© FruitLent

EXCLUSIEVE VRUCHTENTUIN OP DE RAND VAN DE STAD

   >> HOME      >> FRUITGEWASSEN
   
       
  OVERIGE FRUITGEWASSEN   © FruitLent
 

 

 

   
 

In deze rubriek vindt u alle in FruitLent aanwezige fruitgewassen die niet uitgebreid in één van de overige rubrieken worden omschreven. Het zijn de gewassen die in FruitLent een geringe betekenis hebben. Het gaat daarbij om de navolgende gewassen:

 

Aalbessen

De aalbes wordt meestal tot de botanische soort Ribes rubrum gerekend, doch de meeste cultuurrassen zijn in werkelijkheid ontstaan uit soortkruisingen tussen Ribes multiflorum, Ribes petraeum en Ribes rubrum. De gecultiveerde aalbessen worden ook wel aangeduid als Ribes sativum (sativum betekent gecultiveerd).

De wetenschappelijke geslachtsnaam Ribes is waarschijnlijk afgeleid van het Arabische woord "ribas", wat zo veel betekent als "zuur smakende plant".

De aalbes wordt in het Nederlandse spraakgebruik al naar gelang de kleur van de bessen onderverdeeld in rode bessen, witte bessen en roze bessen (deze laatste zijn zeldzaam). In botanisch opzicht bestaat er echter geen enkel verschil tussen rode, witte en roze bessen. De zwarte bes wijkt wel af van de aalbes; deze behoort namelijk tot een andere botanische soort met de naam Ribes nigrum.

In FruitLent staan enkele aalbessenstruikjes, welke in enkelvoudige spil of op stam worden opgekweekt. Er is in FruitLent ervaring opgedaan met de navolgende rassen:

'Red Lake': Dit ras is afkomstig is van de Agricultural Experiment Station van de University of Minnesota (Verenigde Staten) en is in 1933 geïntroduceerd. Het ras rijpt middentijds en geeft een redelijke productie aan lange los gevormde trossen met grote rode bessen. De bessen vallen ten opzichte van andere rassen op door de opvallend zoete smaak. Daardoor wordt 'Red Lake' ook wel gewaardeerd door mensen die andere bessen niet aangenaam vinden. Uit onderzoek is gebleken dat niet een hoge concentratie aan vruchtensuikers de oorzaak is voor de zoete smaak, maar juist het lage gehalte aan zuren. Helaas is het ras wat vatbaarder voor de Amerikaanse kruisbessenmeeldauw (Spaerotheca mors-uvae). Het ras wordt commerciëel niet of nauwelijks meer geteeld, maar is voor particuliere tuinen waardevol vanwege de zeer goede smaak.
Onze struik van 'Red Lake' wilde in het voorjaar van 2015 niet meer uitlopen, zodat dit ras sinds dat moment niet meer in de collectie van FruitLent aanwezig.

'Albatros': Dit is een witte bessenras welke afkomstig is van de Texelse kleinfruitteler Leen Huisman uit Den Burg. Het ras is onstaan in 1975 en is in 1990 geïntroduceerd. In de beginjaren werd dit ras ook wel 'Witte van Huisman' genoemd. Dit ras is als toevalszaailing ontstaan in een aanplant van 'Red Lake'. Het ras lijkt daarom in alle opzichten op 'Red Lake', met dien verstande dat de bessen en de trossen iets kleiner zijn dan van het moederras, doch wel groter dan van de ouderwetse witte bessenrassen (zoals 'Witte Parel'). Net als 'Red Lake' heeft ook 'Albatros' een heel goede smaak en is deze ook wat vatbaarder voor de Amerikaanse kruisbessenmeeldauw. Door de zeer goede smaak waardevol voor particuliere tuinen.
Het struikje van 'Albatros' is in de zomer van 2011 abusievelijk omgereden met de maaimachine, doch in november 2015 is een nieuwe geplant, waardoor vanaf dat moment weer een struikje van 'Albatros' in de collectie van FruitLent aanwezig is.

'Gloire des Sablons': Dit ras is een roze bes van Franse herkomst (1854). Het ras rijpt tamelijk vroeg tot middentijds en geeft een goede opbrengst met middellange trossen met tamelijk grote lichtroze doorschijnende bessen met een laag zuurgehalte. Net als de twee bovenomschreven rassen smaken de bessen zeer goed.
Roze bessen zijn een zeldzame verschijning: omdat er van de zijde van consumenten weinig belangstelling is voor dergelijke vaalroze bessen, worden ze beroepsmatig (vrijwel) niet geteeld. Het is derhalve een echte liefhebbersplant.

'Red Poll': Dit ras is ontwikkeld door Horticultural Research International in Warwick (Verenigd Koninkrijk) uit een kruising van 'Red Lake' met een selectie welke is onstaan uit Ribes longeracemus x Ribes multiflorum. Het ras valt op door de extreem lange trossen. Met name bij jonge struiken zijn de trossen zeer lang (40 tot 60 bessen per tros, ofwel 15 tot 20 cm lang), maar ook aan het oudere hout worden nog redelijk lange trossen gevormd. De tamelijk donkerrode bessen rijpen laat en hebben een zure smaak. Het ras is weinig gevoelig voor bloem- en vruchtrui. 'Red Poll' is resistent tegen bladvalziekte, maar in de eerste groeijaren enigszins vatbaar voor meeldauw op de jonge scheuten. In het najaar van 2015 is 'Red Poll' uit de collectie van FruitLent verwijderd.

'Jonkheer van Tets': Dit ras is omstreeks 1931 geselecteerd uit een kruising tussen 'Fay's Prolific' en een onbekend ras, door de heer J. Maarse uit Schellinkhout (een bekende Nederlandse bessenveredelaar). Nadat het ras in 1941 was geïntroduceerd, werd 'Jonkheer van Tets' zowel in binnen- als buitenland één van de belangrijkere rassen. Dit komt omdat het ras van alle bruikbare rassen het vroegst rijpt, namelijk al eind juni tot begin juli. Ook vandaag de dag heeft dit ras zijn waarde daardoor nog steeds weten te behouden. Goede opbrengst met tamelijk lange trossen met tamelijk grote mooie helderrode bessen. De bessen zijn matig stevig (tamelijk teer) en hebben een vrij goede smaak en aroma. Geschikt voor verse consumptie en voor verwerking; na verwerking goede sapkleur. Redelijke plukbaarheid. Beperkte bewaarbaarheid. Helaas zijn de bessen regengevoelig. De struiken groeien krachtig met stevige opgaande takken, bloeien vroeg en zijn matig vatbaar voor bladvalziekte.

'Rolan': Dit ras werd op het Centrum voor Plantenveredelings- en Reproductieonderzoek (CPRO) te Wageningen in 1969 geselecteerd uit een kruising tussen de rassen 'Jonkheer van Tets' en 'Rosetta' en werd vervolgens in 1981 geïntroduceerd. Dit is een sterk groeiend ras met een goede productiviteit en een middentijdse rijptijd (medio tot eind juli). Geeft lange tot zeer lange trossen met tamelijk stevige grote lichtrode bessen die een goede licht zure smaak hebben. Geschikt voor verse consumptie. De plukbaarheid van de trossen is tamelijk goed. Matige regengevoeligheid. De struiken groeien krachtig, opgaand, bloeien laat en zijn tamelijk vatbaar voor bladvalziekte. Ondanks dat 'Rolan' vanwege de goede smaak voor de hobbytuinder een goed ras is, wordt deze beroepsmatig niet veel geteeld vanwege de lichtere kleur van de bessen.

