Extra informatiebox FruitLent



 
 

 

Verschillende typen astringentie bij kaki


Van origine bevatten de vruchten van de kaki - zelfs wanneer ze mooi oranje-rood gekleurd zijn en dus plukrijp zijn- een zeer hoog gehalte aan tannine, waardoor de vrucht bijzonder wrang smaakt en in deze toestand niet eetbaar is. De vrucht moet narijpen en geheel zacht worden waardoor de tanninen volledig verdwijnen en de vrucht de bekende zoete en aromatische smaak verkrijgt.

In de duizenden jaren dat de kaki reeds in cultuur is, zijn er door selectie echter rassen ontstaan waarbij deze eigenschap werd veranderd. Er wordt nu onderscheid gemaakt tussen vier verschillende typen, welke worden aangeduid met de lettercodes PVA, PCA, PVNA en PCNA.

Om deze lettercodes te verklaren verdelen we de kaki's eerst in twee hoofdcategoriën:
  • de categorie die astringente (wrange) vruchten draagt, waarbij de astringentie verdwijnt op het moment dat de vruchten geheel zacht (rijp) zijn, en:
  • de categorie die non-astringente vruchten draagt die daardoor ook in harde toestand al kunnen worden gegeten.

De astringente rassen zijn beter aangepast aan koudere gebieden. De non-astringente rassen hebben warme zomers nodig, en de vruchten zullen toch enige astringentie vertonen indien ze in koudere gebieden worden geteeld.

Binnen beide genoemde categoriën bestaan vervolgens rassen waarvan het vruchtvlees:

  • wel wordt beïnvloed door bestuiving (pollination variant), of:
  • niet wordt beïnvloed door bestuiving (pollination constant).

In feite zijn het overigens de gevormde zaden (en derhalve niet de bestuiving zelf) die het vruchtvlees beïnvloeden.

De PVA (pollination-variant astringent) rassen hebben na bestuiving donkerder gekleurd vruchtvlees rondom de zaden.

De kleur van het vruchtvlees van de PCA (pollination-constant astringent) rassen wordt niet beïnvloed door bestuiving.

De vruchten van PVNA (pollination-variant non-astringent) rassen kunnen alleen hard worden gegeven indien er in de vrucht (voldoende) zaden aanwezig zijn, dus bestoven zijn. Zaden scheiden namelijk een stof af die de tannines afbreekt en de vrucht hard eetbaar maakt. Wanneer er weinig zaden zijn kan het soms voorkomen dat slechts het gedeelte van de vrucht waar de zaden zitten hard eetbaar is, de rest smaakt wrang. Niet bestoven parthenocarpe vruchten van het PVNA-type gedragen zich als vruchten van het PCA-type en hebben in onrijpe toestand dus een wrange smaak zijn derhalve pas eetbaar als de vruchten volledig rijp zijn.

De vruchten van PCNA (pollination-constant non-astringent) rassen zijn al eetbaar indien het vruchtvlees nog hard is, ongeacht of er zaden aanwezig zijn of niet. Het zal duidelijk zijn dat het PCNA-kenmerk bij kaki-rassen de meest gewenste eigenschap is, doch deze rassen blijken minder geschikt voor koude teeltgebieden.