkelijk barsten. Het tamelijk zachte sappige vruchtvlees heeft een goede smaak. De vruchten smaken ook al goed vlak voordat ze door en door rijp zijn. Daarmee wijkt 'Burlat' af van de ouderwetse en gelijktijdig rijpende 'Early Rivers' ('Vroege Duitse') die pas goed op smaak is indien deze door en door rijp is. Bovendien zijn de vruchten van 'Burlat' aanzienlijk groter dan die van de 'Early Rivers'.

De bomen van 'Burlat' dragen redelijk tot goed, hebben een sterke stijle groeiwijze en vormen gemakkelijk zijhout. Ondanks de sterke groei hebben de bomen toch een vroeg intredende productie. Bij oudere bomen komt soms verkaling op de zijtakken voor. De bloeitijd is vroeg tot middenvroeg. De S-allel combinatie is S3S9.

De boom werd in het voorjaar van 2006 in FruitLent geplant en is geënt op de moderne onderstam 'GiSelA 5'. De boom droeg in 2009 voor het eerst vruchten, doch de oogst in 2010 was veel groter. Gemiddeld vruchtgewicht: 10 gram (2009), 8 gram (2010) en 9 gram (2011).

rijpe vruchten van 'Burlat'   rijpende vruchten van 'Burlat'   rijpende vruchten van 'Burlat'    
rijpende vruchten van 'Burlat'   rijpe vruchten van 'Burlat'   geoogste vruchten van 'Burlat'    
rijpende vruchten van 'Burlat'   geoogste vruchten van 'Burlat'        
Büttners Gelbe Knorpelkirsche - gele vruchten

Dit oude geelvruchtige ras wordt ook wel 'Kaaskers', 'Witte Kraker', 'Büttners Yellow' of 'Bigarreau Blanc' genoemd.

Dit ras is waarschijnlijk afkomstig van dezelfde heer Büttner als die ook verantwoordelijk zou zijn voor het bekende ras 'Bigarreau Napoléon' en zou in 1819 als een zaailing zijn ontstaan. Verdere bijzonderheden ontbreken.

Rijpt laat, namelijk pas in de 8-ste kersenweek. Dit is dus ongeveer gelijk met het laatrijpende ras 'Regina' en derhalve iets later dan de twee andere geelvruchtige rassen in FruitLent. De vruchten van dit ras zijn volledig geelwit van kleur (zonder blos) en hangen aan tamelijk korte tot middellange stelen. Het vruchtvlees is stevig en is redelijk van smaak. In vergelijking tot de andere twee geelvruchtige rassen in FruitLent, zijn de vruchten van 'Büttners Gelbe Knorpelkirsche' het grootst. Ten opzichte van andere ouderwetse rassen zijn de vruchten van dit ras zelfs groot tot zeer groot te noemen, doch afgezet tegen de huidige moderne rassen komen de vruchten van dit ras niet meer verder dan middelmatig groot.

De vruchten zijn gevoelig voor barsten door regen. Gebarsten of beschadigde vruchten gaan snel over tot rotting. Omdat de vruchten van dit ras gewoonlijk dicht op elkaar hangen, kan rotting snel om zich heen slaan. Zoals bij de andere geelvruchtige kersen zijn de plekken waar de vruchten tijdens wind tegen takken of bladeren geschuurd hebben gemakkelijk te zien in de vorm van een bruine verkleuring.

Op sap ingemaakte vruchten van gele kersen zien er erg fraai uit.

De boom draagt goed en regelmatig. De bomen hebben een sterke groeikracht met enigszins opgerichte groeiwijze. Bloeit tamelijk laat tot laat, waarbij opvalt dat de bloeiperiode zich in een kort tijdsbestek afspeelt en binnen die periode zeer uitbundig is. De S-allel combinatie is niet bekend, waardoor niet kan worden vastgesteld met welke andere rassen de 'Büttners Gelbe Knorpelkirsche' een goede bestuivingscombinatie vormt. Door de aanwezigheid van diverse andere rassen zal dit in FruitLent echter geen problemen opleveren. We vernemen graag de S-allel combinatie van 'Büttners Gelbe Knorpelkirsche' indien iemand dat weet (e-mail).