'Zitavia': Dit witte bessenras is als toevalszaailing gevonden door de heer J. Hampel in Zittau (destijds DDR) en is sinds 1976 in de handel. De struiken van 'Zitavia' groeien sterk, zijn goed productief, geven zeer lange trossen met tamelijk grote gele bessen met een goede smaak. De bloei valt zeer vroeg, verloopt onregelmatig en duurt lang. De trossen zijn soms niet goed gevuld door vruchtrui in het midden van de tros. De bessen rijpen al zeer vroeg in het seizoen: ongeveer gelijk met die van het bekende zeer vroeg rijpende rode bessenras 'Jonkheer van Tets'. 'Zitavia' is tamelijk vatbaar voor bladvalziekte, doch weinig vatbaar voor meeldauw en bloedblaarluizen.

'Jola': Op de markt gebracht door Häberli Fruchtpflanzen AG in Neukirch-Egnach (Zwitserland). Laat tot zeer laat rijpend ras met zeer lange los gevormde trossen met grote donkerrode bessen. Rijpe bessen zijn lang houdbaar aan de struik. De trossen plukken gemakkelijk door de lange trossteel. De bessen hebben een krachtig aroma en een relatief laag zuurgehalte en smaken daardoor behoorlijk goed. Helaas vallen de pitten wel behoorlijk op. De struiken groeien sterk en rechtop en zijn zeer productief. Weinig gevoelig voor vruchtrui en weinig vatbaar voor bladvalziekte.

'Telake': In 1991 geselecteerd door Josef Kiefer van Baumschule Kiefer in Ortenberg (Duitsland), uit een kruising van 'Jonkheer van Tets' en 'Red Lake' (zie de keuze van de rasnaam). Vervolgens omstreeks 2003 in de handel gebracht door Häberli Fruchtpflanzen AG in Neukirch-Egnach (Zwitserland).
'Telake' rijpt vroeg, namelijk 5 tot 7 dagen na het bekende zeer vroeg rijpende ras 'Jonkheer van Tets' en nog vóór 'Red Lake'. Lange trossen met een relatief lange steel. Grote helderrode stevige bessen. Weinig gevoelig voor vruchtrui en weinig gevoelig voor barsten bij regen. Zeer goede smaak, als gevolg van een laag zuurgehalte. De struiken hebben een open groeiwijze en lopen vroeg uit, met een middellate bloei. Hoge opbrengst.

'Detvan': Dit ras is afkomstig van het Research Institute of Fruit and Decorative Trees (RIFDT) in Bojnice (destijds Tsjechoslowakije, nu Slowakije) en is in 1985 geselecteerd uit een kruising van 'Jonkheer van Tets' met 'Heinemann's Rote Spätlese'. Rijpt middentijds. Middelgrote tot grote uniforme donkerrode stevige bessen aan lange tot zeer lange dunne trossen. Rijpe bessen zijn lang houdbaar aan de struik. De trossen hebben lange stelen en plukken daardoor gemakkelijk. Aromatische maar wat zurige smaak. Zeer sterke groeikracht, wat breed uitgroeiend, grote bladeren. Houdt van langere snoei. Gemiddelde tot sterke gevoeligheid voor vruchtrui. Weinig gevoelig voor barsten bij regen. Weinig vatbaar voor meeldauw. Aanvang productie wat later, daarna hoge en stabiele opbrengsten.

'Jules': Dit is een roze bessenras die in 1993 werd gevonden als een sport in een partij stekken van het Nederlandse rode bessenras 'Rotet'. De afwijkende stek werd in België gevonden door een zekere Jules die de stekken van 'Rotet' had ontvangen van Marc Geens (Kruisbessen Proeftuin te Zomergem, België). Eén van de stekken bleek bessen in een afwijkende kleur te geven. De stek werd daarom aan Marc Geens teruggegeven, die deze vervolgens verder heeft vermeerderd en als 'Jules' in de handel heeft gebracht. Deze naam verwijst derhalve naar de ontdekker ervan.
Het ras rijpt in juli en geeft lange trossen die los bezet zijn met grote lichtroze doorschijnende bessen. Niet alle bessen verkleuren egaal roze, aangezien sommige bessen van dichtbij donkerder stippen kunnen vertonen. De smaak staat te boek als mild, aromatisch, met een laag zuurgehalte. De smaak zou daardoor heel goed zijn en zou daarmee ook afwijken van 'Rotet', waarvan de bessen behoorlijk zuur kunnen zijn.
Mogelijk dat het bij 'Jules' gaat om een chimaere; dit gelet op de donkerder stippen op sommige van de bessen, en ook gelet op het feit dat het soms voor kan komen dat een deel van de struik terugsport naar de oorspronkelijke rode kleur.
Roze bessen zijn een zeldzame verschijning: omdat er van de zijde van consumenten weinig belangstelling is voor dergelijke vaalroze bessen, worden ze beroepsmatig (vrijwel) niet geteeld. Het is derhalve een echte liefhebbersplant.

rode aalbes 'Red Lake'   rode aalbes 'Red Lake'   witte aalbes 'Albatros'   rode aalbes 'Jonkheer van Tets'
roze aalbes 'Gloire des Sablons'   witte aalbes 'Zitavia'   rode aalbes 'Red Poll'   roze aalbes 'Jules'
Aardbeiboom

De aardbeiboom (Arbutus unedo) is een groenblijvende struik welke behoort tot de heidefamilie (Ericaceae). Zij is inheems in het Middellandse Zeegebied en langs de Atlantische kust tot Zuidwest-Ierland. Zij wordt geteeld in Frankrijk, Griekenland, Italië, Spanje en China. In Nederland is de plant winterhard tot minus 15 graden Celcius. In Nederland houdt zij van een beschutte zonnige standplaats met niet te veel wind. Hoewel de meeste familieleden uit de Ericaceae van zure grond houden verdraagt de aardbeiboom ook minder zure grond, maar de grond moet wel goed doorlatend zijn.

De aardbeiboom heeft niets met aardbeien te maken, doch wordt zo genoemd vanwege de (vermeende) gelijkenis van de vruchten met die van een aardbei.

De stevige glanzende lancetvormige bladeren van de aardbeiboom hebben een gezaagde rand. De bloemen groeien in trossen aan het eind van de scheuten en bloeien pas in het najaar, op het moment dat andere bomen zich opmaken voor de winter. Dit betekent dat de jonge vruchtjes aan de struik overwinteren en pas in het opvolgende jaar uitgroeien tot 2 à 2½ cm grote vruchten met een harde knobbelige schil. De vrucht rijpt van geel naar roodbruin. Het vruchtvlees is geel van kleur en smaakt zurig en is weinig aromatisch. Door de harde knobbelige schil lijken de vruchten meer op een litchi dan op een aardbei. Het duurt ongeveer een jaar voordat de vruchten rijp zijn en daardoor zie je dus bloemen en vruchten terzelfde tijd aan de plant.

De vruchten worden in het buitenland wel gebruikt bij de bereiding van sommige wijnen en likeuren, of soms verwerkt tot jam. In de Algarve (Portugal) wordt van de vruchten (legaal en illegaal) een drank met de naam Medronho gedestilleerd met een zeer hoog alcoholpercentage: 45 tot 60% en soms nog hoger. De vrucht is in Nederland in blik verkrijgbaar bij sommige etnische winkels. De bloesem levert een licht bittere honing op.

De wetenschappelijke naam Arbutus unedo behoeft nog enige toelichting. De naam Arbutus is een samenstelling van het Keltische Ar wat ruig (behaard), maar ook wrang betekent, en butus, wat struik betekent. Dit naar aanleiding van de wrange smaak van de vruchten en bladeren. Het woord unedo is afgeleid van unus (één) en edere (eten), ofwel: éénmaal eten. Wie ze dus éénmaal gegeten heeft, heeft er vervolgens genoeg van !

