Extra informatiebox FruitLent



 
 

 

Phytophthoraresistentie bij tomaten


Achtergronden van de aardappelziekte

De aardappelziekte is een schimmelziekte met de wetenschappelijke naam Phytophthora infestans. Deze is er de oorzaak van dat de oogst van buitentomaten in Nederland in veel jaren geheel of grotendeels verloren gaat. In periodes van regenval worden de planten bovengronds nat en raken ze geïnfecteerd met de schimmelziekte. Enige tijd later verschijnen de aanvankelijk harde bruine plekken op de vruchten, de bladeren en de stengels. Bij een hevige aantasting kunnen de gehele planten in korte tijd bruin worden en afsterven.

Er is een hardnekkige misvatting onder hobbytuinders dat de aardappelziekte in de bodem achter blijft. Waarschijnlijk komt dit omdat de "aardappelziekte" en de "aardappelmoeheid" met elkaar worden verward. Deze beide ziektes hebben echter niets met elkaar te maken. De aardappelmoeheid is een aaltje (nematode) die inderdaad wel in de bodem achter blijft, maar die alleen aardappelplanten kan aantasten (en bovendien heel andere ziektesymptomen geeft).

De aardappelziekte is een gelegenheidsschimmel uit de groep van de oömyceten die optreedt bij wat lagere temperaturen (12 à 24 graden Celcius) indien de planten bovengronds te lang nat blijven (na een bladnatperiode van 4 à 8 uur).

De aardappelziekte kan zowel aardappelplanten als tomatenplanten aantasten.

Omdat deze oömyceet zich in koude natte zomers snel kan verspreiden, veroorzaakt deze ziekte vooral veel schade in gebieden met een vochtig zeeklimaat (zoals Nederland en België). Verspreiding van ongeslachtige sporen vindt plaats door wind en door regenspatten. Na het binnendringen van de plant duurt het 3 à 5 dagen voordat er nieuwe ongeslachtelijke sporen worden gevormd.

De ziekte kan alleen overleven op levend plantmateriaal. Gewoonlijk overwintert de ziekte in besmette aardappelknollen die achterblijven op het land. Daarom is het belangrijk dat er geen aardappelknollen in het land of op afvalhopen blijven liggen.

Indien er geen directe besmettingsbon aanwezig is, treedt de ziekte later in het seizoen op zodra er sporen in de lucht aanwezig zijn èn de planten bovengronds te lang nat blijven. Zodra aan deze beide voorwaarden is voldaan, dan is besmetting gegarandeerd !

In uitzonderlijke omstandigheden kan de schimmel geslachtelijke sporen vormen, de zogenaamde oösporen. Deze oösporen zijn wel in staat om in de ondergrond aanwezig te blijven. De vorming van oösporen is echter alleen mogelijk indien schimmels van twee verschillende paringstypen (A1 of A2) aanwezig zijn. Er is inmiddels een internationaal netwerk opgezet, waarbij de diverse regionaal aanwezige stammen elk jaar in beeld worden gebracht. Gewoonlijk vindt reproductie echter ongeslachtelijk plaats, zodat de conclusie gerechtvaardigd blijft dat de ziekte gewoonlijk niet in de ondergrond aanwezig blijft.

 

Aardappelziekteresistentie in tomaat

Door plantenveredelaars is binnen de soort tomaat en nauw daaraan verwante soorten gezocht naar genen die de plant resistent maken tegen de aardappelziekte. Er zijn op dit moment in wilde populaties vier hoofdgenen gevonden en geïdentificeerd (Ph-1, Ph-2, Ph-3 en Ph-5) die resistentie geven tegen de aardappelziekte. Na identificatie worden deze genen via natuurlijke weg ingekruist in gecultiveerde tomaten.

Mogelijk dat er naast de hiervoor genoemde reeds geïdentificeerde hoofdgenen nog andere hoofdgenen zijn, die nog nader moeten worden geïdentificeerd. Ook zijn er nog andere (zogenaamde kwantitatieve) genen die per stuk een kleinere bijdrage geven tot de resistentie van één van de hoofdgenen.

Lees hier achtergrondinformatie over de bekende hoofdgenen Ph-1, Ph-2, Ph-3 en Ph-5.

Er zijn bij de genoemde genen Ph-1, Ph-2, en Ph-3 fysio's van de schimmelziekte bekend die in staat zijn gebleken om de resistente te doorbreken. Indien de schimmelziekte de resistentie heeft doorbroken, kan de plant geen weerstand meer bieden tegen de schimmelziekte en heeft de resistentie dus geen nut meer. Resistente planten zijn dan net zo vatbaar geworden als niet-resistente planten. Van het Ph-5 gen zijn nog geen fysio's bekend die de resistentie hebben doorbroken, doch het is natuurlijk niet ondenkbaar dat dit zal gebeuren zodra dit gen meer toegepast gaat worden in nieuwe rassen.

Er zijn voorbeelden bekend van rassen die alleen het Ph-2 gen bezitten (zoals 'Legend' en 'West Virginia '63') of rassen die alleen het Ph-3 gen bezitten (zoals 'Plum Regal', 'Philovita' en 'Phantasia'), die in bepaalde gebieden een zeer goede resistentie laten zien tegen de aardappelziekte. In dergelijke gebieden zijn deze resistentiegenen dus nog steeds werkzaam. Er zijn echter ook voorbeelden bekend dat rassen met één resistentiegen toch flink aangetast worden, hetgeen dan een teken is dat de resistentie van één van deze genen is doorbroken.

