© FruitLent

EXCLUSIEVE VRUCHTENTUIN OP DE RAND VAN DE STAD

   >> HOME      >> FRUITGEWASSEN
   
       
  PRUIMEN (Europese cultuurpruim)   © FruitLent
 

 

 

   
 

Naamgeving en herkomst

De pruim zoals we deze in West-Europa kennen wordt tot de soort Prunus domestica gerekend. Daarnaast is er een tweede botanische soort die de naam Prunus insititia draagt. Tot deze laatstgenoemde soort worden wel de kleinvruchtige kroosjespruimen en mirabellen gerekend, terwijl de overige vormen tot de eerstgenoemde soort worden gerekend. Zowel Prunus domestica als Prunus insititia hebben zes setjes chromosomen (2n = 6x = 48).

Duidelijk is dat Prunus domestica en Prunus insititia zeer verwant zijn aan elkaar. Wij van FruitLent voelen dan ook veel voor de zienswijze dat het eigenlijk om één botanische soort gaat, waarbij Prunus insititia slechts een ondersoort of cultivargroep is binnen de allesomvattende soort Prunus domestica. Ongeacht of het nu wel of niet om twee "verschillende" soorten gaat noemen we deze: Europese cultuurpruimen. De Europese cultuurpruim moet niet worden verward met de Japanse pruim (elders op deze website).

De preciese herkomst van de Europese cultuurpruim is al langere tijd onduidelijk. De soort komt in het wild namelijk niet voor, behalve dan verwilderde vormen van gecultiveerde pruimen. Dat het een soort is die alleen in menselijke cultuur voorkomt, wordt al gesuggereerd door het latijnse woord 'domestica'. Literatuur over pruimen gaat meer dan 2.000 jaar terug en men denkt dat de pruimenteelt al meer dan 4.000 jaar bestaat.

De taxonomen M.B. Crane en W.J.C. Lawrence gaan er in hun wetenschappelijke publicaties uit de eerste helft van de vorige eeuw van uit dat de Europese cultuurpruim is ontstaan uit een soortkruising tussen de sleedoorn ofwel sleepruim (Prunus spinosa) en de kerspruim ofwel myrobalaan (Prunus cerasifera). Het leefgebied van deze twee botanische soorten overlapt in de Kaukasus en daar zou derhalve de soortkruising op natuurlijke wijze kunnen zijn ontstaan. Daarbij zou de Europese cultuurpruim volgens Crane en Lawrence vier setjes chromosomen van de tetraploïde (4x) sleedoorn en twee setjes chromosomen van de diploïde (2x) kerspruim hebben geërfd.

Door de resultaten van latere onderzoeken wordt de bovenstaande theorie weer in twijfel getrokken. Onder andere omdat kunstmatig gemaakte hexapoïde (6x) soortkruisingen tussen sleedoorn en kerspruim qua kenmerken onvoldoende op de Europese cultuurpruim bleken te lijken, maar ook om andere redenen.
Volgens nieuwere onderzoeken zouden 2x, 4x en 6x vormen van de kerspruim aan de basis staan van de Europese cultuurpruim. De sleedoorn zou dus niet aan de basis staan. Sterker nog: uit andere onderzoeken blijkt dat de sleedoorn zelf een soortkruising betreft (tussen Prunus cerasifera en Microcerasus microcarpa).

Wij zijn geïnteresseerd indien u betrouwbare informatie heeft over de ontstaansgeschiedenis van de Europese cultuurpruim (e-mail). Met de hedendaagse mogelijkheden in DNA-onderzoek moet het toch mogelijk zijn om dit alsnog te achterhalen.

 

   
       
 

Kenmerken en teelt

Pruimen groeien aan bladverliezende winterharde bomen, welke in april rijkelijk bloeien met witte bloesems.

De bloesems van veel pruimenrassen zijn zelfbestuivend, sommigen zijn gedeeltelijk zelfbestuivend en sommigen zijn niet zelfbestuivend. Voor deze laatste categorie is kruisbestuiving derhalve noodzakelijk. Alhoewel de bestuivingsmogelijkheden net als bij zoete kersen en bij Japanse pruimen worden bepaald door het systeem van gametofytische zelfincompatibiliteit (GZI), is het bij pruimen zo dat bijna alle rassen in staat zijn om elkaar te bestuiven, zo lang de bloeiperiodes voldoende overlap vertonen. Dit komt omdat pruimen hexaploïd zijn (2n = 6x = 48), waardoor het bijna altijd zo is dat twee rassen op minimaal één van de zes S-allelen verschilt.

De vrucht die na de vruchtzetting onstaat is een echte steenvrucht. Afhankelijk van het ras rijpen de vruchten vanaf begin juli tot in oktober. Er is tussen de rassen dus erg veel variatie aanwezig in rijpingstijdstip. De meeste commerciële rassen rijpen echter in de maanden augustus en september.

Al naar gelang het ras kunnen de vruchten qua kleur variëren: groen, groengeel, geel, geelrood, rood, paarsrood, paars, blauw, zwartblauw. Ook qua vorm van de vruchten bestaat veel variatie. En ook qua smaak en gebruiksmogelijkheden zijn de verschillen erg groot. Door deze enorm grote variatie, zijn er in het verleden diverse pogingen gedaan om de diverse rassen in te delen in verschillende cultivargroepen. In 1940 werd door de Duitse onderzoeker K. Röder de navolgende indeling gepubliceerd:

  • Reine Clauden of rondpruimen (ook wel: spp. italica): hiermee worden de rassen bedoeld die zijn afgeleid van de originele 'Reine Claude verte'. Deze rassen hebben vruchten met (meestal) een ronde vorm en een zoete smaak;
  • Mirabellen en kroosjespruimen (ook wel: spp. insititia): hiermee worden de rassen bedoeld die ook wel werden c.q. worden ingedeeld in de afzonderlijke botanische soort Prunus insititia. Deze rassen geven kleine ronde kersachtige vruchtjes. Deze hebben over het algemeen stevig (vrij droog) vruchtvlees met een los liggende steen en een zoete smaak. De bomen van sommige oudere rassen kunnen een doornige groeiwijze vertonen. Omdat de vruchtjes lijken op die van de kerspruim, kunnen deze hiermee worden verward. De kerspruim is echter van een andere botanische soort (Prunus cerasifera). Bepaalde kroosjespruimen werden / worden ook wel als onderstam toegepast;
  • Kwetsen en damastpruimen (spp. oeconomica): hiermee worden de rassen bedoeld met langwerpige spitse vruchten. De oudere kwetsenrassen hebben meestal een wat zurige smaak en rijpen gewoonlijk later in het seizoen;
  • Half-kwetsen of ook wel echte pruimen (spp. intermedia): dit is eigenlijk een verzamelgroep van alle tussenvormen die niet in één van de andere categoriën passen. Qua vorm kunnen de vruchten van deze groep dan ook variëren van rond tot ovaal tot langwerpig.

Ondanks de bovenstaande grove indeling in diverse cultivargroepen, blijft het erg onoverzichtelijk en is elke indeling arbitrair. Dit komt ook omdat er nieuwe rassen onstaan uit kruisingen tussen rassen uit verschillende cultivargroepen. Hierdoor mixen de eigenschappen en vervagen de grenzen van de diverse cultivargroepen. Zo bestaan er inmiddels bijvoorbeeld nieuwe rassen die wel tot de mirabellen worden gerekend, doch die veel grotere vruchten hebben. Of nieuwe kwetsenrassen die een formidabele smaak hebben en/of vroeg afrijpen. Mede doordat de bovenstaande indeling in cultivargroepen al dateert van 1940, is deze achterhaald te noemen. Daarom is er veel voor te zeggen om af te stappen van deze indeling en het woord "pruim" gewoon te gebruiken als verzamelnaam voor het hele palet aan vormen, kleuren en smaken.

 

 

 

 

pruimen bloeien in april met fraaie witte bloesems

       
 

Commerciële aspecten

De vruchten van de Europese cultuurpruim kennen veel verschillende gebruiksmogelijkheden. Naast verse consumptie kan worden gedacht aan drogen, inmaken op siroop, jam, als vulling voor taarten en vlaaien, pruimenwijn en voor gedestilleerde dranken (zoals sliwowits en eau-de-vie). Er bestaan zeer veel verschillende rassen die veelal zijn afgestemd op één of meer van de genoemde gebruiksmogelijkheden.

De Europese cultuurpruim wordt van origine in geheel Europa en in het westen van Azië geteeld. Daarnaast is zij geïntroduceerd in andere werelddelen, zoals Noord-Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland. In andere werelddelen worden echter ook veel Japanse pruimen geteeld, welke in botanisch opzicht niet mogen worden verward met de Europese cultuurpruim.

In Nederland worden Europese cultuurpruimen veel buiten geteeld, zowel bij professionele telers als bij hobbyisten. Incidenteel worden bepaalde rassen van de Europese cultuurpruim in Nederland ook wel onder glas geteeld en er wordt op professionele basis geëxperimenteerd met de vervroeging in kunststof tunnelkassen.

Er wordt een opleving van de professionele pruimenteelt in Nederland verwacht, omdat de teelt kan worden geintensiveerd bij het gebruik van zwakker groeiende onderstammen, zoals de uit Rusland afkomstige onderstam 'VVA-1' ('Krymsk 1' ®), welke sinds enkele jaren voor de West-Europese markt beschikbaar is.


   
       
 

Omschrijving collectie FruitLent

De aanplant in FruitLent bestaat uit 9 verschillende bomen in laagstam-vorm, welke zijn geplant op een plantafstand van 5,00 x 3,70 meter. De bomen zijn voorzien van druppelbevloeiing met een capaciteit van 4 liter per uur.

Veel van de aanwezige rassen zijn voor Nederlandse omstandigheden niet gangbaar en zijn onder andere uitgekozen op basis van ziekteresistentie.