Deze bijzondere boom staat in het siertuingedeelte van FruitLent en is daar in de zomer van 2007 geplant. De geplante boom betrof een onbenaamde (waarschijnlijk wilde) variant. De boom droeg in 2008 voor het eerst vruchten en zoals u hieronder kunt zijn, zijn deze zeer fotogeniek. In de zomer van 2012 is de boom in FruitLent gerooid, vanwege ernstige vorstschade als gevolg van de strenge winter van 2012.

bladeren en bloeiwijzen aardbeiboom   rijpende vruchten aardbeiboom   rijpe vruchten aarbeiboom    
bloeiwijze aardbeiboom   onrijpe vrucht aardbeiboom   bloeiwijze aardbeiboom  
de geoogste vruchten van de aardbeiboom zijn erg fotogeniek   de geoogste vruchten van de aardbeiboom zijn erg fotogeniek   de geoogste vruchten van de aardbeiboom zijn erg fotogeniek    

 

Sinds de nazomer van 2012 zijn weer enkele nieuwe aardbeibomen in FruitLent aanwezig. Deze zijn pas in het voorjaar van 2016 op een definitieve plek in het siertuingedeelte uitgeplant. De vorige aardbeiboom in FruitLent was een onbenaamde (waarschijnlijk wilde) variant, hetgeen overigens geldt voor het meeste plantgoed dat in de handel is. Er is af en toe echter ook plantgoed verkrijgbaar van uitgeselecteerde benaamde variëteiten. Daar is nu in FruitLent ook voor gekozen, waarbij het gaat om de drie onderstaande variëteiten:

Arbutus unedo 'Atlantic': Zou volgens sommige bronnen op internet moeten bloeien met roze bloemen. Geeft bij ons tot nu toe een struik met een wat losse groeiwijze en witte bloemen, waarbij we tot nu toe nog niet echt verschil hebben kunnen ontdekken met de onbenaamde varianten. 'Atlantic' zou volgens diverse beschrijvingen op internet opvallen door de typische rood-bruine bast die bij oudere bomen gaat afschilferen, doch wij vragen ons af of dit ook niet een kenmerk is dat voor alle aardbeibomen geldt.

bloemen van aardbeiboom 'Atlantic'   bloemen van aardbeiboom 'Atlantic'   bloemen van aardbeiboom 'Atlantic'    


A
rbutus unedo 'Rubra': Roodbloeiende aardbeiboom. Zou rond 1835 in het wild zijn ontdekt door de Ierse botanicus Mackay op Red Slate nabij Glengariff, in het zuiden van Ierland. Een dergelijke vorm was zo'n 50 jaar daarvoor (in 1789) echter al beschreven door Aiton. Mogelijk dat er in de loop der tijd meer vormen met rode bloemen zijn gevonden.
Geeft bij ons tot nu toe een struik met een wat losse groeiwijze met roze-rode bloemen. Door deze roze-rode bloemen nóg fraaier en daardoor naar onze mening een echte verbetering van de wilde vorm !

bloemen van aardbeiboom 'Rubra'   bloemen van aardbeiboom 'Rubra'   bloemen van aardbeiboom 'Rubra'    

 

Arbutus unedo 'Quercifolia': Eikbladige aardbeiboom. De bladeren hebben namelijk een typische karteling, waardoor de bladeren enigszins lijken op eikenblad. Geeft bij ons tot nu toe een iets compactere struik met een opgerichte groeiwijze. De struik bloeide bij ons pas in het najaar van 2016 (met witte bloemen), derhalve pas 4 jaar nadat we deze in bezit kregen.

bloeiwijze aardbeiboom 'Quercifolia'   bloeiwijze aardbeiboom 'Quercifolia'   bloeiwijze aardbeiboom 'Quercifolia'    
Appelbes

Aronia melanocarpa.

Nadere informatie volgt nog.

In FruitLent zijn twee geënte appelbessen aanwezig van de rassen 'Hugin' en 'Viking', welke nog op een definitieve plaats moeten worden uitgeplant.

bloesems appelbes 'Viking'   bloesems appelbes 'Hugin'      
Augurkenboom

Decaisnea fargesii.

Nadere informatie volgt nog.

In FruitLent is één augurkenboom aanwezig. Deze staat nog in een pot en moet nog op een definitieve plaats worden uitgeplant.

Braamhybriden

De braam en de daaraan verwante soorten worden aangeduid met de botanische geslachtsnaam Rubus. Met de naam 'braamhybriden' wordt geduid de groep planten die zijn ontstaan door bramen te kruisen met andere Rubus-soorten. In de meeste gevallen wordt geduid op kruisingen van braamachtigen met frambozen, welke daarom ook wel 'braambozen' worden genoemd. In Engelstalige landen is de term "hybrid berries" hiervoor in gebruik geraakt.

Het geslacht Rubus is sowieso erg complex, met honderden zo niet duizenden beschreven soorten, met veelvuldige onderlinge hybridisatie en met polyploïdie.
Alle Rubus-soorten hebben een basis aantal chromosomen van x = 7. Ploïdieniveaus vanaf diploïd (2n = 2x = 14) tot maximaal tetradecaploïd (2n = 14x = 98) komen echter voor.
De complexteit van het Rubus-geslacht stelt botanici derhalve voor een grote uitdaging teneinde te komen tot een eenduidige en breed gedragen classificatie. De wetenschap die zich bezig houdt met de classificatie van Rubus-soorten heeft zelfs een eigen naam: batology.

De geschiedenis van de meest bekende braamhybride, de Loganbes, begon omstreeks 1883 toen de Californische rechter en hobbytuinier James Harvey Logan (1841–1928) in zijn tuin in Santa Cruz bij toeval een kruising vond tussen de octoploïde braam 'Mr Aughinbaugh' (2n = 8x = 56) en de rode framboos 'Red Antwerp' (2n = 2x = 14). Het bewijs voor het tot stand komen van deze kruising was in die tijd niet te leveren en de vermeende oorsprong van de Loganbes leidde vervolgens ruim 50 jaar lang tot discussies. Rechter Logan was zelf van mening dat hij een toevallige kruising tussen een braam en een framboos had gevonden, doch die mening werd in die tijd niet door iedereen gedeeld. De discussie werd beslecht toen Percy Thomas van het John Innes Institute (Colney, nabij Norwich, Verenigd Koninkrijk) in 1949 het bewijs leverende aan de hand van een genetische studie: het bleek te gaan om een hexaploïde hybride (2n = 6x = 42) tussen de twee oudersoorten. Rechter Logan kreeg derhalve postuum gelijk....

De kruising wordt algemeen aangeduid als Rubus x loganobaccus, waarbij het x-teken derhalve duidt op een soortkruising.

Na de Loganberry van de Californische rechter J.H. Logan volgde nog verscheidende succesvolle pogingen om bramen met frambozen te kruisen, hetgeen resulteerde in diverse hybriden met een meer of minder complexe achtergrond, zoals: Phenomenal-berry, Nessberry, Youngberry, Olallieberry, Boysenberry, Santiam blackberry, Fertödi Bötermö, Sunberry, Silvanberry, Tummelberry en Tayberry. Veel van deze hybriden zijn net als de Loganberry hexaploïd (2n = 6x = 42), sommigen zijn septaploïd (2n = 7x = 49).