Ten opzichte van de twee andere geelvruchtige kersenrassen in FruitLent, valt 'Büttners Gelbe Knorpelkirsche' op door de grotere vruchten, de iets lichtere vruchtkleur en de iets latere rijping.
Alle eigenschappen afwegende, geven wij binnen de geelvruchtige rassen echter de voorkeur aan 'Dönissens Gelbe Knorpelkirsche'.

Buitenlandse boomkwekers die bomen aanbieden van geelvruchtige kersenrassen merken daarbij vaak op dat de vruchten niet door de vogels worden gegeten. Dit zal mogelijk juist zijn voor gebieden in het buitenland waar de druk van vogels niet zo groot is. In Nederland hebben we echter over het algemeen te maken met een grote druk van vogels, waardoor we uit eigen ervaring kunnen zeggen dat ook bij geelvruchtige kersen afscherming met vogelwerende netten strikt noodzakelijk is !

De boom werd in de herfst van 2005 in FruitLent geplant en is geënt op de moderne onderstam 'GiSelA 5'. De boom kwam in 2007 voor het eerst in productie. Gemiddeld vruchtgewicht: 8,75 gram (2009) en 9,2 gram (2010).
Op 8 maart 2012 is de boom uit de collectie van FruitLent verwijderd, om plaats te maken voor een boom van het nieuwe ras 'Grace Star' (met rode vruchten). De voornaamste reden van verwijdering uit onze collectie is de redelijke smaak; "redelijk" is naar onze maatstaven namelijk niet goed genoeg....

rijpe vruchten van 'Büttners Gelbe Knorpelkirsche' op een ondergrond van zwarte kersen   de bloei van 'Büttners Gelbe Knorpelkirsche' is zeer overdadig        
rijpende vruchten van 'Büttners Gelbe Knorpelkirsche'   rijpe vruchten van 'Büttners Gelbe Knorpelkirsche'      
rijpende vruchten van 'Büttners Gelbe Knorpelkirsche'   rijpende vruchten van 'Büttners Gelbe Knorpelkirsche'   rijpen vruchten van 'Büttners Gelbe Knorpelkirsche'    

Bovenstaande foto's zijn gemaakt op verschillende tijdstippen van de dag, met verschillende lichtinval. Hierdoor worden de kleurverschillen tussen de foto's verklaard. De foto's zijn in ieder geval niet nabewerkt.

Cerise blanche d'Harcigny (ENR) - gele vruchten

Dit oude geelvruchtige ras is door Espace Naturel Régional (ENR) in Noord-Frankrijk uitgeselecteerd.
Lees hier meer over de ENR-rassen.
Dit ras wordt gezien als een traditioneel ras uit de streek l’Avesnois Thiérache. Het is aannemelijk dat het ras is genoemd naar het dorpje Harcigny, gelegen in het departement Aisne, regio Picardië in Noord-Frankrijk (zo'n 60 km ten noorden van Reims). Verdere bijzonderheden over de herkomst ontbreken.

Rijpt laat (6-de kersenweek), derhalve ongeveer gelijk tot iets vroeger in vergelijking tot 'Kordia' en 'Dönissens Gelbe Knorpelkirsche'. De vruchten van dit ras zijn volledig geel (zonder blos) en hangen aan middellange tot lange stelen en zijn ten opzichte van de ouderwetse rassen van normaal formaat; dit betekent dat ze ten opzichte van de moderne grootvruchtige rassen aan de kleine kant zijn. Het vruchtvlees is tamelijk stevig en goed van smaak. In geval van regen zijn de vruchten tamelijk gevoelig voor barsten; gebarsten vruchten kunnen daarna snel over gaan tot rotting. Zoals bij de andere geelvruchtige kersen zijn de plekken waar de vruchten tijdens wind tegen takken of bladeren geschuurd hebben gemakkelijk te zien in de vorm van een bruine verkleuring.