Er is ervaring opgedaan met de navolgende rassen:

Aprimira

Dit ras komt van het Forschungsanstalt Geisenheim in Geisenheim / Rheingau (Duitsland). Dit instituut claimt in 1994 een soortkruising te hebben gemaakt tussen de Europese cultuurpruim 'Mirabelle von Herrenhausen' en de abrikoos 'Orangered' ®. Deze selectie stond aanvankelijk bekend onder kwekersnummer 'P 55-73-95' en werd daarna geïntroduceerd onder de naam 'Aprimira'.

Dit ras wordt sinds het winterseizoen 2007 / 2008 onder de fantasienaam 'Aprikola' als nieuwigheid verkocht door een Duits postorderbedrijf. Volgens dit postorderbedrijf zou het gaan om een kruising tussen de reeds genoemde 'Mirabelle von Herrenhausen' en de abrikoos 'Harlayne'. Het postorderbedrijf heeft naar ons toe echter bevestigd dat hun 'Aprikola' en 'Aprimira' in feite dezelfde zijn. Het is ons niet bekend waarom zij aangeven dat de abrikoos 'Harlayne' (en niet 'Orangered' ®) de kruisingsouder zou zijn.
Overigens wordt door een andere Duits postorderbedrijf ook nog een soortgelijke kruising aangeboden onder de Duitse merknaam 'Miracose' ®, waarbij het in werkelijkheid eveneens gaat om de 'Aprimira'. Ook hebben we inmiddels al gehoord over een andere fantasienaam 'Apribelle'.

Alle genoemde fantasienamen ten spijt: 'Aprimira' is dus de enige officiële naam voor dit ras.

U zult zich misschien afvragen waarom we dit ras in de afdeling "pruimen" van deze website bespreken. Het zou immers gaan om een soortkruising tussen de Europese cultuurpruim en de abrikoos. Voor een dergelijke interspecifieke soort zouden we eigenlijk een aparte afdeling op deze website moeten inrichten, zoals we dat ook hebben gedaan voor de interspecifieke Pluot ®, de interspecifieke Aprium ® en de interspecifieke Cherrycot. Waarom dan toch geen eigen afdeling voor deze interspecifieke 'Aprimira' ?

Welnu: wij hebben er van begin af aan niet in geloofd dat het hier in werkelijkheid zou gaan om een soortkruising tussen de Europese cultuurpruim en de abrikoos. Naar onze mening verschillen de Europese cultuurpruim en de abrikoos daarvoor te veel op botanische / genetische gronden. Wij hebben steeds gedacht dat het hier zou gaan om een gewone Europese cultuurpruim die qua kenmerken toevallig enigszins op een abrikoos lijkt, waardoor de opvatting is gaan heersen dat de soortkruising inderdaad tot stand zou zijn gekomen.

Prof. Dr. Peter Braun van het Forschungsanstalt Geisenheim heeft in augustus 2009 naar ons toe bevestigd dat na genetisch onderzoek vast is komen te staan dat 'Aprimira' inderdaad een volwaardige Europese cultuurpruim is, en derhalve GEEN soortkruising met abrikoos !

De veronderstelde soortkruising is derhalve helemaal niet tot stand gekomen. De bloesem van 'Mirabelle von Herrenhausen', waar de bestuiving met het stuifmeel van de abrikoos op heeft plaatsgevonden, is kennelijk daarnaast onbedoeld ook nog bestoven geweest met ander stuifmeel van een onbekende gewone Europese cultuurpruim. Of misschien was het wel zelfbestuiving ?
Het enige dat we dus zeker weten over de afstamming van 'Aprimira', is dat 'Mirabelle von Herrenhausen' de moeder is, en een onbekend pruimenras de vader. Door onbedoelde zelfbestuiving zou 'Mirabelle von Herrenhausen' mogelijk tevens de vader kunnen zijn.

Het was dus bij nader inzien een beetje prematuur om het ras 'Aprimira' als een soortkruising te introduceren. Particulieren die via één van de genoemde postorderbedrijven zo'n boom hebben gekocht denken nu in bezit te zijn van iets unieks, terwijl dit dus geenszins het geval is !

Op grond van al het voorgaande kan dus gesteld worden dat 'Aprimira' een volwaardig pruimenras is en op deze plaats van de website derhalve correct is ingedeeld.

'Aprimira' geeft een boom met een opgerichte groeiwijze en een gemiddelde tot sterke groeikracht. De boom begint al op jonge leeftijd te dragen en draagt op éénjarig en meerjarig hout. De boom is weinig gevoelig voor beurtjaren. De bloesems bloeien vroeg tot zeer vroeg en kruisbestuiving wordt aanbevolen.

De vruchten zijn middelgroot, onderling vrij uniform, en hebben een donkergele huid met in het volledig rijpe stadium wat rode vlekjes. De vruchten wegen circa 40 gram, hebben een ovale vorm met een lengte van 40 tot 47 mm en een diameter van 34 tot 38 mm. Het vruchtvlees heeft een middelmatig los liggende vrij kleine steen, is ook donkergeel van kleur, stevig van textuur, vrij droog tot zelfs enigszins melig en heeft een zoete smaak. De steeltjes van de vruchten hechten niet erg sterk aan de vrucht. De vruchten rijpen omstreeks eind augustus / begin september.

Tolerant voor het sharka-virus (Plum Pox Virus = PPV). Weinig vatbaar voor monilia en ook overigens weinig vatbaar voor ziekten en plagen.

'Aprimira' is in FruitLent niet aanwezig als zelfstandige boom, doch is door middel van spleetenting op 15 maart 2009 geënt op de reeds aanwezige boom van de pruim 'Sainte Cathérine'. De geënte tak bloeide in 2010 voor het eerst, zodat de eerste vruchten in de zomer van 2010 werden geoogst.

vruchten van pruim 'Aprimira'   vruchten van pruim 'Aprimira'      
vruchten van pruim 'Aprimira'   vrucht van pruim 'Aprimira'   vruchten van pruim 'Aprimira'    
rijpe vrucht van pruim 'Aprimira'   geoogste vruchten van pruim 'Aprimira'      
Avalon

Dit ras werd gekweekt op het Horticultural Research International in East-Malling te Kent (Engeland) als een vrij bestoven zaailing van het ras 'Reeves'. Geïntroduceerd omstreeks 1989.

Dit ras geeft grote eironde vruchten met een rood-donkerblauwe kleur. De schil is bedauwd. Het gemiddeld vruchtgewicht bedraagt 60 tot 70 gram. Het stevige licht geel-oranje vruchtvlees is zeer sappig en heeft een zeer goede fris zoetzure aromatische smaak. De steen laat redelijk los van het vruchtvlees. Rijpt in de tweede helft van augustus.

Door de zeer goede eetkwaliteit is 'Avalon' met name voor verse consumptie bedoeld, doch de vruchten zijn ook geschikt voor het maken van jam.

De boom groeit sterk met een horizontale tot steile takstand. De boom komt op iets latere leeftijd in productie. De bloesems bloeien zeer vroeg en zijn gedeeltelijk zelfbestuivend. De vruchtzetting verbetert derhalve bij kruisbestuiving. Kan bestoven worden door 'Valor', doch waarschijnlijk zijn andere vroeg bloeiende rassen ook geschikt. Door de vroege bloei en doordat de bloesems gedeeltelijk zelfbestuivend zijn, kan de productiviteit van jaar tot jaar wisselend zijn (met name bij slechte bloei-omstandigheden). In productieve jaren kan vruchtdunning noodzakelijk zijn.

Matig vatbaar voor loodglans. De vruchten zijn weinig tot tamelijk gevoelig voor scheuren (typisch zeer klein barstje over het stijllitteken). Door de zoete smaak vaak last van wespenvraat.

In FruitLent is sinds december 2014 een boom van 'Avalon' aanwezig, geënt op onderstam 'St. Julien A'. Deze is geplant op de locatie waar de vorige boom van 'Jubileum' is gerooid. De eerste vruchten zijn al in 2016 geoogst.

vruchten van pruim 'Avalon'   vruchten van pruim 'Avalon'      
Bellamira

Dit ras werd in het Forschungsanstalt Geisenheim in Geisenheim / Rheingau (Duitsland) geselecteerd uit een kruising van 'Cacanska Najbolja' (ook wel: 'Cacaks Beste') met 'Mirabelle de Nancy'. De kruising werd in 1993 gemaakt. De selectie stond aanvankelijk bekend onder kwekersnummer 'P 34-56-1994' en werd daarna in het begin van deze eeuw geïntroduceerd onder de naam 'Bellamira'. Van hetzelfde onderzoeksinstituut komt ook het ras 'Miragrande', die ongeveer gelijktijdig werd geïntroduceerd.

'Bellamira' wordt gerekend tot de mirabellen en moet worden gezien als een verbetering van het oude ras 'Mirabelle de Nancy'. De geel gekleurde ovale vruchten zijn met circa 25 gram veel groter dan die van 'Mirabelle de Nancy' (12 gram). De vruchten kunnen rode stipjes hebben indien ze aan de zon zijn blootgesteld.
Zoals bij mirabellen gebruikelijk is, hebben de vruchten van 'Bellamira' vrij droog vruchtvlees met een los liggende steen en een zoete smaak. Rijpt in de eerste helft van september, derhalve ongeveer 7 tot 10 dagen eerder dan 'Mirabelle de Nancy'. Door de late rijping kunnen de vruchten aangetast worden door de tweede generatie van de pruimenmot, waardoor wormpjes in de vruchten aanwezig kunnen zijn. Bestrijding van de pruimenmot is voor dit ras derhalve aan te bevelen.
Rijpe vruchten zitten vast aan de boom en zijn weinig gevoelig voor scheuren. Daardoor kunnen ze lang aan de boom blijven hangen en ze halen dan een steeds hoger suikergehalte (tot maar liefst ruim 31% Brix !). De vruchten zijn geschikt voor verse consumptie, doch met name ook voor allerlei vormen van verwerking. Uit proeven is zelfs gebleken dat 'Bellamira' het oude ras 'Mirabelle de Nancy' overtreft in kwaliteit van de verwerkte producten.