In FruitLent is één plant van het ras 'Buckingham Tayberry' aanwezig. Dit is een stekelloze mutant van de originele 'Tayberry', welke in 1998 werd gevonden door een teler in Buckinghamshire. De oorspronkelijke Tayberry werd 18 jaar daarvoor (in 1979) geïntroduceerd door het Scottish Crop Research Institute (SCRI) te Invergowrie, nabij Dundee in Schotland en was daar was ontwikkeld door de beroemde kleinfruitveredelaar Derek Jennings (1929-) met de hulp van collega-onderzoeker David Mason.
Jennings kwam op het idee om een verbeterde Loganbes te maken toen hij in 1963 tijdens een bezoek aan Oregon kennis maakte met het toen nieuwe bramenras 'Aurora'. Dit ras bezat (net als de 'Mr Aughinbaugh' die in de voorgaande eeuw door rechter Logan was gebruikt) ook het chromosoomaantal van 56, hetgeen voor een cultuurbraam erg hoog is. Derek Jennings moest meteen denken aan deze overeenkomst en besloot om voor de ontwikkeling van zijn verbeterde Loganbes de braam 'Aurora' als kruisingspartner te gebruiken. Daarmee leek het uitgangsmateriaal derhalve zo veel mogelijk op hetgeen voor de Loganbes was gebruikt, echter dan met de vooruitgang van ruim 50 jaar verbetering door selectie. De braam 'Aurora' werd gekruist met een tetraploïde framboos. Uit de nakomelingen daarvan werd de hexaploïde 'Tayberry' (2n = 6x = 42) geselecteerd, die vervolgens in 1979 werd geïntroduceerd, genaamd naar de Schotse rivier de Tay die langs Invergowrie stroomt.
De 'Tayberry' groeit met braamachtige struiken met een middelmatige groeikracht. De jonge scheuten ontstaan (net als bij bramen) uit de voet van de plant en dragen het jaar daarna vruchten aan relatief korte vruchtscheuten. De takken moeten worden geleid tegen een haag, muur of schutting. De methode van geleiding is gelijk aan die van bramen.
De vruchten rijpen in juli en augustus, zijn rood tot donkerrood van kleur, langwerpig van vorm en groot tot zeer groot van formaat (groter dan de 'Loganberry'). De smaak is friszuur en aromatisch. De beste smaak wordt verkregen indien de vruchten zo rijp mogelijk, in het donkerrode stadium, worden geoogst. De vruchten worden inclusief de bloemboden geoogst, zoals bij bramen, doch zitten vrij vast aan de struik. Door de kwetsbaarheid, zeker in het rijpe stadium, zijn ze niet goed bewaarbaar en transporteerbaar, hetgeen een commerciële beperking oplevert.
De vruchten zijn te gebruiken als bramen of als frambozen, zoals voor verse consumptie, desserts, jam, sap en in taarten.
De plant is gevoelig voor winterkoude en gedijt derhalve het beste in gebieden met zachtere winters. Een mulchdek kan worden gebruikt om de wortels te beschermen tegen kou. De plant is gevoelig voor virusaantasting en kan voorts uiteraard aangetast worden door andere ziekten en plagen die bij bramen en frambozen voor komen.

stekelloze Taybes 'Buckingham Tayberry'   stekelloze Taybes 'Buckingham Tayberry'      
Chilibes

Ribes magellanicum.

Voor zover wij weten heeft deze soort nog geen gangbare Nederlandse naam. Bij gebreke van een gangbare Nederlandse naam, hebben we besloten deze soort aan te duiden als Chilibes, naar het herkomstgebied van de soort.

Er is weinig betrouwbare informatie over deze soort te vinden.

Uit eigen ervaring hebben we vastgesteld dat de plant in het voorjaar rijkelijk en gedurende een vrij lange periode bloeit met fraaie lange trossen (zie onderstaande foto's), waardoor de plant in de siertuin zeker niet misstaat. Ondanks de rijke bloei hebben wij echter nog geen vruchten kunnen oogsten. Er wordt wel beweerd dat één struik geen vruchten kan zetten omdat de soort mogelijk zelf-incompatibel zou zijn. Kruisbestuiving tussen niet verwante planten zou in dat geval noodzakelijk zijn.

Net als veel zwarte bessenrassen is Ribes magellanicum gevoelig voor roest. Ook kan de plant aangetast worden door de bessenbladvalziekte (Drepanopeziza ribis). De bladeren blijven in de herfst erg lang aan de struik, voordat deze allemaal zijn afgevallen.

Nadere informatie volgt nog.

In FruitLent is sinds het voorjaar van 2015 één Chilibes aanwezig. Deze is op 27 februari 2016 op een definitieve plek in het siertuingedeelte van FruitLent uitgeplant. Tot nu toe heeft de plant geen vruchten gedragen.

chili-bes in bloei   chili-bes in bloei   chili-bes in bloei  
Citroenen

In FruitLent is één citroenenboom (Citrus limon) aanwezig. Het betreft een geënte boom van het oude Italiaanse ras 'Lunario'. Dit ras geeft langwerpig gevormde vruchten en wordt ook wel 'Quattro Stagioni' ofwel de vierjaargetijden-citroen genoemd, omdat zij bij elke groeispurt opnieuw bloemen geeft en dus dikwijls tegelijkertijd bloemen en vruchten draagt.

Omdat de citroen in het Nederlandse klimaat niet winterhard is, staat de boom in FruitLent in een grote pot en overwintert deze 's winters op een vorstvrije plaats. Citrusplanten houden ervan om 's winters niet te warm te overwinteren, bij voorkeur overdag niet warmer dan 12 graden Celcius.

Citrusplanten hebben in het Nederlandse klimaat vaak last van chlorose (gele bladverkleuring) doordat bepaalde mineralen bij lagere temperaturen moeilijk kunnen worden opgenomen. Ook kan aantasting door schildluizen een hardnekkig probleem zijn. Vanwege deze citrus-gerelateerde problemen hebben wij eind 2010 besloten om onze citroenboom uit de collectie van FruitLent te verwijderen.

citroenboom van het ras 'Lunario' in een pot   aan deze onrijpe vrucht is de specifieke langwerpige vorm van de vruchten van 'Lunario' goed zichtbaar   aan deze rijpede vrucht is de specifieke langwerpige vorm van de vruchten van 'Lunario' goed zichtbaar  
bloesems van citroen 'Lunario'            
Frambozen

De framboos wordt tot de botanische soort Rubus idaeus gerekend.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen zomerframbozen en herfstframbozen. De zomerframboos vormt vruchten aan de zijscheutjes die groeien aan het hout dat de vorige zomer is gegroeid. Zomerframbozen rijpen in het normale seizoen dat loopt van eind juni tot begin augustus, al naar gelang het ras. De herfstframboos daarentegen vormt vruchten aan de toppen van de scheuten die in dezelfde zomer zijn gegroeid. Daardoor rijpen herfstframbozen later: de vroegste herfstframbozen sluiten qua oogsttijdtip aan op de laatste zomerframbozen. De oogst van herfstframbozen loopt vervolgens door tot in het najaar wanneer de weersomstandigheden te slecht worden. Omdat de bloeiperiode van herfstframbozen grotendeels valt buiten de vlucht van de frambozenkever, blijven herfstframbozen grotendeels verschoond van de bekende wormpjes in de vruchten. Na de oogst kunnen bij herfstframbozen alle scheuten met de grond gelijk worden afgesnoeid. Dit kan bij zomerframbozen natuurlijk niet, omdat er anders het jaar erna geen oogst zou zijn.

In FruitLent zijn in een verloren hoek twee speciekuipen ingegraven; deze kuipen moeten ervoor zorgen dat de frambozen niet gaan woekeren. In deze speciekuipen zijn vier rassen herfstframbozen geplant, waarvan twee roodvruchtige rassen en twee geelvruchtige rassen: in elke kuip staat één roodvruchtig en één geelvruchtig ras door elkaar. De volgende vier rassen zijn aanwezig:

'Heritage': Dit ras is afkomstig is van het New York State Agricultural Experiment Station in Geneva, New York State, Verenigde Staten. Het ras ontstond uit een kruising van ('Milton' x 'Cuthbert') x 'Durham' en werd in 1969 geïntroduceerd. Het is een sterke groeier met een hoge productie aan middelmatig grote stevige rood gekleurde vruchten met een goede smaak. Er zijn ook enkele geelvruchtige mutanten van 'Heritage' bekend: 'Goldie', 'Kiwi Gold' en 'Great-N-Gold'. Geen van deze geelvruchtige mutanten is in FruitLent aanwezig.

'Fallgold': Dit ras is afkomstig is van professor Elwyn M. Meader uit New Hampshire (Verenigde Staten) en werd in 1967 geïntroduceerd. Het ras groeit niet zo sterk en geeft een matige opbrengst aan tamelijk grote geel gekleurde zachte vruchten die buitengewoon zoet smaken.