Op sap ingemaakte vruchten van gele kersen zien er erg fraai uit.

De vruchten van 'Cerise blanche d'Harcigny' lijken erg veel op die van 'Dönissens Gelbe Knorpelkirsche', met dien verstande dat we de indruk hebben dat de smaak nog nét iets beter is (door het ontbreken van het bittere tintje), de vruchtgrootte een fractie groter, doch wel gevoeliger voor barsten.

De bomen van dit ras groeien de eerste jaren nog iets krachtiger, maar de groei neemt daarna al snel af tot een matige en zelfs zwakke groeikracht. De takken groeien hangend. Oudere takken verkalen vrij snel. De bladeren hebben een lichtgroene kleur en kunnen later in het seizoen omkrullen. De bladeren kunnen in de herfst iets vroeger af vallen dan bij de andere rassen.

De S-allel combinatie is niet bekend, waardoor niet kan worden vastgesteld met welke andere rassen de 'Cerise blanche d'Harcigny' een goede bestuivingscombinatie vormt. We vernemen graag de S-allel combinatie van 'Cerise blanche d'Harcigny' indien iemand dat weet (e-mail).
Door de aanwezigheid van diverse andere rassen zou de bestuiving in FruitLent in beginsel geen problemen mogen opleveren. Dit blijkt echter wel het geval. Dit komt door de zeer late bloei van 'Cerise blanche d'Harcigny'; deze bloeit in sommige jaren namelijk nóg later dan 'Regina'. Bovendien weten we niet zeker of 'Regina' een geschikte bestuiver is voor dit ras. In jaren dat 'Cerise blanche d'Harcigny' zo extreem laat bloeit, kan de bestuiving te wensen over laten. Dit ondervinden we met name sinds we de boom van 'Büttners Gelbe Knorpelkirsche' uit onze collectie hebben verwijderd (kennelijk was dit een geschikte bestuiver voor dit ras).

Ten opzichte van de twee andere geelvruchtige kersenrassen in FruitLent, valt 'Cerise blanche d'Harcigny' op door de zwakke groeikracht van de boom, waardoor de bomen relatief klein blijven en geschikter zijn voor kleine standplaatsen. Bovendien smaken de vruchten goed. Alle eigenschappen afrwegende, geven wij binnen de geelvruchtige rassen echter toch de voorkeur aan 'Dönissens Gelbe Knorpelkirsche'.

Buitenlandse boomkwekers die bomen aanbieden van geelvruchtige kersenrassen merken daarbij vaak op dat de vruchten niet door de vogels worden gegeten. Dit zal mogelijk juist zijn voor gebieden in het buitenland waar de druk van vogels niet zo groot is. In Nederland hebben we echter over het algemeen te maken met een grote druk van vogels, waardoor we uit eigen ervaring kunnen zeggen dat ook bij geelvruchtige kersen afscherming met vogelwerende netten strikt noodzakelijk is !

De boom werd in oktober 2005 in FruitLent geplant en is geënt op de moderne onderstam 'GiSelA 5'. De boom kwam in 2007 voor het eerst in productie. Gemiddeld vruchtgewicht: 6,9 gram (2009) en 8,4 gram (2015).
De boom is op 2 juli 2016 verwijderd uit de collectie van FruitLent, teneinde plaats te maken voor een nieuwe boom van het ras 'Rainier'. Vanaf 2 juli 2016 is 'Dönissens Gelbe Knorpelkirsche' het enige zuiver gele kersenras in de collectie van FruitLent.

rijpende vruchten van 'Cerise blanche d'Harcirgny'   rijpende vruchten van 'Cerise blanche d'Harcirgny'   rijpende vruchten van 'Cerise blanche d'Harcirgny'    
rijpende vruchten van 'Cerise blanche d'Harcirgny'   rijpende vruchten van 'Cerise blanche d'Harcirgny'   geoogste vruchten van 'Cerise blanche d'Harcirgny'    

Bovenstaande foto's zijn gemaakt op verschillende tijdstippen van de dag, met verschillende lichtinval. Hierdoor worden de kleurverschillen tussen de foto's verklaard. De foto's zijn in ieder geval niet nabewerkt.