De boom groeit matig sterk en vertakt goed met veel kort zijhout. Qua blad lijkt deze veel op 'Mirabelle de Nancy'. Dit is natuurlijk niet vreemd, aangezien 'Bellamira' uit een kruising met 'Mirabelle de Nancy' is ontstaan. De bomen komen echter veel eerder in productie (al vanaf het tweede jaar) en zijn regelmatiger productief. Bloemknoppen worden niet alleen gevormd op het overjarige hout, maar ook overdadig op het éénjarige hout. De bloesems zijn zelfbestuivend. Volgens de gegevens uit Geisenheim bloeien de bloesems van de 'Bellamira' laat. Dit komt echter niet overeen met de ervaringen in FruitLent, waar eerder het tegenovergestelde uit blijkt; 'Bellamira' bloeit in FruitLent ten opzichte van andere pruimenrassen gewoonlijk vroeg.

De boom in FruitLent is in het voorjaar van 2006 geplant en geënt op de onderstam 'St. Julien A'. De boom droeg al in 2007 overdadig.

Bij het noodweer dat in de vroege avond van 14 juli 2010 over een deel van Nederland trok, is onze boom van 'Bellamira' tegen de vlakte gegaan. Hierdoor is op dit moment geen boom van 'Bellemira' meer in FruitLent aanwezig.

rijpende vruchten van 'Bellamira' rijpe vruchten van 'Bellamira' rijpe vruchten van 'Bellamira'
 
rijpe vruchten van 'Bellamira'

rijpe vruchten van 'Bellamira'
rijpe vruchten van 'Bellamira' rijpe vruchten van 'Bellamira'
Belle de Thuin (RGF)

Dit ras is gevonden in een tuin in het dorp Jamioulx ten zuiden van Charleroix (Wallonië, België) en vervolgens via het RGF-programma geïntroduceerd. Over de verdere ontstaansgeschiedenis van 'Belle de Thuin' is ons niets bekend.
Lees hier meer over de RGF-rassen.

Geeft enorm grote langwerpige groengele vruchten. Het gemiddeld vruchtgewicht bedraagt zo'n 70 tot 90 gram, met uitschieters tot maximaal 140 gram per vrucht. Het vruchtvlees is erg sappig en zoet en heeft een los liggende steen, waarvan soms een klein puntje in het vruchtvlees achter kan blijven. Uitstekende kwaliteit voor verse consumptie. Rijpt midden augustus. Zoals bij meer gele pruimen het geval is, zijn beschadigingen op de schil (bijvoorbeeld door schuurschade) goed zichtbaar. De bewaarbaarheid van rijpe vruchten is beperkt.

De boom groeit middelmatig sterk met half opgerichte tot hangende takken. In FruitLent is gebleken dat overjarig zijhout vrij gemakkelijk afbreekt, omdat de aanhechting aan de hoofdtakken nogal broos is. De boom is vruchtbaar en bloeit vroeg, iets vroeger dan de meeste andere pruimenrassen. De bloesems zijn niet zelfbestuivend en moeten daarom bestoven worden door een ander zeer vroeg bloeiend ras. 'Prune de Prince' (RGF) is volgens de gegevens uit het RGF-programma geschikt als bestuiver. In FruitLent blijkt dat de rassen 'Aprimira', 'Avalon' en 'Bellamira' meestal ook gelijk bloeien met 'Belle de Thuin' zodat deze waarschijnlijk ook geschikt zijn als bestuiver.

Volgens gegevens uit het RGF-programma gemiddeld vatbaar voor monilia. De vruchten lijken weinig gevoelig voor barsten, maar worden in die tijd van het jaar wel gemakkelijk aangetast door wespenvraat.

Door de zeer grote vruchten van formidabele eetkwaliteit en de fraaie boom met zijn middelmatige groeikracht is 'Belle de Thuin' één van de favorieten in onze collectie !

De boom in FruitLent is geënt op onderstam 'St. Julien A' en is in oktober 2005 geplant. De boom droeg in 2007 voor het eerst enkele vruchten.

vruchten van 'Belle de Thuin'   vruchten van 'Belle de Thuin'   vruchten van 'Belle de Thuin'    
vruchten van 'Belle de Thuin'   vruchten van 'Belle de Thuin'   geoogste vruchten van 'Belle de Thuin'    
geoogste vruchten van 'Belle de Thuin'   binnenzijde rijpe vrucht van 'Belle de Thuin'        
Courod (Goldust ®) - dwergpruim

Dit ras is door Gilbert Cours-Darne (1909-2001) uit La Romieu in Frankrijk gevonden en is na het jaar 2000 geïntroduceerd via Pepinieres Darnaud in Montelimar (Frankrijk).

Alhoewel dit ras de werkelijke naam 'Courod' draagt, wordt deze voornamelijk aangeboden onder de Franse merknaam 'Goldust' ®. Daarom wordt hierna steeds gesproken over 'Goldust' ® en niet over 'Courod', terwijl dit laatste eigenlijk correcter zou zijn.

Het gaat in het geval van 'Goldust' ® om een ras met dwerggroei. Hierdoor kunnen de boompjes van 'Goldust' ® eventueel in grote potten worden opgekweekt op het balkon of (dak)terras en zijn ze extra geschikt voor kleinere standplaatsen. Hierdoor is 'Goldust' ® dus met name bedoeld voor particulieren. Plantmateriaal van dit ras wordt tot op dit moment voornamelijk op de Franse particuliere markt aangeboden.

De boompjes zijn zelfbestuivend en geven verhoudingsgewijs middelgrote tot grote geel gekleurde vruchten, welke aan de zonzijde een kleine rode blos kunnen verkrijgen. Het vruchtvlees is sappig, met een aromatische zoete smaak en heeft een los liggende steen. De rijptijd is vanaf eind augustus - september. Rijpe vruchten hangen vrij vast aan de boom en kunnen derhalve eventueel nog even blijven hangen.

In FruitLent hebben we één boompje van 'Goldust' ® die we hebben laten oculeren op de nieuwe zwakgroeiende onderstam 'VVA-1'. Door de combinatie van de zwakkere groei van 'Golddust' ® en de zwakkere groei van 'VVA-1' zal ons boompje naar verwachting dus extra klein blijven. Deze is op 10 juni 2012 als containerplant in het siertuingedeelte van FruitLent uitgeplant. In verband met een grondige verbouwing van het siertuingedeelte, is het boompje voor het groeiseizoen 2015 naar een tijdelijke plek verplaatst. Het boompje heeft deze verplaatsing echter niet overleefd, waardoor dit ras nu niet meer in de collectie van FruitLent aanwezig is.

boompje van 'Courod' ('Goldust' ®) in een pot            
Excalibur

Dit ras werd gekweekt op het Horticultural Research International in East-Malling te Kent (Engeland) als een vrij bestoven zaailing van het ras 'Cox's Emperor'. Geïntroduceerd omstreeks 1989.

Dit ras geeft grote tot zeer grote (ei)ronde vruchten met een oranjerode kleur op een gele ondergrond. Het gemiddeld vruchtgewicht bedraagt 80 tot 100 gram, met uitschieters tot maximaal zo'n 120 gram per vrucht. De dunne schil is veelal sterk bedauwd. Het vruchtvlees is tamelijk stevig, erg sappig en heeft een buitengewoon goede smaak. De steen ligt los in het vruchtvlees. Rijpt in de tweede helft van augustus.

De boom groeit zeer sterk en tamelijk steil, waarbij de takken de neiging hebben om te verkalen. De vruchtbaarheid treed tamelijk vroeg in, doch is daarna slechts matig. Wortelsnoei en/of zwak groeiende onderstammen worden aanbevolen om de groei te beperken en de vruchtbaarheid te verbeteren. De bloesems bloeien tamelijk vroeg en zijn niet zelfbestuivend. Kan bestoven worden door bijvoorbeeld 'Valor', 'Victoria', 'Reine Claude d'Oullins', 'Bleue de Belgique' of 'Sanctus Hubertus'.

Matig vatbaar voor loodglans. De vruchten zijn weinig tot tamelijk gevoelig voor scheuren. Door de dunne schil vaak last van wespenvraat.

Ondanks dat het ras pas recent werd geïntroduceerd, is deze in de professionele teelt nu al vrijwel verdwenen. Redenen hiervoor zijn: de sterke groei, de matige vruchtbaarheid en het risico op wespenvraat. Het is dan ook niet heel gemakkelijk om er nog plantmateriaal van te bemachtigen. Voor particuliere tuinen is 'Excalibur' aantrekkelijk vanwege de zeer goede eetkwaliteit, doch is dan alleen geschikt indien voldoende ruimte voorhanden is èn een geschikte bestuiver erbij wordt geplant.

De boom in FruitLent is geënt op onderstam 'St. Julien A' en is in het voorjaar van 2006 geplant. De boom droeg in 2008 voor het eerst enkele vruchten.

vruchten van 'Excalibur'   vrucht van 'Excalibur'   vrucht van 'Excalibur'    
vruchten van 'Excalibur'   vruchten van 'Excalibur'   vruchten van 'Excalibur'    
geoogste vruchten van 'Excalibur'   geoogste vruchten van 'Excalibur'      
Jubileum

Synoniem: 'Gunar'.

Gekweekt door de heer V. Trajkovski van The Swedish University of Agricultural Sciences, Balsgard, Department of Horticultural Plant Breeding, Kristianstad (Zweden). Gewonnen uit een kruising van 'Giant' met 'Yakima'. Geïntroduceerd in 1989.

'Jubileum' is sinds de introductie tot de hoofdrassen voor de commerciële teelt in Nederland gaan behoren.