'Autumn Bliss': Dit ras is afkomstig van het East Malling Research Station (Horticultural Research Institute), Kent, Engeland. Het ras heeft een complexe afstamming en werd in 1983 geïntroduceerd. Het is een sterke groeier met een goede opbrengst aan tamelijk grote, tamelijk stevige, vrij donkerrood gekleurde vruchten met een goede smaak.

'Golden Bliss': Dit is een geelvruchtige mutant van 'Autumn Bliss'. In de meeste kenmerken lijkt 'Golden Bliss' op het oorspronkelijke moederras, met dien verstande dat de vruchten oranjegeel van kleur zijn en ook de planten geen anthocyaan in de takken hebben. Hierdoor hebben de takken een meer bleekgroene kleur dan van het moederras. De vruchten van 'Golden Bliss' zijn steviger doch smaken minder zoet dan die van 'Fallgold'.

'Alpengold': Dit geelvruchtige herfstframbozenras is ontwikkeld door het Italiaanse CRA (Centro di ricerca per la frutticoltura di Roma). Het ras is in de periode 2008-2013 geïntroduceerd. Het bijzondere van dit ras zijn de ongestekelde scheuten. De aromatische vruchten zijn stevig van textuur, maarmee dit ras ook afwijkt van de oudere geelvruchtige rassen.

rode herfstframboos 'Fallgold'   rode herfstframboos 'Heritage'        
rode herfstframboos 'Autumn Bliss'   gele herfstframboos 'Golden Bliss'        
Honingbessen (Siberische blauwe bes)

De honingbes wordt gerekend tot de botanische soort Lonicera caerulea. Binnen deze soort wordt wel onderscheid gemaakt tussen Lonicera caerulea var. edulis en Lonicera caerulea var. kamtschatica (deze laatste ook wel kortweg: Lonicera kamtschatica). Dit onderscheid wordt echter niet overal gehanteerd en de namen worden vaak ook door elkaar gebruikt, waardoor sprake is van verwarring en onduidelijkheid.

Met de geslachtnaam Lonicera is in ieder geval wel duidelijk dat het gaat om een nauwe en eetbare verwant van de kamperfoelie. De naam honingbes is kennelijk een zeer vrije vertaling van de Engelse naam voor kamperfoelie: Honeysuckle. Deze vrije vertaling vinden we eigenlijk niet zo goed gekozen, want naar honing smaken de vruchtjes van de honingbes in ieder geval zeker niet.
De plant staat ook wel bekend onder de namen meibes, junibes, blauwe honingbes, blauwe haagbes, Kamtschatkabessen, Siberische bosbes of Siberische blauwe bes. Ook zijn ze wel bekend onder de Duitse naam "Maibeeren". In dit rijtje alternatieve namen vinden we eigenlijk dat "Siberische blauwe bes" de lading veel beter zouden dekken dan de naam honingbes. Zo lang de meeste Nederlandstalige bronnen echter nog uit gaan van de naam honingbes, volgen we op deze website deze naamgeving (met enige tegenzin).

De honingbes is inheems in oost-Rusland, in Siberië, de Kaukasus, in het noorden van China en op de eilanden rondom de Zee van Ochotsk (Koerilen en Sachalin). De wetenschappelijke naam 'kamtschatica' verwijst naar het oost-Siberische schiereiland Kamtschatka.

Door het omschreven herkomstgebied is de honingbes extreem winterhard (tot minus 40 à 45 graden Celcius) en heeft de plant een korte vegetatieperiode: tussen bloei en afrijpen van de vruchten zit slechts drie maanden. De geelwitte klokvormige bloempjes bloeien al heel vroeg in het seizoen, namelijk al in maart als de meeste andere bomen en struiken nog kaal zijn. De vruchtjes rijpen reeds vanaf eind mei tot in juni. Daarmee is de honingbes één van de vroegst rijpende fruitgewassen die in Nederland kan worden gekweekt. Ondanks het zeer vroege bloeitijdstip, treedt nachtvorstschade aan de bloemen gewoonlijk niet op. De bloemen kunnen namelijk vorst tot minus 8 graden Celcius doorstaan.

De vruchtjes van de honingbes zijn langwerpig van vorm, 1 tot 2 cm lang en wegen gemiddeld ½ tot 2 gram. Ze zijn blauw van kleur en hebben een sterke waslaag. Het vruchtvlees is groen van binnen. De smaak is zoetzuur en doet wat denken aan die van blauwe bessen (trosveenvessen, Vaccinium corymbosum).

Voor het overige heeft de honingbes niets te maken met blauwe bessen. Zij hebben dan ook geen zure grond nodig zoals bij blauwe bessen. Honingbessen zijn tevreden met een normale bodem, mits deze voldoende vochtig is. Qua bemesting stellen ze ook weinig eisen.

De struiken van de honingbes hebben meestal een rechtop groeiwijze, doch groeien niet erg snel. De struiken worden na verloop van jaren niet hoger dan 1 tot 1½ meter. Elke struik heeft ongeveer één vierkante meter aan ruimte nodig. De snoei lijkt op die van zwarte bessen, waarbij het oude hout regelmatig wordt vervangen door nieuwe scheuten die in het hart van de struik ontstaan.

Door de korte vegetatieperiode sluit de groei al vroeg in het seizoen af. Het loof wordt ook al vanaf eind augustus / begin september vaal en valt relatief vroeg af. Deze korte vegetatieperiode zien we ook bij andere gewassen die uit arctische gebieden afkomstig zijn, zoals bij de poolbramen (elders op deze pagina).

Er zijn geen ziekteproblemen bij de teelt van honingbessen. Wel zullen de rijpende vruchtjes moeten worden afgeschermd van de vogels.

Voor de beste vruchtzetting is het aan te bevelen om minimaal twee verschillende rassen met gelijke bloeiperiode bij elkaar aan te planten. Veel rassen verschillen onderling op het oog overigens minimaal. Bij beproevigen kunnen wel kleine verschillen tussen de rassen worden vastgesteld in de gemiddelde grootte van de vruchtjes en in de opbrengstcapaciteit per struik. Volgens Duitse proefgegevens bedraagt de opbrengst van zesjarige struiken zo'n 2,0 tot 2,7 kg per struik.

In FruitLent zijn sinds het najaar van 2008 drie struikjes aangeplant van de navolgende rassen:

'Maistar': Deze zou behoren tot de botanische variëteit Lonicera caerulea var. edulis. Het ras is onder de naam 'Maistar' op de markt gebracht door Häberli Obst- und Beerenzentrum AG te Neukirch-Egnach in Zwitserland. Bloeit gelijk met 'Amur'. De vruchtjes rijpen al erg vroeg, vanaf eind mei. Rijpe vruchtjes vallen gemakkelijk van de struik. De vruchtjes hebben aan de bloemzijde een spits uiteinde en een wat onregelmatige vorm. De vruchtjes hadden in 2010 een gemiddeld vruchtgewicht van 0,6 gram.
Zonder aanwijsbare oorzaak is de struik van 'Maistar' in juli 2013 vrij plotseling dood gegaan, waardoor dit ras nu niet meer in de collectie van FruitLent aanwezig is.

'Maitop': Sinds januari 2014 in FruitLent aanwezig en geplant op de vrijgekomen plaats van 'Maistar'. Tijdens de reconstructie van onze tuin in het wintersezoen 2014-2015 is deze plant gesneuveld, waardoor dit ras nu niet meer in de collectie van FruitLent aanwezig is.

'Amur': Deze zou ook behoren tot de botanische variëteit Lonicera caerulea var. edulis. Het ras is afkomstig van het Research Institute of Fruit and Decorative Trees (RIFDT) in Bojnice (Slowakije) en werd geselecteerd uit vrij bestoven zaailingen van het Russische ras 'Gerda'. Geïntroduceerd in 2001. Ten opzichte van 'Maistar' hebben de bladeren in het voorjaar iets meer roodbruine verkleuring. 'Amur' bloeit gelijk met 'Maistar', doch geeft iets grotere vruchtjes die iets later rijpen (juni). De vruchtjes hebben aan de bloemzijde een stomp uiteinde en lopen dus niet uit in een puntje, zoals die van 'Maistar'. De vruchtjes hadden in 2010 een gemiddeld vruchtgewicht van 1,0 gram.
In verband met een grondige verbouwing van onze tuin, heeft 'Amur' gedurende 2015 op een tijdelijke plek gestaan. Op 28 februari 2016 is deze echter opnieuw geplant, dit keer in het siertuingedeelte van FruitLent.