De kans op het doorbreken van de resistentie is het kleinst bij rassen die verschillende resistentiegenen in zich combineren. Tot nu toe blijkt de resistentie in tomatenrassen die de genen Ph-2 en Ph-3 tegelijkertijd in zich combineren het beste te werken. Doorbreken van deze gecombineerde resistentie is wel mogelijk, maar de kans daarop is aanzienlijk kleiner. De gecombineerde Ph-2 en Ph-3 resistentie is op dit moment de best beschikbare genetische combinatie in commerciëel verkrijgbare rassen !

Er zijn tot op dit moment echter maar een beperkt aantal rassen beschikbaar met deze gecombineerde resistentie en er komen af en toe zeer mondjesmaat nieuwe rassen bij. Beschikbare rassen zijn: 'Mountain Magic', 'Mountain Merit', 'Mountain Rouge', 'Damsel', 'Defiant', 'Iron Lady', 'Crimson Crush', 'Crimson Cherry', 'Crimson Beefsteak', 'Gardeners Sweetheart', 'Brandywise' (deze laatste niet te verwarren met 'Brandywine' !).
Het is in Nederland en België helaas niet mogelijk om zaden te bemachtigen van alle hier genoemde rassen (we doen in FruitLent pogingen om zo veel mogelijk van deze rassen in onze collectie te hebben).

De ingekruiste resistentiegenen worden helaas niet bij elk resistent ras kenbaar gemaakt. Soms omdat dit niet met zekerheid bekend is, maar soms ook omdat de veredelaar heeft besloten om deze informatie voor zichzelf te houden. In dergelijke gevallen moeten we er dus soms naar gissen hoe de resistentie van een bepaald ras is opgebouwd. In de meeste gevallen is de resistentie echter slechts op één gen gebaseerd, waardoor de resistentie in de praktijk tegen kan vallen. Soms worden rassen ook als "resistent" aangeboden, terwijl dit helemaal niet zo is: dat is natuurlijk een kwalijke zaak !

De resistentie tegen de aardappelziekte is in tomaten niet absoluut van aard. Ook rassen met de gecombineerde resistentie Ph-2 + Ph-3 kunnen onder langdurige ongunstige omstandigheden toch aangetast worden, met name indien de beide resistentiegenen heterozygoot aanwezig zijn (en dat is bij de huidige F1-hybride rassen vrijwel altijd het geval). Een aantasting hoeft dan dus geen teken te zijn dat de resistentie is doorbroken, maar is een teken dat de infectiedruk zeer hoog is geworden en de resistentie niet absoluut werkt. De resistentie vertraagt namelijk de ontwikkeling van de schimmelziekte en de schimmel kan zich op resistente rassen minder goed vermeerderen. Bij het gebruik van dergelijke resistente rassen zal het begin van de aantasting pas later in het seizoen optreden en zal de aantasting minder hevig zijn. De planten blijven dus langer gezond dan die van niet-resistente rassen, waardoor in een buitenteelt toch een goede oogst kan worden behaald.

 

Beheersen van de aardappelziekte in tomaat

Er zijn verschillende manieren om de aardappelziekte het hoofd te bieden. Er is geen enkele gouden tip die onder alle denkbare omstandigheden 100% werkt, maar met de onderstaande richtlijnen komt u een heel eind !

  1. Teelttechnische maatregelen:
    De ziekte kan worden voorkomen of worden beperkt door bepaalde teelttechnische maatregelen. Bruikbare teelttechnische maatregelen zijn:
    a. Zorgen dat de ziekte niet kan overwinteren op levend plantmateriaal (met name aangetaste aardappelknollen !). Overwinteren op dood plantmateriaal is onmogelijk.
    b.

    Uitplanten in een kas of tunnelkas. Normaliter heeft u in de kas of tunnelkas geen last van de aardappelziekte.
    In de buitenteelt kunnen de planten worden voorzien van plastic overkapping, zodat de bovengrondse delen bij regen niet nat kunnen worden.
    Het omhullen van de planten met een plastic hoes heeft juist een averrechts effect; de planten kunnen dan niet meer doorluchten en blijven juist langer nat !

    c. De planten altijd onderlangs water geven !
    d. Het verwijderen van de bladeren dicht bij de grond en het uitdunnen van enkele overige bladeren, zodat de planten goed kunnen doorluchten en sneller opdrogen.
    e. Geen rassen kiezen met een compacte plantopbouw, ofwel bij deze rassen bladeren uitdunnen.
    f. Verwijderen van aangetaste delen. Werkt alleen bij geringe infectie, kansloos bij heftige infectie.

  2. Chemische bestrijding
    Na een natte periode kunt u preventief spuiten met een geschikt chemisch middel, maar dat moet u natuurlijk willen. Ook onder ongunstige omstandigheden kan een regelmatige preventieve behandeling de planten gezond houden tot ver in het najaar;

  3. Resistente rassen
    Kies bij voorkeur de beste nieuwe Phytophthora-resistente rassen (met de gecombineerde resistentie Ph-2 + Ph-3);

  4. Zeer vroeg rijpende struiktomaten
    Sommige tomatenhobbyisten kiezen ervoor om rassen te planten van zeer vroeg rijpende struiktomaten, waarvan de gehele oogst vrijwel in één keer rijp wordt. Deze rassen hebben weliswaar geen specifieke resistentie tegen de aardappelziekte, doch doordat van deze rassen de gehele oogst vrijwel in één keer rijp wordt vóórdat de aardappelziekte heeft toegeslagen, kun je de oogst in één keer verwerken tot bijvoorbeeld tomatenpuree;

  5. Combinatie van 3 + 1
    Een combinatie van maatregelen werkt altijd het beste, zoals: het gebruik van de beste resistente rassen die dan buiten onder een overkapping worden opgekweekt.