Geeft zeer grote ovaal-langwerpige vruchten die roodpaars van kleur zijn. De grootste vruchten kunnen een gewicht krijgen van maar liefst 150 gram !  De vruchten hebben een stevige schil. Het stevige vruchtvlees is sappig en heeft een doorgaans los liggende steen. De smaak is goed, mits de vruchten volledig zijn gerijpt aan de boom. Vruchten van 'Jubileum' die in de handel worden aangeboden worden soms onrijp geoogst en smaken dan slechts matig. De kans op onrijp oogsten is bij 'Jubileum' vrij groot omdat de vruchten al vroeg op kleur komen, doch op dat moment nog niet rijp zijn. 'Jubileum' rijpt omstreeks medio augustus.

De boom groeit aanvankelijk sterk en opgaand. Als de boom in productie komt neemt de groeikracht af. Goede snoei is noodzakelijk voor de belichting en om verkaling te voorkomen. Hiermee wordt de vruchtgrootte en smaak op peil gehouden. De bloesems bloeien tamelijk vroeg en zijn gedeeltelijk zelfbestuivend. De vruchtzetting verbetert derhalve bij kruisbestuiving. Geschikte bestuivers zijn: 'Bleue de Belgique', 'Opal' en 'Voyageur'.

'Jubileum' is tamelijk vatbaar voor loodglans en matig vatbaar voor vruchtrot. De vruchten zijn weinig tot tamelijk gevoelig voor scheuren. Er zijn in de jaren dat 'Jubileum' commerciëel wordt geteeld inmiddels enkele gevallen bekend, waarbij het vruchtvlees bruin verkleurt.

Alhoewel 'Jubileum' niets te maken heeft met het oude ras 'Belle de Louvain', doen de groeiwijze van de boom, het uiterlijk van de vruchten en het rijpingstijdstip onmiskenbaar wel aan dit oude ras denken. De kwaliteit en de productiviteit van 'Jubileum' zijn echter veel beter. Ondanks dat 'Jubileum' niets met 'Belle de Louvain' te maken heeft, zou deze desalnittemin wel als een verbeterde 'Belle de Louvain' kunnen worden beschouwd. Er bestaat derhalve geen enkele reden meer om nog 'Belle de Louvain' aan te planten, behalve dan mogelijke nostalgische gevoelens.

De boom in FruitLent is geënt op onderstam 'St. Julien A' en is in het najaar van 2005 geplant. De boom droeg in 2007 voor het eerst enkele vruchten. Vanwege aantasting door loodglans is de boom op 7 december 2014 verwijderd en vervangen door een nieuwe boom van het ras 'Avalon'.

vruchten van 'Jubileum'   vruchten van 'Jubileum'   vruchten van 'Jubileum'    
vruchten van 'Jubileum'   vruchten van 'Jubileum'   vrucht van 'Jubileum'    
Opal

Gekweekt op het Statens Trädgardsförksöksinstitutet te Alnarp (Zweden). Onstaan uit een kruising die in 1925 werd gemaakt tussen 'Early Favourite' en 'Reine Claude d'Oullins'. Geïntroduceerd in 1946.

Sinds eind jaren '70 van de vorige eeuw behoort 'Opal' in Nederland tot de hoofdrassen voor de commerciële teelt.

'Opal' geeft tamelijk kleine tot middelgrote eironde vruchten (30-50 gram). De vruchten hebben een gele ondergrond met een roodpaarse tot blauwe dekkleur. De schil is matig bedauwd. Het vrij stevige sappige vruchtvlees heeft een uitstekende smaak, namelijk zoet met een ondertoon van zuren en een fijn aroma. De steen ligt los in het vruchtvlees. Rijpt omstreeks eind juli / begin augustus. Rijpe vruchten vallen snel van de boom.

De bomen groeien sterk met een half-opgerichte groeiwijze en een vrij lichtgroene bladkleur. De bomen van 'Opal' hebben de neiging om in de zomer veel langloten te maken, waardoor er behoefte aan zomersnoei bestaat. De bomen komen gewoonlijk al vanaf het derde groeijaar in productie en dragen daarna goed en regelmatig. De takken kunnen bij overvloedige vruchtdracht gemakkelijk uitscheuren, een kenmerk dat 'Opal' heeft geërfd van 'Reine Claude d'Oullins'. De bomen van 'Opal' hebben echter geen last van verkalende takken, zoals de bomen van 'Reine Claude d'Oullins' dat wel hebben. De bloesems van 'Opal' bloeien middentijds en zijn zelfbestuivend. 'Opal' is ook een geschikte bestuiver voor diverse andere rassen.

'Opal' is niet bijzonder vatbaar voor ziekten en beschadigingen. Wel kunnen de vruchten in die tijd van het jaar gemakkelijk worden aangetast door wespenvraat.

Ondanks dat 'Opal' (net als andere rassen) natuurlijk ook een paar nadelen heeft, is dit een ras dat in geen enkele pruimencollectie mag ontbreken, vanwege de vroege rijping, de uitstekende smaak en de goede en betrouwbare productiviteit.

De boom in FruitLent is geënt op onderstam 'St. Julien A' en is in het najaar van 2005 geplant. Deze droeg in 2008 voor het eerst vruchten.

vruchten van 'Opal'   vruchten van 'Opal'   vruchten van 'Opal'    
vruchten van 'Opal'   vruchten van 'Opal'   geoogste vruchten van 'Opal'    
Prune de Prince (RGF)

Dit is een traditioneel ras in Gaume, Wallonië, België. Het ras werd via het RGF-programma opnieuw geïntroduceerd.
Lees hier meer over de RGF-rassen.

Dit ras geeft vruchten van het mirabellentype, derhalve rond van vorm en klein van formaat (als een kers). De vruchten zijn uniform qua vorm en grootte en hebben een gemiddeld vruchtgewicht van circa 12 gram. In tegenstelling tot de meeste mirabellen zijn de vruchtjes van 'Prune de Prince' niet geel van kleur, doch blauwzwart met een sterke waslaag. Het vruchtvlees is zeer stevig en droog, heeft een los liggende steen en is erg zoet van smaak. De vruchtjes zijn geschikt voor verse consumptie, doch vooral voor verwerking en drogen.
De vruchtjes kleuren al vroeg in het seizoen blauw en lijken dan al rijp. Tussen het moment dat de vruchtjes blauw beginnen te kleuren en de daadwerkelijke rijping zit echter wel een periode van zo'n vijf weken, waarna de vruchtjes pas tegen eind september daadwerkelijk rijp worden. De rijpingsperiode strekt zich zich vervolgens uit over een periode van circa twee weken. Rijpe vruchtjes hangen vrij vast aan de boom en hoeven om die reden niet onmiddelijk te worden geplukt. De vruchtjes kunnen daardoor nog aan de boom hangen als de bladeren al van de boom zijn gevallen.

De boom groeit krachtig met opgaande takken en een open groeiwijze. De boom is vruchtbaar. De bloesems bloeien vroeg tot zeer vroeg en zijn zelfbestuivend.

Volgens de gegevens uit het RGF-programma is 'Prune de Prince' weinig vatbaar voor monilia. De vruchten zijn weinig gevoelig voor barsten.

De boom in FruitLent is geënt op onderstam 'St. Julien A' en is in oktober 2005 geplant. De boom droeg in 2007 voor het eerst vruchten.

vruchten van 'Prune de Prince'   vruchten van 'Prune de Prince'   vruchten van 'Prune de Prince'    
vruchten van 'Prune de Prince'   vruchten van 'Prune de Prince'   vruchten van 'Prune de Prince'    
Reine Claude d'Oullins

Synoniemen: 'Reine Claude précose', 'Massot' en 'Oullins Golden Gage'.

Dit ras is als een toevalszaailing gevonden te Coligny (Frankrijk). Waarschijnlijk betrof de moederboom het bekende ras 'Reine Claude verte'. Geïntroduceerd omstreeks 1860 door de heer M. Massot uit Oullins, bij Lyon (Frankrijk).

Geeft middelgrote tot tamelijk grote ronde groengele vruchten (55-60 gram) die in de eerste helft van augustus rijpen. Vruchten die in de volle zon hebben gehangen kleuren goudgeel met enkele rode stipjes. De vruchten hebben een tere schil en sappig vruchtvlees. Bij gunstige weersomstandigheden tijdens de rijping is de smaak uitstekend, namelijk zoet met een goed aroma dat enigszins verwijst naar de moederboom 'Reine Claude verte'. Bij slechte weersomstandigheden kan de smaak meer flauwzoet zijn. De steen hecht matig aan het vruchtvlees. Zoals bij meer gele pruimen het geval is, zijn beschadigingen op de schil (bijvoorbeeld door schuurschade) goed zichtbaar. Ook verkleurt de schil na de oogst vrij snel bruin. Het vruchtvlees kan tijdens de oogst bij de steelaanhechting gemakkelijk inscheuren, waardoor de vruchten versneld kunnen gaan rotten. Dit is te voorkomen door de vruchten voorzichtig inclusief de steel te oogsten. Al met al is de houdbaarheid beperkt.

De boom groeit zeer sterk met lange opgaande takken. De takken hebben de neiging om aan de basis kaal te worden. De boom begint pas op latere leeftijd te dragen, doch draagt daarna wel goed. De takken kunnen bij overvloedige vruchtdracht gemakkelijk uitscheuren. De bloesems bloeien middentijds en zijn zelfbestuivend.

Dit ras is weinig gevoelig voor loodglans en matig vatbaar voor bacteriekanker. Rijpe of bijna rijpe vruchten aan de boom scheuren gemakkelijk bij regen. Ook worden ze in die tijd van het jaar gemakkelijk aangetast door wespenvraat.

In Nederland werd 'Reine Claude d'Oullins' vroeger vrij veel commerciëel geteeld. In de hedendaagde commercliële beplantingen komt het ras nagenoeg niet meer voor vanwege: de sterke groeikracht, de pas op latere leeftijd intredende vruchtbaarheid, de beperkte houdbaarheid van de vruchten en het feit dat gele pruimen over het algemeen een minder fraai uiterlijk hebben, waardoor de voorkeur van de consument meer uit gaat naar gekleurde varianten.