Dönissens Gelbe Knorpelkirsche - gele vruchten

Dit oude geelvruchtige ras wordt ook wel 'Gold', 'Stark's Gold', 'Barnsteenkers' of 'Honigkirsche' genoemd.

De herkomst van het ras is niet met zekerheid vast te stellen, doch waarschijnlijk is deze omstreeks 1824 in Guben (Duitsland) ontstaan als een zaailing en vervolgens naar de vinder genoemd.

De vruchten rijpen tamelijk laat tot laat: in de 6-de tot 7-de kersenweek (ongeveer gelijk met 'Kordia'). De vruchten zijn volledig geel (zonder blos) en hangen aan lange stelen en zijn ten opzichte van de ouderwetse rassen van normaal formaat; dit betekent dat ze ten opzichte van de moderne grootvruchtige rassen klein zijn.

Het vruchtvlees is tamelijk stevig en goed van smaak met een licht bitter tintje. De vruchten zijn weinig gevoelig voor barsten door regen. De schil is enigszins teer; na de oogst verkleuren drukplekken op de vruchten vrij snel bruin. Ook zijn de plekken waar de vruchten tijdens wind tegen takken of bladeren geschuurd hebben gemakkelijk te zien.

Op sap ingemaakte vruchten van gele kersen zien er erg fraai uit.

De boom draagt goed en regelmatig. Sterke tot zeer sterke groei met enigszins hangende takken. Vertakt gemakkelijk. Stelt weinig eisen aan standplaats. Bloeit tamelijk laat met mooie grote bloesems en is een goede bestuiver voor diverse andere rassen. De S-allel combinatie is S3S6. Daarmee behoort dit ras tot dezelfde steriliteitsgroep als 'Kordia' en 'Techlovan' en is als bestuiver voor die rassen dus ongeschikt.

Van de drie geelvruchtige kersenrassen in de collectie van FruitLent, zijn wij van mening dat dit het beste ras is. Wij komen tot dit oordeel door de geringere gevoeligheid voor barsten, de goede productiviteit en de groeiwijze met goede vertakking en horizontale tot hangende takstand.

Buitenlandse boomkwekers die bomen aanbieden van geelvruchtige kersenrassen merken daarbij vaak op dat de vruchten niet door de vogels worden gegeten. Dit zal mogelijk juist zijn voor gebieden in het buitenland waar de druk van vogels niet zo groot is. In Nederland hebben we echter over het algemeen te maken met een grote druk van vogels, waardoor we uit eigen ervaring kunnen zeggen dat ook bij geelvruchtige kersen afscherming met vogelwerende netten strikt noodzakelijk is !

De boom in FruitLent is op 28 augustus 2005 als containerboom geplant en is geënt op de moderne onderstam 'GiSelA 5'. De boom kwam in 2006 voor het eerst in productie. Gemiddeld vruchtgewicht: 6,5 à 7,5 gram (2009) en 6,7 gram (2010) en 7,4 gram (2014).

rijpende vruchten van 'Dönissens Gelbe Knorpelkirsche'   rijpende vruchten van 'Dönissens Gelbe Knorpelkirsche'   rijpende vruchten van 'Dönissens Gelbe Knorpelkirsche'    
rijpende vruchten van 'Dönissens Gelbe Knorpelkirsche'   rijpende vruchten van 'Dönissens Gelbe Knorpelkirsche'   geoogste vruchten van 'Dönissens Gelbe Knorpelkirsche'    

Bovenstaande foto's zijn gemaakt op verschillende tijdstippen van de dag, met verschillende lichtinval. Hierdoor worden de kleurverschillen tussen de foto's verklaard. De foto's zijn in ieder geval niet nabewerkt.