'Kiev No. 8': Deze zou behoren tot de botanische variëteit Lonicera caerulea var. kamtschatica. In ieder geval zien de struiken er met hun grijsgroene licht behaarde bladeren en wat gespreide groeiwijze anders uit dan die van 'Maistar' en 'Amur', waarin steun kan worden gevonden voor de opvatting dat het hier inderdaad zou gaan om een andere botanische variëteit.
Het ras staat ook bekend onder de Amerikaanse merknaam 'Blue Velvet'  ® en is afkomstig uit de USSR botanische tuin van Kiev (Oekraïne). Het gaat van origine om een selectie van de Monero, Iturup of Kunashir eilanden. Bloeit relatief laat, duidelijk later dan 'Maistar' en 'Amur'. Geeft verhoudingsgewijs grote dikke vruchtjes die wat later rijpen en naar onze mening weinig smaak hebben. De vruchtjes hadden in 2010 een gemiddeld vruchtgewicht van 2,1 gram.
In verband met een grondige verbouwing van onze tuin, heeft 'Kiev No. 8' gedurende 2015 op een tijdelijke plek gestaan. Op 28 februari 2016 is deze echter opnieuw geplant, dit keer in het siertuingedeelte van FruitLent. 

bloemen van de honingbes 'Maistar' vruchten van de honingbes 'Maistar'
bloemen van de honingbes 'Maistar' geoogste vruchten van de honingbes 'Maistar'
vruchten van de honingbes 'Amur' vruchten van de honingbes 'Amur'
bloemen van de honingbes 'Kiev No. 8' vruchten van de honingbes 'Kiev No. 8'    
Kerspruimen

De kerspruim, of ook wel myrobalaan genoemd, is géén kruising tussen een kers en een pruim, zoals de naam zou kunnen suggereren. Het betreft een zelfstandige botanische soort met de naam Prunus cerasifera. Deze soort heeft vrijwel zeker aan de wieg gestaan van de Europese cultuurpruim (Prunus domestica).

De kerspruim is eveneens bekend als fruitgewas en geeft kleine vruchten ter grootte van een kers (zie daar de naam), welke echter over het algemeen minder smaakvol zijn dan die van de Europese cultuurpruim. Daarom is de kerspruim als fruitgewas niet bijzonder populair, alhoewel er in het buitenland wel diverse rassen bestaan die speciaal voor de vruchtdracht zijn bedoeld.

Meer populariteit heeft de kerspruim gekregen als onderstam voor het enten van Europese cultuurpruimen of voor het enten van sommige andere Prunus-fruitsoorten. Er zijn derhalve speciale rassen uitgeselecteerd die alleen als onderstam worden toegepast, zoals bijvoorbeeld het onderstamras 'Myrobalan B'.
Lees hier verder de toepassing van kerspruim als onderstam.

Van het Spaanse kerspruim-ras 'Adara' is bekend dat deze kan worden gebruikt als tussenstam, waarmee bestaande Japanse pruimen-, perziken- of nectarinebomen kunnen worden omgeënt naar zoete kersen. En het nieuwe Californische ras 'RI-1' wordt ook toegepast als universele tussenstam voor zoete kersen die daarmee kunnen worden geënt op diverse gangbare pruimen- en perzikonderstammen. Via deze kerspruim-tussenstammen kunnen de gangbare pruimen- en perzikonderstammen dus ook gebruikt gaan worden voor de kersenteelt. Daarmee zou er voor de kersenteelt plotseling een veel grotere keuze aan onderstammen beschikbaar zijn....

Behalve de reeds omschreven toepassingen van de kerspruim voor de productie van de vruchten, of als onderstam, of als tussenstam, kunnen bepaalde rassen van de kerspruim als sierboom worden toegepast.

Dit laatste is ook in FruitLent het geval, want van het bekende sierras 'Nigra' zijn in het voorjaar van 2007 twee bomen aangeplant welke aan een speciaal daarvoor opgerichte gegalvaniseerd stalen stelling als leiboom worden opgekweekt in een palmet-vorm. Het ras 'Nigra' bloeit in het voorjaar al vroeg en zeer rijk met fraaie roze bloesems, gevolgd door prachtige donkerrode bladeren. Qua vruchtzetting is de 'Nigra' niet erg uitbundig; zij draagt gewoonlijk namelijk slechts enkele vruchtjes. Deze hangen met een tamelijk lang en dun steeltje aan de boom en vallen met hun donkere paarsrode kleur tussen het blad nauwelijks op. De vruchtjes rijpen eind juli / begin augustus. Het vruchtvlees is ook rood van kleur, vrij week, heeft een vast zittende kleine steen en een niet al te uitgesproken zoete tot friszure smaak met een vrij harde zurige schil.

Het ras 'Nigra' wordt vanwege de rode bladkleur en de fraaie bloei veel als tuin- en parkboom toegepast.

de kerspruim 'Nigra' heeft prachtige dieprode bladeren bloemknoppen van kerspruim 'Nigra' de vruchten van kerspruim 'Nigra' vallen tussen het rode blad nauwelijks op  
leiboom van kerspruim 'Nigra' bloesems van kerspruim 'Nigra' vruchten van kerspruim 'Nigra'  
bloesems van kerspruim 'Nigra' de kerspruim 'Nigra' heeft prachtige dieprode bladeren bloesems van kerspruim 'Nigra' vrucht van kerspruim 'Nigra'
Kiwi-achtigen (overigen)

De kiwi-achtigen ofwel het geslacht Actinidia houdt meer in dan de ondertussen wereldwijd bekende gewone kiwi. Er zijn inmiddels in totaal meer dan 75 Actinidia-soorten beschreven, welke allen inheems zijn in Azië. De meeste soorten worden gevonden in de gematigde bossen van het zuidwesten van China, doch het totale Actinidia-geslacht is verspreid over een groter geografisch gebied: van Siberië tot in Indonesië.

Van de ruim 75 beschreven Actinidia-soorten zijn er derhalve slechts een handjevol die inmiddels meer of minder bekend zijn geworden, terwijl alle Actinidia-soorten in beginsel eetbare vruchten produceren. Er valt dus nog wel wat te ontdekken binnen het Actinidia-geslacht....

Naast de gewone kiwi, de kiwibes, de Siberische mini-kiwi en de Moonshine-kiwi (elders op deze pagina) zijn in FruitLent nog enkele andere bijzondere Actinidia-planten in de collectie opgenomen. Deze planten staan te wachten om op een definitieve plek te worden uitgeplant. Het gaat daarbij om:

De "Silver Vine" kiwi (2n = 2x = 58) in de navolgende drie variëteiten:
- Actinidia polygama 'Meyer' (vrouwelijk)
- Actinidia polygama 'Odnodomnaja' (tweeslachtig ?)
- Actinidia polygama (mannelijk)

De "Ginseng for Cat" kiwi (2n = 4x = 116) in de navolgende twee variëteiten:
- Actinidia macrosperma (vrouwelijk)
- Actinidia macrosperma (mannelijk)

Nadere informatie over deze zeldzamere Actinidia-soorten volgt nog.

Krentenboom

Het krentenboompje (of rotsmispel of Amerikaans krentenboompje) behoort tot het geslacht Amelanchier. Dit geslacht is inheems in de gematigde gebieden van het noordelijk halfrond. De meeste Amelanchier-soorten komen van origine uit Noord-Amerika, terwijl enkele soorten inheems zijn in Europa en Azië. In Amerika worden ze aangeduid als 'serviceberry' of 'juneberry'.