Er zijn in de loop der jaren enkele mutanten van 'Reine Claude d'Oullins' ontstaan met roodpaarse vruchten. Deze hebben als voordeel dat beschadigingen op de schil minder goed zichtbaar zijn. Voor het overige komen de kenmerken globaal overeen.
Een bekende mutant met rode vruchten draagt de naam 'Reine Claude van Schouwen'. Deze is in 1943 gevonden in Zierikzee. Er zijn echter op meer plaatsen rood gekleurde mutanten ontdekt.

De boom van 'Reine Claude d'Oullins' in FruitLent is geënt op onderstam 'St. Julien A' en is in het najaar van 2005 geplant. De boom kwam in 2009 in productie.
Op 10 november 2013 is de boom uit onze collectie verwijderd, zodat 'Reine Claude d'Oullins' nu niet meer in de collectie van FruitLent aanwezig is. De belangrijkste reden hiervoor is de onhandige zeer krachtige groeiwijze van de boom, waardoor het moeilijk is de boom door snoei klein te houden, deze sterk reageert op de snoei en als gevolg daarvan bij ons weinig bloemknoppen vormt. Daarnaast is het zo dat de vruchten op hetzelfde moment rijpen als die van 'Belle de Thuin' (RGF), welke we qua vruchten veel indrukwekkender vinden, doch waarvan de boom een veel gemakkelijkere groeiwijze heeft.

vruchten van 'Reine Claude d'Oullins'   vruchten van 'Reine Claude d'Oullins'   vrucht van 'Reine Claude d'Oullins'    
vrucht van 'Reine Claude d'Oullins'   vruchten van 'Reine Claude d'Oullins'        
Reine Claude verte

De herkomst van dit oude ras is niet met zekerheid bekend. Als herkomstgebied wordt wel Griekenland, Syrië of Armenië genoemd. Van daar uit zou deze in de eerste helft van de 16-de eeuw vanuit Italië in Frankrijk zijn ingevoerd. Daar zou deze vervolgens in 1524 zijn vernoemd naar koningin Claude, getrouwd met koning François de 1ste van Frankrijk en de dochter van Lodewijk XII. Het is nu natuurlijk niet meer met zekerheid te zeggen of dit verhaal klopt en ook is niet zeker of de huidige 'Reine Claude verte' identiek is aan de 'Reine Claude' die daar toen haar naam zou hebben gekregen.

Hoe dan ook, de naam 'Reine Claude' is een begrip geworden in de pruimenwereld en heden ten dage wordt deze naam ook gebruikt als verzamelnaam voor een cultivargroep met zoet smakende ronde pruimen. Tot deze cultivargroep behoren (naast deze klassieke 'Reine Claude verte') ook afgeleide rassen als 'Washington', 'Jefferson', 'Fermareine' ('Bellina' ®), 'Reine Claude d'Oullins' en 'Reine Claude d'Althan'. En aan het bekende ras 'Opal' heeft de 'Reine Claude verte' ook voor minimaal 25% bijgedragen.

Zoals vaak het geval is bij oude rassen, is 'Reine Claude verte' bekend onder veel verschillende synoniemen, zoals: 'Ringelotten', 'Green Gage', 'Reine Claude Dorée', 'Reine Claude Crottée', 'Grosse Grüne Reneklode', 'Abricot Verte', 'Prunus Italica', 'Zuckerpflaume' en 'Dauphine'. Zoals ook vaak het geval is bij oude rassen, zijn er in de loop der tijd veel mutanten gevonden die op enkele kenmerken kunnen afwijken. Voorbeelden van dergelijke mutanten zijn: 'Reine Claude Hoefer', 'Reine Claude van Beers' en 'Reine Claude van Sweijkhuizen'.

Dit ras geeft tamelijk kleine vruchten (gemiddeld zo'n 30 gram per stuk), bijna rond, iets afgeplat. De vruchten zijn groen tot groengeel van kleur, met aan de zonzijde soms wat kleine rode vlekjes. De vruchten hebben een waslaag. Het groengeel gekleurde vruchtvlees is vrij stevig en sappig. De steen kan soms iets aan het vruchtvlees hechten. De vruchten rijpen vanaf de tweede helft van augustus. De rijping verloopt enigszins opvolgend, waardoor voor een optimale kwaliteit doorplukken gewenst is. Vaak worden de vruchten echter in één keer en te vroeg geoogst. Rijpe vruchten aan de boom kunnen bij regen open barsten.

De smaak van volledig uitgerijpte vruchten is werkelijk uitstekend te noemen: bijzonder zoet met een fijn en herkenbaar speciaal aroma. Dit ras wordt qua smaak dan ook niet voor niets de koningin onder de pruimen genoemd. Hier staat tegenover dat de vruchten door hun kleine formaat en de groene kleur objectief bezien eigenlijk geen bijzonder aantrekkelijk uiterlijk hebben. Desalniettemin is het uiterlijk van 'Reine Claude verte' bij veel consumenten bekend en wordt deze geassocieerd met de uitstekende eetkwaliteit.

De vruchten zijn door de uitstekende smaak zeer geschikt voor verse consumptie. Ze zijn echter ook geschikt voor conservering.

De boom groeit middelsterk met een half-opgerichte groeiwijze. De bloesems bloeien middentijds. De bloesems zijn nauwelijks zelfbestuivend, waardoor kruisbestuiving noodzakelijk is. Kan bestoven worden door bijvoorbeeld 'Reine Claude d'Oullins', 'Reine Claude d'Althan', 'Victoria', 'Hauszwetsche', 'Anna Späth', 'Mirabelle de Nancy', 'Czar', 'Kirke’s Blue, 'Jefferson' of 'Victoria'. De bomen komen gewoonlijk vanaf het 4-de à 5-de groeijaar in productie, doch de productiviteit is daarna slechts matig en bovendien is de productiviteit van jaar tot jaar wisselvallig.

In commerciële teelten verdwijnt 'Reine Claude verte' van het toneel door de matige en wisselvallige productiviteit en door de lagere plukprestatie (als gevolg van de kleine vruchtmaat en de behoefte tot doorplukken).

'Reine Claude verte' is in FruitLent niet aanwezig als zelfstandige boom, doch is door middel van spleetenting op 27 maart 2010 geënt op de reeds aanwezige boom van het ras 'Opal'. De eerste vruchten zijn in 2013 geoogst.

vruchten van 'Reine Claude verte'   geoogste vruchten van 'Reine Claude verte'        
vruchten van 'Reine Claude verte'   geoogste vruchten van 'Reine Claude verte'        
Sainte Cathérine (RGF)

Dit is een traditioneel ras van l’Entre-Sambre-et-Meuse, Wallonië, België. Het ras werd via het RGF-programma opnieuw geïntroduceerd.
Lees hier meer over de RGF-rassen.

Dit ras geeft middelgrote langwerpige geelgroene vruchten (gemiddeld circa 30 tot 40 gram). De schil is voorzien van een waslaag. Door de langwerpige vorm lijken de vruchten wel wat op een kwets. In tegenstelling tot de meeste kwetsen is het groen gekleurde vruchtvlees van 'Sainte Cathérine' echter zeer sappig en zoet van smaak (tot zo'n 20% Brix, zeer rijpe vruchten zelfs bijna 25% Brix). De steen zit vrij vast in het vruchtvlees.

Ondanks dat de vruchten door hun groene kleur niet zo'n aantrekkelijk uiterlijk hebben, is de kwaliteit voor verse consumptie prima.

De rijping strekt zich uit over een periode van twee à drie weken in september-oktober, derhalve zeer laat in het seizoen. De vruchten vallen in het rijpe stadium niet erg snel van de boom. Als de vruchten lang aan de boom hangen, dan kunnen zij rondom de steel (op het taps toelopende gedeelte van de vrucht) enigszins indrogen; dit kenmerk zien we ook wel bij sommige kwetsenrassen. In dit stadium bereiken de vruchten de zoetste smaak.

De boom groeit matig sterk met een open groeiwijze met opgaande takken. De zeer fraaie grote bloesems bloeien laat en zijn zelfbestuivend. Van alle pruimenrassen in de collectie van FruitLent vinden we dat 'Sainte Cathérine' de fraaiste bloei heeft. De boom is zeer vruchtbaar, waardoor vruchtdunning gewenst kan zijn.

Volgens gegevens uit het RGF-programma is 'Sainte Cathérine' gemiddeld vatbaar voor monilia op de bloesems, doch erg weinig vatbaar voor monilia op de vruchten. De vruchten kunnen in een vroeg stadium (juni) aangetast worden door de schimmel Taphrina pruni (ook wel "Hongerpruim", "Olijfgal" of in het Duits "Narrentaschen"), doch deze aantasting blijft gewoonlijk beperkt. Door de late rijping kunnen de vruchten aangetast worden door de tweede generatie van de pruimenmot, waardoor wormpjes in de vruchten aanwezig kunnen zijn. Bestrijding van de pruimenmot is voor dit ras derhalve aan te bevelen.

De boom in FruitLent is geënt op onderstam 'St. Julien A' en is in oktober 2005 geplant. De boom droeg in 2007 voor het eerst vruchten.

'Sainte Cathérine' draagt fraaie grote bloesems   vruchten van 'Sainte Cathérine'   vruchten van 'Sainte Cathérine'    
vruchten van 'Sainte Cathérine'   vruchten van 'Sainte Cathérine'   geoogste vruchten van 'Sainte Cathérine'    
geoogste vruchten van 'Sainte Cathérine'   geoogste vruchten van 'Sainte Cathérine'        
Topfirst

Dit ras werd in het Forschungsanstalt Geisenheim in Geisenheim / Rheingau (Duitsland) onder leiding van professor Helmut Jacob geselecteerd uit een kruising van 'Cacanska Najbolja' (ook wel: 'Cacaks Beste') x 'Ruth Gerstetter'. De kruising werd in 1992 gemaakt. De selectie stond aanvankelijk bekend onder kwekersnummer 'P 30-111-1993' en werd daarna in het begin van deze eeuw geïntroduceerd onder de naam 'Topfirst'.