Grace Star

Dit ras is ontwikkeld door S. Sansavini en S. Lugli van het Dipartimento di Colture Arboree (DCA) van de Universiteit van Bologna (Italië). Het ras is ontstaan uit een open bestuiving (in 1984) van 'Burlat' en werd vervolgens in 1992 geselecteerd. Onder kweeknummer 'DCA BO 84.703.003 (F23)' werd de selectie getest tot 2000, waarna deze in 2001 als 'Grace Star' werd geïntroduceerd.

Rijpt middentijds (4-de tot 5-de kersenweek). De vruchten hebben een aantrekkelijk uiterlijk. Ze zijn groot (10 gram en meer), glanzend, hartvormig symmetrisch, donkerrood van kleur en hebben een lange steel. Het roze gekleurde vruchtvlees is tamelijk stevig en goed van smaak. Middelmatige barstgevoeligheid.

De bomen groeien middelsterk met een licht opgerichte groeiwijze en ze vertakken redelijk goed. De bloeitijd valt middenvroeg. De S-allel combinatie is S4'S9.
Door het S4'-allel zijn de bloesems van 'Grace Star' zelfbestuivend. Daardoor is 'Grace Star' zeer productief (risico op overproductie) en kan 'Grace Star' daardoor bovendien zelfstandig worden geplant (zonder andere rassen in de nabijheid). Ook kan 'Grace Star' universeel gebruikt worden voor de bestuiving van andere rassen die ook middentijds bloeien.

De boom werd op 8 maart 2012 in FruitLent geplant en is geënt op de moderne onderstam 'GiSelA 5'. De boom droeg in 2013 voor het eerst enkele vruchten en gaf in 2014 al een volle oogst. Het gemiddeld vruchtgewicht is 10,4 gram (2013), 12,5 gram (2014) en 11,0 gram (2015).

rijpe vruchten van 'Grace Star'   rijpe vruchten van 'Grace Star'   geoogste vruchten van 'Grace Star'    
rijpende vruchten van 'Grace Star'   rijpende vruchten van 'Grace Star'   rijpe vruchten van 'Grace Star'    
rijpe vruchten van 'Grace Star'   rijpende vruchten van 'Grace Star'   geoogste vruchten van 'Grace Star'    
Merchant

Geselecteerd door Peter Matthews op het John Innes Institute te Norwich (Engeland) uit een vrije bestuiving van het ras 'Merton Glory'. Geïntroduceerd omstreeks 1980.

Rijpt tamelijk vroeg, in de 3-de tot 4-de kersenweek. Tamelijk grote tot grote donker gekleurde kersen. Goede smaak met tamelijk stevig vruchtvlees. Weinig gevoelig voor barsten door regen.

De bomen groeien middelsterk met vrij brede kroon met horizontale takstand. De bloeitijd valt vroeg tot middenvroeg. De S-allelen zijn: S4S9. Goede productiviteit. Weinig vatbaar voor bacteriekanker.

De boom werd in het voorjaar van 2006 in FruitLent geplant en is geënt op de moderne onderstam 'GiSelA 5'. De boom droeg in 2009 voor het eerst enkele vruchten, doch kwam pas in 2010 in volle productie. Gemiddeld vruchtgewicht: 10,0 gram (2009), 10,7 gram (2010) en 12,25 gram (2011).

rijpende vruchten van 'Merchant'   rijpe vruchten van 'Merchant'   rijpende vruchten van 'Merchant'    
rijpende vruchten van 'Merchant'   rijpe vruchten van 'Merchant'        
Karina

Ook bekend als 'Karesova' en '57/5'.