Voor de in Europa gecultiveerde krentenboom wordt meestal de botanische naam Amelanchier lamarckii gebruikt. Deze zou in de 17-de eeuw in Europa geïntroduceerd zijn vanuit Noord-Amerika, mogelijk uit het oosten van Canada. De soort komt daar in het wild echter niet voor en daarom wordt wel verondersteld dat het gaat om een soortkruising tussen Amelanchier laevis en Amelanchier arborea (of eventueel Amelanchier canadensis). Deze soortkruising wordt ook wel wordt aangeduid als Amelanchier x grandiflora (oude synoniemen: Amelanchier botryapium lanceolata en Amelanchier canadensis grandiflora).

Krentenboompjes zijn winterharde heesters die weinig nieuwe scheuten vormen, maar de neiging hebben via hun hoofdtak door te groeien tot een meerstammige boomvormige struik. Het krentenboompje heeft 3-7 cm lange bladeren, die in de herfst een prachtige oranjerode herfstkleur hebben. De witte bloemen zitten in trossen en verschijnen in overvloed. De bloemen worden opgevolgd door de roodblauw verkleurende eetbare bessen die in de eerste helft van juli afrijpen. Ze worden ongelijktijdig rijp, zodat groene, donkerrode en blauwzwarte vruchtjes door elkaar aan de struik voor komen. Wie krenten wil eten, zal dus regelmatig de struik moeten afzoeken naar rijpe vruchtjes. De vogels doen dit echter ook en zijn daarbij meestal sneller: zonder vogelafweer komt u daarom meestal niet aan het proeven van de krenten toe. De krent is van nature zoet van smaak. Er kan jam van worden gemaakt of ze kunnen gedroogd worden, zodat ze later in compote kunnen worden gebruikt. Of ze kunnen worden gebruikt als vervanger van echte krenten.

Het krentenboompje heeft tijdens de bloei en in de herfst een hoge sierwaarde en wordt om die reden veel in tuinen en parken toegepast.

In het fruittuingedeelte van FruitLent is in het najaar van 2005 een krentenboompje van Amelanchier lamarckii 'Ballerina' aangeplant. Dit ras is wat productiever omdat deze wat meer en wat grotere bessen geeft. Bovendien is dit ras minder vatbaar voor aantasting door meeldauw.

bloesems van krentenboom 'Ballerina'   bloeiende krentenboom 'Ballerina'        
fraaie herfstkleuren van 'Ballerina'   fraaie herfstkleuren van 'Ballerina'        
rijpende krenten van 'Ballerina'   rijpende krenten van 'Ballerina'        

 

Het ras 'Glenform' behoort tot de soort Amelanchier canadensis en is gevonden in een zaailingpopulatie door Edward Losely in Perry (Lake County, Ohio, USA) en is beter bekend onder de merknaam 'Rainbow Pillar' ®. Dit is een grootvruchtige krent met purperzwarte zoete bessen (tot 12 mm). Het ras heeft een opvallende rechtop groeiwijze, waardoor de struiken zeer geschikt zijn om in heggen te telen. De bladeren vertonen in de herfst een zeer fraaie oranjerode verkleuring, welke vanaf de onderkant van de struik begint. De bovenste bladeren blijven lang aan de takken zitten (zie onderstaande foto). Het ras is weinig vatbaar voor aantasting door roest en meeldauw.
Dit krentenboompje is sinds januari 2014 in FruitLent aanwezig en is op 27 februari 2016 op een definitieve plek in het siertuingedeelte uitgeplant.

fraaie herfstkleuren van krentenboom 'Rainbow Pillar' ®            
Loquat

De loquat wordt ook wel Japanse wolmispel, Japanse mispel of neffel genoemd en behoort tot de botanische soort Eriobotrya japonica. De geslachtsnaam Eriobotrya betekent: "met wollig fruit als een druiventros", en de soortnaam japonica betekent: "afkomstig uit Japan". Deze soort wordt net als veel andere fruitgewassen ingedeeld in de familie van de Rosacea, onderfamilie Maloideae. Tot deze onderfamilie behoren ook de appel, de peer, de mispel, het krentenboompje en enkele andere bekende soorten fruit- en siergewassen.

De loquat komt van origine uit China, doch wordt nu op diverse plaatsen in de wereld geteeld, zoals in Japan, Brazilië, de Verenigde Staten en in de landen rondom de Middenlandse Zee.

De loquat is een groenblijvende kleine boom of grote struik met een vrij oppervlakkig wortelstelsel. De bomen hebben een afgeronde kroon, een korte stam en wollige nieuwe twijgen. De enkelvoudige bladeren hebben aan de onderzijde een viltige beharing, zijn alternerend geplaatst en 10 tot 25 cm lang.

Loquats hebben een voor fruitbomen ongebruikelijke eigenschap, namelijk dat de bloemen pas verschijnen in de late herfst tot vroege winter en de vruchten vervolgens afrijpen in het voorjaar. Dit geldt voor de mediterrane gebieden of voor bomen die in Nederland als kuipplant in een serre / orangerie worden gehouden.
Bij bomen die in Nederland buiten zijn geplant worden de bloemknoppen wel voor de winter gevormd, doch bloeien de bloemen pas in maart / april en valt de oogsttijd vervolgens in juli / augustus. Doordat de bloemknoppen en bloemen dus gedurende de winter aan de boom zitten, zijn deze gevoelig voor beschadiging door vorst. Hierdoor is het bij buiten uitgeplante bomen in Nederland moeilijk om ook daadwerkelijk vruchten aan de boom te krijgen. Immers: alleen in zeer zachte winters op beschutte plaatsen zullen de bloemknoppen c.q. bloemen niet bevriezen en kunnen deze uitgroeien tot vruchten. Bij kuipplanten die 's winters vorstvrij overwinteren, is het eenvoudiger om vruchten te verkrijgen.

De geurende witte tot geelwitte bloemen zijn zo'n 2 cm in diameter en worden in trossen van 3 tot 10 stuks gevormd aan het uiteinde van de scheuten. De bloemen zijn zelfbestuivend. De 3 tot 5 cm grote vruchten die vervolgens worden gevormd zitten dus ook in trossen en zijn afhankelijk van de variëteit rond, ovaal of peervormig en hebben een gele tot oranje licht behaarde schil. Alhoewel de schil dun is, kan deze toch vrij gemakkelijk worden verwijderd als de vrucht rijp is. Bij de oogst blijven de kelkblaadjes aan de vrucht zitten.

Het stevige vruchtvlees kan wit, geel of oranje van kleur zijn en heeft een zoete tot friszure smaak. De smaak wordt soms wel vergeleken met abrikozen, of tussen appels en abrikozen in. Midden in de vrucht zitten 1 tot 5 pitten (meestal 3 tot 5), die niet kunnen worden gegeken. De pitten zijn zelfs licht giftig, omdat ze net als appelpitten kleine hoeveelheden cyaniden bevatten.

De vruchten hebben een hoog pectinegehalte en kunnen worden gebruikt voor verse consumptie, jam, chutney, vruchtensalade en als vulling voor taarten.

De loquat wordt (mede door de groenblijvende eigenschap) ook wel aangeplant als sierboom. De boom is in het Nederlandse klimaat niet geheel winterhard, waardoor de groene bladeren tijdens perioden van strenge wintervorst schade kunnen oplopen. De kans op wintervorstschade is het kleinst op een beschutte plaats met niet te veel wind.

Er zijn enkele tientallen rassen van de loquat bekend, ook in het herkomstgebied China, welke vegetatief worden vermeerderd door ze te enten op een onderstam. Als onderstam worden ook wel gewone mispels (Mespilus germanica) of kweeperen (Cydonia oblonga) gebruikt, welke dus beiden familielid van de loquat zijn.