Zoals de naam al aangeeft, gaat het om een ras met een zeer vroege rijping. Volgens de gegevens van Geisenheim zou deze zelfs zo'n één à twee weken vóór het bekende vroegrijpende ras 'Opal' moeten afrijpen. Wij hebben een tak van 'Topfirst' op onze 'Opal'-boom geënt en we hebben daarbij inmiddels kunnen vaststellen dat 'Topfirst' inderdaad veel eerder afrijpt dan 'Opal'.

De vroegrijpende eigenschap zal zijn geërfd van de kruisingsouder 'Ruth Gerstetter'. Helaas vallen de rijpe vruchten van 'Topfirst' zeer gemakkelijk van de boom; ook dit minder aantrekkelijke kenmerk is afkomstig van de kruisingsouder 'Ruth Gerstetter'.

'Topfirst' geeft middelgrote langwerpige vruchten (gemiddeld 40 tot 55 gram, 38-46 mm) van het type kwets. De vruchten zijn blauw van kleur en hebben een waslaag. Aan de schaduwzijde zijn ze meer roodpaars van kleur.
Doorplukken van rijpe vruchten is gewenst, omdat ze vervolgens snel van de boom vallen.

Het stevige vruchtvlees is sappig, heeft een los liggende steen en is groengeel van kleur. Het vruchtvlees verkleurt donkerder naarmate de vrucht rijper is. Van de steen blijft normaliter een puntje achter in het vruchtvlees. De smaak van het vruchtvlees is op zijn hoogst redelijk. De smaak is derhalve niet uitmuntend, doch bij zeer vroeg rijpende rassen (zoals 'Topfirst') moeten meestal concessies worden gedaan op bepaalde eigenschappen.

De vruchten kunnen worden gebruikt voor verse consumptie en zijn ook redelijk geschikt voor verwerking. De kracht van het ras zit echter vooral in de zeer vroege rijping, waardoor het pruimenseizoen aan de voorkant kan worden verlengd.

De boom groeit middelsterk en bloeit zeer rijk, waarbij bloesems worden gevormd op het éénjarige en op het meerjarige hout. De bloesems bloeien middelvroeg en zijn zelfbestuivend (al wordt voor een betere vruchtzetting kruisbestuiving aanbevolen). De bomen komen na het planten snel in productie, ze dragen goed en regelmatig. Vruchtdunning is noodzakelijk voor het behalen van voldoende kwaliteit.

De boom is resistent tegen het sharka-virus (Plum Pox Virus = PPV) en ook overigens weinig vatbaar voor ziekten en plagen.

'Topfirst' is in FruitLent niet aanwezig als zelfstandige boom, doch is door middel van spleetenting op 26 maart 2012 geënt op de reeds aanwezige boom van het ras 'Opal'. In FruitLent werd in 2013 voor het eerst een vrucht van 'Topfirst' geoogst en de geënte tak droeg in 2014 voor het eerst volop.

rijpe vruchten van 'Topfirst'   geoogste vruchten van 'Topfirst'   doorgesneden vrucht van 'Topfirst'    
Toptaste

Dit ras werd in het Forschungsanstalt Geisenheim in Geisenheim / Rheingau (Duitsland) onder leiding van professor Helmut Jacob geselecteerd uit een kruising van 'Valor' x 'Hauszwetsche'. De kruising werd in 1993 gemaakt. De selectie stond aanvankelijk bekend onder kwekersnummer 'P 33-3-1994' en werd daarna in het begin van deze eeuw geïntroduceerd onder de naam 'Toptaste'.

Dit ras geeft aantrekkelijke middelgrote iets langwerpige vruchten (38-45 gram, 40-45 mm) van het type kwets. De vruchten zijn diepblauw van kleur met sterke waslaag. De vruchten kleuren al vroeg in het seizoen blauw, waardoor het risico bestaat dat ze te vroeg worden geoogst. Het vruchtvlees is stevig, vrij sappig, heldergeel van kleur, en heeft bij volledige rijpheid een hoog suikergehalte (20 tot 25% Brix) en een zeer goede volle smaak. Hier heeft dit ras zijn naam aan te danken. De steen zit niet altijd helemaal los in het vruchtvlees.

In tegenstelling tot veel oude kwetsenrassen, zijn de vruchten door hun zeer goede smaak ook zeer geschikt voor verse consumptie. Daarnaast zijn ze geschikt voor alle denkbare vormen van verwerking, zoals voor taartbodems, jam, drogen of het destilleren van sterke drank. De vruchten rijpen vanaf eind augustus / begin september vrij gelijkmatig aan de boom, doch kunnen na rijping nog lang aan de boom blijven hangen en bereiken dan een steeds hoger suikergehalte.

De boom groeit middelsterk met een wat gespreide groeiwijze en de takken hebben een zeer geringe neiging om te verkalen. Jonge bomen kunnen doornig zijn, doch dit kenmerk verdwijnt zodra de boom in productie komt. Er ontstaan bloesems op het éénjarige en op het meerjarige hout. De bloesems bloeien middelvroeg. De bloesems zijn zelfbestuivend, al wordt voor een betere vruchtzetting kruisbestuiving aanbevolen. De bomen komen na het planten snel in productie, ze dragen goed en regelmatig. Vruchtdunning kan noodzakelijk zijn.

De boom is resistent tegen het sharka-virus (Plum Pox Virus = PPV). Weinig vatbaar voor roest en Monilia en heeft in zijn algemeenheid een goede gezondheid.

In FruitLent is sinds het voorjaar van 2013 een boom van 'Toptaste' aanwezig, geënt op onderstam 'St. Julien A'. De boom werd voorlopig in een container opgekweekt en is vervolgens op 21 december 2013 op de definitieve plaats uitgeplant. De eerste vruchten zijn in 2014 geoogst.

rijpende vruchten van 'Toptaste'   rijpende vruchten van 'Toptaste'        
rijpe vrucht van 'Toptaste'          


Multi-culti pruimenboom:

Dan hebben tot slot we nog een bijzondere pruimenboom in onze collectie. Deze noemen we onze "multi-culti pruimenboom". Deze boom is bij ons gestart als een boom van het ras 'Wignon' (RGF). Omdat dit ras echter niet zo goed beviel, hebben we besloten om diverse takken van deze boom af te zagen en te voorzien van enten van diverse andere (veelal nieuwe laatrijpende) rassen. Dit ziet er vlak na het enten als volgt uit:

entingen op de multi-culti pruimenboom'   entingen op de multi-culti pruimenboom'        
entingen op de multi-culti pruimenboom'   entingen op de multi-culti pruimenboom'      


Door al deze entingen zijn op deze boom inmiddels de onderstaande zeven rassen aanwezig:

Haganta

Dit ras is op de Universiteit van Hohenheim (Duitsland) onder leiding van Dr. Walter Hartmann ontstaan uit een kruising (in 1985) van 'Cacanska Najbolja' (ook wel: 'Cacaks Beste') met 'Valor'. De selectie stond aanvankelijk bekend onder nummer '1274' en werd daarna in 2003 geïntroduceerd onder de naam 'Haganta'.

Dit ras geeft zeer grote ovale blauwe vruchten met een diameter van zo'n 45 mm en een vruchtgewicht van 60 tot 95 gram. De vruchten zien er door hun forse grootte, de diepblauwe kleur en de fraaie waslaag zeer aantrekkelijk uit. De vruchten kleuren aan de boom al vroeg blauw, maar zijn dan nog niet rijp. Hierdoor bestaat de kans op te vroeg oogsten, hetgeen de kwaliteit negatief beïnvloedt.
Het vruchtvlees heeft een los liggende steen, is zeer stevig en heldergeel van kleur. In het volledig uitgerijpte stadium wordt het vruchtvlees iets zacht en verkleurt dan naar oranje. In het volledig uitgerijpte stadium is de smaak goed, met een hoog suikergehalte (tot 25% Brix). Het hoge suikergehalte wordt wat gemaskeerd door een middelhoog zuurgehalte en een ietwat wrange schil.
De vruchten rijpen laat in het seizoen, ongeveer vanaf eind september tot in oktober. De vruchten vallen in het rijpe stadium niet snel van de boom, waardoor ze gemakkelijk tot in het volrijpe stadium kunnen blijven hangen. De vruchten zijn bedoeld voor verse consumptie. Er kan soms holtevorming (met gom) in de vruchten aanwezig zijn.

De bomen groeien middelsterk tot sterk met een gespreide groeiwijze. De bomen beginnen al op jonge leeftijd te dragen en dragen daarna goed en regelmatig. De bloesems bloeien middelvroeg en zijn slechts gedeeltelijk zelfbestuivend.

De boom is niet resistent tegen tegen het sharka-virus (Plum Pox Virus = PPV), doch is ook niet erg vatbaar.

'Haganta' is in FruitLent niet aanwezig als zelfstandige boom, doch is door middel van spleetenting op 19 maart 2011 geënt op de reeds aanwezige boom van het ras 'Wignon'. Daarmee is 'Haganta' onderdeel gaan uitmaken van onze multi-culti pruimenboom. De eerste vruchten van 'Haganta' zijn in 2013 geoogst.

vruchten van pruim 'Haganta'   vruchten van pruim 'Haganta'        
vruchten van pruim 'Haganta'   vruchten van pruim 'Haganta'   vruchten van pruim 'Haganta'    
vruchten van pruim 'Haganta'   geoogste vruchten van pruim 'Haganta'        

 

Lazoet ® (ras 4)

'Lazoet' ® is een merknaam, waaronder een aantal verschillende nieuwe pruimenrassen sinds 2007-2008 worden geteeld en op de markt worden gebracht door The Greenery, in samenwerking met PPO Fruit.