Dit ras ontstond aan het Obstbauversuchsanhalt in Jork (Duitsland) uit een kruising van 'Schneiders Späte Knorpelkirsche' met 'Rube'. Geïntroduceerd in 1993. Uit precies dezelfde kruising op hetzelfde proefstation werden reeds eerder de bekende rassen 'Oktavia', 'Viola' en 'Regina' geïntroduceerd.

Het ras rijpt in de 7-de kersenweek. De zeer grote glanzende vruchten zijn roodbruin van kleur en hebben een vrij lange steel. Als de vruchten rijp zijn, laat de steel gemakkelijk los van de boom. Het vrij stevige vruchtvlees heeft een goede frisse aromatische smaak. Niet erg gevoelig voor barsten door regen. Wel enigszins gevoelig voor vruchtrot, welke in de dichte vruchttrossen snel om zich heen kan slaan.. Alhoewel de smaak van 'Karina' zonder meer goed is, wordt deze overschaduwd door de uitermate goed smakende 'Regina' die ongeveer gelijktijdig rijpt.

De boom draagt al op jonge leeftijd en de productie is zeer hoog. 'Karina' behoort tot de meest productieve rassen. Het is een sterke groeier met goed vertakt licht zijhout. In de praktijk zijn over 'Karina' soms klachten met betrekking gezondheidsproblemen van de boom. De bloeitijd van 'Karina' valt laat tot zeer laat. De S-allel combinatie is S3S4. De late bloei in samenhang met deze S-allelen maakt 'Karina' een geschikte bestuiver voor 'Regina'.

De boom werd in het najaar van 2005 in FruitLent geplant en is geënt op de moderne onderstam 'GiSelA 5'. De boom kwam in 2009 in volle productie. Gemiddeld vruchtgewicht: 12,5 à 13,8 gram (2009), 12,1 gram (2010) en 12,5 gram (2014).

bloesems van 'Karina'   rijpende vruchten van 'Karina'   rijpende vruchten van 'Karina'    
rijpende vruchten van 'Karina'   rijpende vruchten van 'Karina'   rijpe vruchten van 'Karina'    
Kordia

Voorheen ook bekend als 'Techlo' en 'Techlo II' en 'Techlovicka II''. In de Verenigde Staten op de markt onder de merknaam 'Attika' ®.

Dit ras werd omstreeks 1963 als toevalszaailing gevonden in de buurt van Techlovice, dat ligt in de huidige Tsjechische Republiek. Geïntroduceerd in 1981.

Het ras rijpt tamelijk laat tot laat: in de 6-de tot 7-de kersenweek. 'Kordia' geeft grote tot zeer grote hartvormige bruinrode glanzende vruchten met een goede bewaarbaarheid: 2 tot 3 weken in een koelcel, of 6 tot 8 weken bij CA-bewaring. Lange steel. Het stevige zeer vlezige vruchtvlees heeft een zeer goede aromatische smaak. Door het zeer stevige vruchtvlees laat de steen zelfs relatief gemakkelijk los uit het vruchtvlees. Weinig gevoelig voor barsten door regen.

De boom groeit tamelijk sterk en vertakt gemakkelijk, met horizontaal ingeplante takken. De productiviteit is hoog en treedt al op jonge leeftijd in. De vruchten hangen over het algemeen mooi ruim van elkaar.
De bloeitijd valt middentijds tot tamelijk laat. Ondanks dat de bloesems dus niet heel vroeg bloeien, zijn deze wel erg nachtvorstgevoelig. Hierdoor is de oogstzekerheid van 'Kordia' minder in vergelijking tot de meeste andere moderne rassen. De S-allel combinatie is S3S6. Daarmee behoort dit ras tot dezelfde steriliteitsgroep als 'Techlovan' en 'Dönissens Gelbe Knorpelkirsche'.

'Kordia' wordt gezien als één van de beste rassen van dit moment. De 'Kordia' is ook gebruikt als kruisingsouder bij de ontwikkeling van nieuwe rassen, zoals: 'Vanda', 'Techlovan' en 'Korvik'.

De boom werd in het najaar van 2006 in FruitLent geplant en is geënt op de moderne onderstam 'GiSelA 5'. De boom kwam in 2009 voor het eerst in productie. Gemiddeld vruchtgewicht: 11,4 gram (2009) en 11,7 gram (2010).

rijpe vruchten van 'Kordia'   rijpende vruchten van 'Kordia'   rijpende vruchten van 'Kordia'    
rijpe vruchten van 'Kordia'   rijpende vruchten van 'Kordia'   geoogste vruchten van 'Kordia'    
Rainier - bonte vruchten

Het ras 'Rainier' is ontstaan uit een kruising van de rassen 'Bing' en 'Van', die in 1952 werd gemaakt door Dr. Harold Warman Fogle (1918-2006) op het Washington State University (WSU) Research Station in Prosser (Washington, USA). Het ras werd geïntroduceerd in 1960 en was daarmee het eerste kersenras dat door de WSU werd geïntroduceerd. Het ras werd genoemd naar Mount Rainier, met 4.392 meter de hoogste bergtop van de Cascade Range.
De moederboom die de eerste 'Rainier' kersen gaf, schijnt nog steeds te groeien op de oorspronkelijke testplot op enige afstand van het WSU Research Station in Prosser, Washington.
De grote populariteit van dit ras in de regio "Pacific Northwest" kwam pas enkele decennia na de introductie, waarbij het ras omstreeks het jaar 2010 de derde in belangrijkheid was geworden. Elk jaar op 11 juli is er de 'National Rainier Cherry Day". Het ras wordt daar gezien als een exclusieve dessert-variëteit, waarbij de voorzichtig geoogste vruchten voor hoge prijzen worden geleverd aan enkele grote Amerikaande steden en aan enkele exclusieve Aziatische markten (Japan, Taiwan, Korea).

'Rainier' rijpt in de 4-de tot 5-de kersenweek. De vruchten hebben in het rijpe stadium een gele basiskleur met oranjerode dekkleur, waardoor dit een "bonte" kers is. De vorm van de vruchten is breed-niervormig.

De vruchten zouden groot tot zeer groot worden, doch we moeten nog vaststellen hoe de vruchtgrootte zich verhoudt tot de andere moderne rassen in de collectie van FruitLent. Middelange vruchtstelen. Weinig gevoelig voor scheuren door de regen. Wel is de licht gekleurde schil gevoelig voor beschadigingen (zoals schuurschade door de wind), waardoor voorzichtig oogsten wordt aanbevolen. Voor de beste kwaliteit is het in de Verenigde Staten gebruikelijk dat de rijpende vruchten regelmatig worden doorgeplukt.

Het vruchtvlees is zeer stevig, geel van kleur en heeft een zeer goede smaak met een zeer hoog suikergehalte.

De bomen groeien middelsterk tot sterk met opgaande gesteltakken en voldoende vertakking. De bloeitijd valt vroeg. De S-allel combinatie is S1S4. Het is een betrouwbare variëtiet, waarvan de bomen hoge en regelmatige opbrengsten geven.

In juni 2016 hebben we een containerboom van 'Rainier' aangeschaft, welke is geënt op onderstam 'GiSelA 5'. Deze is vervolgens op 2 juli 2016 in de collectie van FruitLent uitgeplant, ter vervanging van de gerooide boom van de gele kers 'Cerise blanche d'Harcigny'. De boom droeg in 2017 voor het eerst enkele vruchten.
De bovenstaande beschrijving zal zo nodig worden aangepast / uitgebreid zodra onze boom in productie komt. Er zullen dan ook foto's worden geplaatst.

Regina

Dit ras ontstond aan het Obstbauversuchsanhalt in Jork (Duitsland) uit een kruising van 'Schneiders Späte Knorpelkirsche' met 'Rube'. In 1981 geïntroduceerd. Uit precies dezelfde kruising op hetzelfde proefstation werden reeds eerder de rassen 'Oktavia' en 'Viola' geïntroduceerd en zou later ook nog 'Karina' worden geïntroduceerd.