Het 'Lazoet' ® concept is ontwikkeld om (ongeveer) dezelfde soort pruim voor langere tijd in de winkelschappen te krijgen. 'Lazoet' ® is namelijk een paraplunaam, die wordt gebruikt voor verschillende rassen die qua uiterlijk en qua smaak sterk op elkaar lijken en daardoor door de consument met elkaar kunnen worden vereenzelfigd. Alle 'Lazoet' ® rassen zijn grootvruchtig, blauw van kleur en zoet van smaak. De 'Lazoet' ® rassen volgen elkaar in rijptijd op, doch lijken op het oog veel op elkaar, waardoor de consument dus denkt met dezelfde pruim te maken te hebben. Door deze opeenvolgende rijptijden, kan de beschikbaarheid van 'Lazoet' ® pruimen worden verlengd tot 12 weken.

Voor retailers heeft het 'Lazoet' ® concept als voordeel dat het niet langer noodzakelijk is om aan de consument bij elk verschillend pruimenras (dat gewoonlijk slechts een beperkte tijd beschikbaar is) een ander verhaal te vertellen. Bij 'Lazoet' ® rassen kan voor de retailer worden volstaan met één verhaal gedurende het gehele pruimenseizoen.

Het 'Lazoet' ® concept begon in 2007-2008 met een achttal telers. Dit aantal neemt nog steeds toe. Het is voor geïnteresseerde telers nog altijd mogelijk om deel te nemen aan het 'Lazoet' ® concept. Met de telers worden afspraken gemaakt over aspecten waaraan de vruchten minimaal moeten voldoen om vermarkt te worden, zoals: de kleur, het minimale formaat en het minimale suikergehalte.

Het concept startte met 4 verschillende rassen, welke werden aangeduid als 'Lazoet ras 1' tot en met 'Lazoet ras 4' en welke elkaar opvolgden in rijpingstijdstip. Van deze aanvankelijk vier verschillende rassen is nummer 3 afgevallen. In 2010 werd een extra ras toegevoegd dat na ras 4 rijpt. Dit ras heeft daardoor de aanduiding 'Lazoet ras 5' gekregen. Er wordt nog steeds gezocht naar nieuwe rassen die in het concept kunnen worden ingevoegd. De 'Lazoet' ® rassen zijn afkomstig uit verschillende veredelingsprogramma’s. De exacte herkomst van deze rassen is slechts bij een handjevol mensen die betrokken zijn bij het 'Lazoet' ® concept bekend. Om het concept te beschermen heeft The Greenery de naam "Lazoet" merkenrechtelijk beschermd (echter uitsluitend via het Benelex merkenbureau). Er is nog geen marketing-website voor de 'Lazoet' ® pruimen beschikbaar.

Uit de 'Lazoet' ® serie is ras 4 in FruitLent aanwezig.

Ras 4 geeft zeer grote elliptische tot eivormige vruchten (90-110 gram). Deze zijn donkerblauw tot soms bijna zwart van kleur en hebben een matige tot soms dikke waslaag. De vruchten vertonen duidelijke lenticellen en hebben een vrij diepe lengtegroef. Ze zijn weinig of niet gevoelig voor verruwing en zijn niet gevoelig voor scheuren. Het vruchtvlees is vrij zacht, geelgroen van kleur, vrij grof en zeer sappig. De steen zit vast tot half vast in het vruchtvlees. Het suikergehalte is goed (15 tot 19 % Brix), maar in sommige jaren niet zo hoog.

De vruchten blijken helaas gevoelig voor gomvorming op en in de vruchten. Vruchten met gom zijn aan de vorm gemakkelijk te herkennen; ze hebben vrijwel zonder uitzondering een bobbel of bult aan de neus van de vrucht. Bij opensnijden hebben ze een holte naast de steen. De gomvruchten zijn in juli aan de boom al te herkennen en kunnen dan handmatig worden verwijderd.

De pluktijd bevindt zich in de periode eind augustus t/m half september. Het oogstvenster is echter vrij kort, want de vruchten worden vrij snel te rijp indien ze te lang aan de boom blijven hangen. De vruchten zijn redelijk goed bewaarbaar, doch tijdens bewaring en uitstal wordt de vrucht wel wat slap en rimpelig.

Ras 4 heeft een relatief gemakkelijke boom. De groei is matig sterk en steil en de takken bekleden van
nature goed. De rechtopgaande takken dienen in de eerste jaren uitgebogen te worden tot een hoek
van 45° voor betere bloemknopvorming. De bladeren hebben een vrij lichtgroene bladkleur. De productie van ras 4 kan wat onregelmatig zijn. Dit komt mogelijk door een niet optimale bestuiving, aangezien kruisbestuiving voor dit ras noodzakelijk is. De bloesems van ras 4 bloeien vroeg.

'Lazoet' ® ras 4 is in FruitLent niet aanwezig als zelfstandige boom, doch is door middel van spleetenting op 26 maart 2012 geënt op de reeds aanwezige boom van het ras 'Wignon'. Daarmee is 'Lazoet' ® ras 4 onderdeel gaan uitmaken van onze multi-culti pruimenboom. De eerste vruchten van 'Lazoet' ® ras 4 zijn in 2013 geoogst.

vruchten van pruim 'Lazoet' ® ras 4   geoogste vruchten van pruim 'Lazoet' ® ras 4        
Miragrande

Dit ras werd in het Forschungsanstalt Geisenheim in Geisenheim / Rheingau (Duitsland) geselecteerd uit een kruising van 'Mirabelle von Herrenhausen' met 'Gele Kwets'. De kruising werd in 1994 gemaakt. De selectie stond aanvankelijk bekend onder kwekersnummer 'P 53-71-1995' en werd daarna in het begin van deze eeuw geïntroduceerd onder de naam 'Miragrande'. Van hetzelfde onderzoeksinstituut komt ook het ras 'Bellamira', die ongeveer gelijktijdig werd geïntroduceerd.

'Miragrande' wordt gerekend tot de mirabellen, doch de vruchtjes zijn met circa 21 gram veel groter dan die van de klassieke mirabellen. Door de groengele kleur en de breed-ronde vorm hebben de vruchtjes van 'Miragrande' qua uiterlijk veel weg van die van het bekende ras 'Reine Claude verte'. De vruchten kunnen aan de zonzijde rode stipjes krijgen.
Zoals bij mirabellen gebruikelijk is, hebben de vruchten van 'Miragrande' zoet vruchtvlees met een los liggende steen. Het vruchtvlees is echter niet zo vast als dat van 'Bellamira'. De vruchten rijpen in de tweede helft van september, ongeveer twee tot drie weken later dan 'Bellamira'. Bij de eerste oogst in FruitLent, In 2013, bleek echter dat de vruchten reeds eind augustus rijp beginnen te worden.

Door de late rijping kunnen de vruchten aangetast worden door de tweede generatie van de pruimenmot, waardoor wormpjes in de vruchten aanwezig kunnen zijn. Bestrijding van de pruimenmot is voor dit ras derhalve aan te bevelen.

Rijpe vruchten zitten vast aan de boom en zijn weinig gevoelig voor scheuren. Daardoor kunnen ze lang aan de boom blijven hangen, doch iets minder lang dan die van 'Bellamira'. Het suikergehalte is (zeer) hoog, doch wel iets lager dan van 'Bellamira'. De vruchten zijn in principe geschikt voor verse consumptie, doch met name voor allerlei vormen van verwerking. Uit uitgevoerde testen bleek dat de vruchten van 'Miragrande' iets lager scoren dan die van 'Bellamira'.

'Miragrande' groeit sterk en vertakt goed, doch de vertakking en de vorming van kort zijhout is wat minder sterk dan bij 'Bellamira'. De bomen komen vroeg in productie (al vanaf het tweede jaar) en de gevoeligheid voor beurtjaren is gering. Bloemknoppen worden niet alleen gevormd op het overjarige hout, maar ook overdadig op het éénjarige hout. De bloesems bloeien vroeg en zijn zelfbestuivend.

Wij zijn van mening dat het ras 'Miragrande' nooit geïntroduceerd had mogen worden. Hier zijn twee redenen voor:

Ten eerste is 'Miragrande' ongeveer gelijktijdig geïntroduceerd met de andere grootvruchtige mirabel 'Bellamira', doch 'Miragrande' is van deze twee nieuwe rassen duidelijk de mindere. Er bestond dus geen noodzaak om 'Miragrande' ook te introduceren.

Ten tweede rijpen de vruchten van 'Miragrande' ongeveer gelijk met die van het beroemde ras 'Reine Claude verte' en zijn deze in geoogste toestand qua uiterlijk zelfs voor ons nauwelijks van elkaar te onderscheiden (zie ook de foto rechtsonder). De eetkwaliteit van 'Miragrande' is echter duidelijk minder. Het gevaar bestaat dus dat vruchten van 'Miragrande' op de markt kunnen worden gebracht als 'Reine Claude verte' en/of dat consumenten deze als 'Reine Claude verte' denken te herkennen en dat daarmee de goede naam van de 'Reine Claude' wordt aangetast.

Miragrande' is in FruitLent niet aanwezig als zelfstandige boom, doch is door middel van spleetenting op 19 maart 2011 geënt op de reeds aanwezige boom van het ras 'Wignon'. Daarmee is 'Miragrande' onderdeel gaan uitmaken van onze multi-culti pruimenboom.

vruchten van pruim 'Miragrande'   vrucht van pruim 'Miragrande'   geoogste vruchten van pruim 'Miragrande'    
Thames Cross

In Frankrijk ook wel bekend als 'Prune de Miel' (Frans voor "honingpruim").

Dit ras werd door G.T. (George) Spinks op het Long Ashton Research Station (Bristol, Verenigd Koninkrijk) in 1925 gekweekt uit een kruising van 'Coe's Golden Drop' met 'Giant Prune' en werd vervolgens in 1938 geselecteerd.

'Thames Cross' geeft zeer grote groengele vruchten die door hun langwerpige vorm qua type lijken op een kwets. Bij volledige rijping kunnen ze aan de zonzijde een lichte roze blos krijgen. Het vruchtvlees is gemiddeld stevig en zeer sappig. Zoals bij alle geelvruchtige rassen, zijn beschadigigen van de schil goed zichtbaar, hetgeen een commerciële beperking oplevert. De vruchten rijpen laat, omstreeks medio september, en zijn met name bedoeld voor verse consumptie.