Dit ras rijpt zeer laat: pas in de 8-ste kersenweek. De grote tot zeer grote vruchten zijn roodbruin van kleur en hebben een lange steel. Het zeer stevige vruchtvlees heeft een zeer goede zoete smaak, licht zuur, met veel aroma. Door het zeer stevige vruchtvlees laat de steen zelfs relatief gemakkelijk los uit het vruchtvlees. Niet erg gevoelig voor barsten door regen.

'Regina' is een vrij sterke groeier met horizontale tot hangende takken en veel zijhout. Op zwakke onderstam treedt de productie vroeg in en is goed en regelmatig. Op sterk groeiende onderstam zijn soms klachten over onvoldoende productiviteit. De bloeitijd valt zeer laat. De S-allel combinatie is S1S3. Goede bestuiving is voor 'Regina' heel belangrijk; het ras 'Karina' is een geschikte bestuiver.

'Regina' wordt gezien als één van de beste rassen van dit moment.

De boom werd in het najaar van 2005 in FruitLent geplant en is geënt op de moderne onderstam 'GiSelA 5'. De boom droeg in 2008 voor het eerst enkele vruchten en kwam in 2009 in volle productie. Gemiddeld vruchtgewicht: 11,6 gram (2009) en 10,8 gram (2010).

rijpende vruchten van 'Regina'   rijpe vruchten van 'Regina'        
rijpe vruchten van 'Regina'   rijpe vruchten van 'Regina'        
Techlovan

Dit ras werd ontwikkeld op het Research and Breeding Institute of Pomology Holovousy in de Tsjechische Republiek, uit een kruising van 'Van' met 'Kordia'. Het ras was aanvankelijk bekend onder het kweeknummer 'NA 18-21' en kreeg later de naam 'Techlovan'. Deze naam is een samenvoeging van de namen van de twee ouderrassen: 'Techlo' (een oude benaming voor het ras 'Kordia') en 'Van'. Geïntroduceerd in 1991.

Het ras rijpt middentijds, in de 4-de tot 5-de kersenweek. 'Techlovan' geeft zeer grote glanzende donkerrode vruchten met een middellange vruchtsteel. Van alle rassen in de collectie van FruitLent geeft 'Techlovan' de grootste vruchten. Het stevige donkerrode vruchtvlees heeft een zeer goede smaak. Helaas zijn de vruchten gevoelig voor barsten door regen.

De boom groeit middelsterk met een kogelvormige kroon, later iets hangend. Horizontale takstand. De productiviteit is redelijk tot goed en treedt al op jonge leeftijd in. De bloeitijd valt middentijds, enkele dagen voor 'Kordia'. De S-allel combinatie is S3S6. Daarmee behoort dit ras tot dezelfde steriliteitsgroep als 'Kordia' en 'Dönissens Gelbe Knorpelkirsche' en kunnen deze rassen elkaar onderling dus niet bestuiven.

De boom werd in het voorjaar van 2006 in FruitLent geplant en is geënt op de moderne onderstam 'GiSelA 5'. De boom droeg in 2009 voor het eerst vruchten, doch de boom in FruitLent is tot nu toe nog niet heel erg productief gebleken. Gemiddeld vruchtgewicht: 13,4 gram (2009), 13,2 gram (2010), 15,6 gram (2011), 14,0 gram (2013), 13,6 gram (2014) en 13,4 gram (2015). De grootste vruchten aan de boom wegen ruim 20 gram per stuk !

rijpende vruchten van 'Techlovan'   rijpe vruchten van 'Techlovan'      
rijpe vruchten van 'Techlovan'   geoogste vruchten van 'Techlovan'   geoogste vruchten van 'Techlovan'    
rijpe vruchten van 'Techlovan'   rijpende vrucht van 'Techlovan'   rijpe vruchten van 'Techlovan'    
 

 

 de zoete kersen in FruitLent