Elders op internet wordt de smaak omschreven als zoet met een rijk aroma dat wel wordt omschreven als dat van honing. Wij zijn echter van mening dat het zeer sappige vruchtvlees meer waterig van smaak is, zonder een al te opvallend aroma. De vruchten hebben met hun vruchtgewicht tot 150 gram per stuk wel een zeer indrukwekkende grootte !

De bomen groeien middelmatig krachtig met een opgerichte groeiwijze. De productie vangt al op jonge leeftijd aan. De bloesems bloeien middentijds tot laat en zouden gedeeltelijk zelfbestuivend zijn.

'Thames Cross' is in FruitLent niet aanwezig als zelfstandige boom, doch is door middel van spleetenting op 19 maart 2011 geënt op de reeds aanwezige boom van het ras 'Wignon'. Daarmee is 'Thames Cross' onderdeel gaan uitmaken van onze multi-culti pruimenboom. De eerste vruchten van 'Thames Cross' zijn in 2013 geoogst.

vruchten van pruim 'Thames Cross'   vruchten van pruim 'Thames Cross'   geoogste vruchten van pruim 'Thames Cross'    
Topgigant Plus

Dit ras werd in het Forschungsanstalt Geisenheim in Geisenheim / Rheingau (Duitsland) onder leiding van professor Helmut Jacob geselecteerd uit een kruising van 'Cacanska Najbolja' (ook wel: 'Cacaks Beste') met 'President'. De kruising werd in 1993 gemaakt. De selectie stond aanvankelijk bekend onder kwekersnummer 'P 35-35-1994' en werd daarna in het begin van deze eeuw geïntroduceerd onder de naam 'Topgigant Plus'.

Zoals de naam van dit ras al doet vermoeden, geeft 'Topgigant Plus' vruchten die zeer groot van formaat worden: gemiddeld 90 tot wel 140 gram zwaar. De grootste vruchten wegen 160 gram. De vruchten zijn van het type kwets, ovaal van vorm en blauw van kleur met sterke waslaag.
Het stevige vruchtvlees is sappig, lichtgeel van kleur en heeft een tamelijk goede friszure smaak. De steen ligt los in het vruchtvlees. De vruchten rijpen omstreeks eind augustus, doch vallen niet heel snel van de boom. Hierdoor kan de oogstperiode worden verlengd, omdat de rijpe vruchten nog even kunnen blijven hangen. De vruchten zijn goed bewaarbaar en transporteerbaar. Ze zijn geschikt voor verse consumptie, doch zijn door hun grote formaat minder geschikt voor het gebruik op taarten en vlaaien.

De boom groeit middelsterk tot sterk. Er worden bloesems op het éénjarige en op het meerjarige hout gevormd. De bloesems bloeien middelvroeg en zijn gedeeltelijk zelfbestuivend, zodat de vruchtzetting derhalve verbetert bij kruisbestuiving. De bomen komen na het planten snel in productie, ze dragen redelijk en tamelijk regelmatig. Vruchtdunning kan noodzakelijk zijn.

De boom is weinig vatbaar voor het sharka-virus (Plum Pox Virus = PPV).

'Topgigant Plus' is in FruitLent niet aanwezig als zelfstandige boom, doch is door middel van spleetenting op 19 maart 2011 geënt op de reeds aanwezige boom van het ras 'Wignon'. Daarmee is 'Topgigant Plus' onderdeel gaan uitmaken van onze multi-culti pruimenboom. De eerste vruchten van 'Topgigant Plus' zijn in 2013 in FruitLent geoogst.

vrucht van pruim 'Topgigant Plus'   vruchten van pruim 'Topgigant Plus'        
vruchten van pruim 'Topgigant Plus'   geoogste vruchten van pruim 'Topgigant Plus'        
Washington

Ook bekend als ‘New Washington’, ‘Bolmar’, ‘Bolmar’s Washington’, ‘Franklin’, ‘Irving's Bolmar’, ‘Philippe Premier’, ‘Jackson’, ‘Washington Jaune’ en ‘Parker's Mammoth’.

Dit is een oud ras, waarvan de exacte herkomst niet helemaal zeker is. Volgens een bron zou het ras zijn ontstaan als een zaailing (van het type ‘Reine Claude’), welke zaailing omstreeks 1790 werd gezaaid door William Prince op de Prince’s Nursery in Flushing (New York).
Volgens een andere bron zou het ras ontstaan zijn op de boerderij van de heer Delancey (gelegen op de huidige locatie van de wijk Bowery in Manhattan, New York) als een uitloper van de onderstam van een ‘Reine Claude’-boom, welke boom werd gedood door blikseminslag of storm. Een worteluitloper zou in 1814 op de markt zijn gekocht door de heer Bolmar. Deze uitloper zou omstreeks 1818 bij hem voor het eerst vruchten hebben gedragen, die door de voortreffelijke kwaliteit meteen de aandacht trokken. In 1821 werd de variëteit door Dr. Hosack naar de Horticultural Society in Londen verzonden, van waaruit ze verder werd verspreid.

Welke van de twee bovenstaande versies dan ook (on)juist is, vast staat daarmee in ieder geval wel:
- dat de oorsprong moet worden gevonden nabij New York (USA), en:
- dat deze ontstaan is rondom de eeuwwisseling van de 18-de op de 19-de eeuw, en:
- dat een boom van he type 'Reine Claude' aan de basis van het ras staat.

‘Washington’ geeft middelgrote vrijwel ronde tot licht ovale vruchten. De schil is geelgroen van kleur, met een dauwlaag en met aan de zonzijde rode vlekjes. Het vruchtvlees is groengeel tot geel van kleur, vrij stevig, zeer sappig, zoet van smaak met een fijn aroma van het type ‘Reine Claude’. De steen laat gemakkelijk los uit het vruchtvlees. Rijptijd omstreeks begin september.

De boom groeit sterk, vormt een vrij grote, brede, min of meer platronde kroon. Vatbaar voor loodglans, doch verder gezond. De bloesems bloeien middentijds en zijn niet zelfbestuivend. ‘Washington’ staat er om bekend dat het langere tijd kan duren voordat de bomen gaan dragen en ook op latere leeftijd is de productiviteit vaak te onregelmatig en te mager.

Ondanks de zeer goede eetkwaliteit van de vruchten, is dit ras al vele decennia nagenoeg verdwenen vanwege de matige en laat intredende productiviteit.

In vroeger tijden werd het ras ‘Reine Claude d’Oullins’ ook wel aangeplant onder de foutieve naam ‘Washington’.

'Washington' is in FruitLent niet aanwezig als zelfstandige boom, doch is door middel van spleetenting op 26 maart 2012 geënt op de reeds aanwezige boom van het ras 'Wignon'. Daarmee is 'Washington' onderdeel gaan uitmaken van onze multi-culti pruimenboom. De eerste vruchten zijn in 2014 geoogst.

rijpe vrucht van 'Washington'   binnenzijde rijpe vrucht van 'Washington'        
Wignon (RGF)

Dit is een lokaal ras uit de regio van Huy, Wallonië, België. Het ras werd via het RGF-programma opnieuw geïntroduceerd.
Lees hier meer over de RGF-rassen.

'Wignon' geeft ovale vruchten die naar de steel toe taps toelopen. De vruchten zijn van gemiddelde grootte (circa 35 à 45 gram) en roodpaars van kleur. Het geel gekleurde vruchtvlees is gemiddeld sappig en tamelijk goed van smaak. De steen ligt los in het vruchtvlees. Geschikt voor verse consumptie en voor verwerking. Rijpt in de tweede helft van september. De vruchten vallen in het rijpe stadium niet erg snel van de boom. Als de vruchten lang aan de boom hangen, dan kunnen zij rondom de steel (op het taps toelopende gedeelte van de vrucht) enigszins indrogen; dit kenmerk zien we ook wel bij sommige kwetsenrassen. Geheel uitgerijpte vruchten verkrijgen een suikergehalte van circa 20% Brix.

De boom groeit aanvankelijk zeer krachtig met dikke en sterk opgaande scheuten. Vanwege de dikke scheuten die kaarsrecht omhoog groeien is dit ras ook geschikt om te dienen als tussenstam bij de opkweek van hoogstambomen. De boom vormt een nogal open kroon, waarbij de takken omhoog groeien en aan de basis de neiging hebben om te verkalen. De bloesems bloeien vrij laat en zijn zelfbestuivend. Alhoewel de boom redelijk vruchtbaar is, valt de totaalproductie gewoonlijk tegen als gevolg van de specifieke groeiwijze (open kroon met sterk verkalende takken).

Volgens de gegevens uit het RGF-programma is 'Wignon' weinig tot gemiddeld vatbaar voor monilia. Door de late rijping kunnen de vruchten aangetast worden door de tweede generatie van de pruimenmot, waardoor wormpjes in de vruchten aanwezig kunnen zijn. Bestrijding van de pruimenmot is voor dit ras derhalve aan te bevelen.

De boom in FruitLent is geënt op onderstam 'St. Julien A' en is in oktober 2005 geplant. De boom droeg in 2007 voor het eerst enkele vruchten. Van de vier RGF-pruimenrassen die in onze collectie zijn opgenomen, zijn wij van mening dat 'Wignon' de minst bruikbare is, onder andere vanwege de moeilijk te vormen boom. Daarom hebben we de meeste takken van deze boom afgezaagd en omgeënt met diverse andere laatrijpende rassen. Daarmee is onze multi-culti pruimenboom ontstaan.

bloesems van 'Wignon'   vruchten van 'Wignon'   vruchten van 'Wignon'    
vruchten van 'Wignon'   vruchten van 'Wignon'   geoogste vruchten van 'Wignon'    
 

 

pruimenbomen in FruitLent