In maart 2010 is in het siertuingedeelte van FruitLent een loquatboom aangeplant van een onbekende cultivar (waarschijnlijk een cultivar met ronde vruchten met wit vruchtvlees). De boom is geplant in de luwte van een dichte heg, waardoor deze minder wind vangt en daardoor minder gevoelig zou zijn voor wintervorst. De strenge winter van 2011 werd moeiteloos doorstaan. In de strenge winter van 2012 was er echter sprake van geheel andere omstandigheden (zeer zacht weer tot in januari, gevolgd door zeer strenge vorst) en onder die omstandigheden blijkt onze loquatboom alsnog het loodje te hebben gelegd. Hierdoor is op dit moment derhalve geen loquat meer in de collectie van FruitLent aanwezig.

Overigens hadden we vooraf niet de verwachting dat we er vaak vruchten van zouden oogsten, zulks vanwege de afwijkende bloeitijd. Wij zagen het dan ook vooral als een leuke wintergroene botanische curiositeit die wel in onze collectie paste.

wollige groeitop van de loquat   wintergroene bladeren van de loquat        
Moonshine-kiwi

Het gaat hier om een familielid van de gewone kiwi, de kiwibes en de Siberische mini-kiwi. Plantmateriaal van de moonshine-kiwi wordt sinds het begin van de 90-er jaren incidenteel in de handel aangeboden onder de wetenschappelijke naam Actinidia pilosula. Onlangs is echter bekend geworden dat de planten die in de handel als moonshine-kiwi worden aangeboden helemaal niet tot de soort Actinidia pilosula behoren. De soort die in de handel is, is onlangs door een Zweedse botanicus geheridentificeerd als: Actinidia tetramera var. maloides. De plant wordt ook aangeboden onder de Engelse naam "Rosy Crabapple kiwi". De soort Actinidia tetramera is genetisch diploïd (2n = 2x = 58).

De planten van de moonshine-kiwi vallen op doordat de bladeren in de toppen van de jonge scheuten die in het voorjaar verschijnen gedeeltelijk tot volledig wit van kleur zijn. Deze opvallende bladkleur maakt de soort tot een spectaculaire klimplant met een hoge sierwaarde. Daar komt bij dat de planten in juni bloeien met fraaie paarsroze bloemen met een diameter van zo'n 2 cm. De bloemen hangen in trosjes van 1 tot 3 (zelden 4) stuks en trekken bijen en hommels aan. Later in de zomer kan de witte bladkleur gedeeltelijk verdwijnen onder invloed van zonlicht; de witte delen verkleuren dan eerst roze-rood. Vanwege de invloed van zonlicht behoudt de moonshine-kiwi zijn fraaie bladkleur het langst op plaatsen in de half-schaduw. De planten van de moonshine-kiwi zijn niet onder alle omstandigheden geheel winterhard.

Ondanks de zeer hoge sierwaarde is de moonshine-kiwi tot nu toe een zeldzame verschijning in siertuinen. Planten zijn alleen bij sommige gespecialiseerde kwekers te koop.

Net als de overige Actinidia-soorten is de moonshine-kiwi tweehuizig; er bestaan derhalve mannelijke en vrouwelijke planten. Er zijn echter uitsluitend mannelijke planten in de handel. Het is niet precies bekend waarom er geen vrouwelijke planten in de handel zijn; waarschijnlijk zijn van de soort Actinidia tetramera geen vrouwelijke planten bekend die dezelfde opvallende fraaie bladverkleuring vertonen. Over de vruchten van vrouwelijke planten is dan ook heel weinig bekend. Uit wetenschappelijke literatuur komt naar voren dat de vrouwelijke planten van de soort Actinidia tetramera kleine ovale gladde oranje vruchten zouden dragen (circa 1,5 à 2 cm groot). Gelet op de oranje kleur, verwachten we dat ze een pikante smaak hebben en dus niet zo geschikt zullen zijn voor consumptie (net als de oranje gekleurde vruchten van Actinidia polygama en Actinidia macrosperma).

Zo lang geen vrouwelijke planten beschikbaar zijn, moet de moonshine-kiwi worden gezien als een leuke botanische curiositeit die alleen sierwaarde heeft. Mogelijk dat een moonshine-kiwi in de tuin wel een bijdrage kan leveren aan de bestuiving en vruchtzetting van andere gelijk bloeiende Actinidia-vruchtsoorten.

Sinds het voorjaar van 2010 is in FruitLent een Moonshine-kiwi aanwezig, derhalve een mannelijke plant. Deze plant hebben we bewaard in een pot en na de strenge winter van 2012 bleek dat deze plant was doodgevroren. Daarom hebben we een nieuwe plant in het buitenland besteld en is er op dit moment wederom één plant in een pot aanwezig, in afwachting van het uitplanten op een definitieve plaats.
Indien u weet hoe we een vrouwelijke plant kunnen bemachtigen van Actinidia tetramera, dan ontvangen we graag een e-mail.

blad van de moonshine-kiwi   mannelijke bloemen van de moonshine-kiwi   bladeren van de moonshine-kiwi    
Paarse frambozen

Met de naam paarse framboos wordt geduid op een soortkruising tussen de gewone framboos zoals we deze in Europa kennen (Rubus idaeus) en de zwarte framboos (Rubus occidentalis), zoals deze voor komt in het oosten van Noord-Amerika.

De paarse framboos wordt aangeduid met de zelfstandige wetenschappelijke benaming Rubus x neglectus. Het x-teken voor de soortnaam duidt er dus op dat deze is ontstaan uit een soortkruising.

Alvorens we dieper in gaan op de paarse framboos, is het noodzakelijk om eerst nader in te gaan op één van de kruisingsouders: de zwarte framboos. De zwarte framboos (Rubus occidentalis) groeit van origine in het oosten van Noord-Amerika. Het gaat om een plant met een braamachtige groeiwijze met tot 4 meter lange fraaie bedauwde blauw-paars gekleurde gestekelde scheuten. Door de opvallende kleur met waslaag, zijn de scheuten in de wintermaanden ook decoratief. Door de braamachtige groeiwijze ontstaan de nieuwe grondscheuten vanuit het hart van de plant en derhalve niet spontaan op diverse plaatsen vanuit de wortels, zoals dit bij gewone frambozenplanten het geval is. Ondanks dat de planten van zwarte frambozen dus meer weg hebben van bramen dan van frambozen, worden ze toch "zwarte framboos" genoemd. Dit komt omdat de bloembodem ten tijde van de oogst aan de plant blijft zitten, waardoor de geoogste vruchten aan de onderzijde hol zijn (zoals bij een gewone framboos). Bij bramen breekt de bloembodem bij de oogst los van de plant en blijft deze in de vrucht zitten. Bij de naamgeving van de zwarte framboos is dus aansluiting gezocht bij de vorm van de vruchten en niet bij de groeiwijze van de planten.
De vruchten van de zwarte framboos rijpen naar een ongewone paarszwarte kleur met een grijs-paarse dauwlaag en zijn ten opzichte van gewone frambozen wat kleiner van omvang. De smaak is zoet, doch sterker en aromatischer dan van de gewone frambozen. De vruchten zijn prima geschikt voor verse consumptie en laten zich ook goed verwerken. Er zijn enkele mutanten van de zwarte framboos bekend die het vermogen missen om paarse kleurstof te vormen, waardoor de vruchten geel worden. Deze mutanten zijn echter vrij onbekend en moeten overigens niet worden verward met de geelvruchtige variëtieten van de gewone framboos.

Paarse frambozen (Rubus x neglectus) zijn voortgekomen uit meer of minder complexe kruisingen tussen gewone frambozen en zwarte frambozen. De eerste paarse framboos verscheen omstreeks 1878. De groeiwijze van paarse frambozen zit in principe tussen de beide oudersoorten in, doch van de geïntroduceerde paarse rassen lijkt de groeiwijze het meest op die van de zwarte framboos. Dit betekent dat de nieuwe grondscheuten ontstaan vanuit het hart van de plant en derhalve niet spontaan op diverse plaatsen vanuit de wortels. De scheuten kunnen behoorlijk lang worden en hebben een dieprode tot paarse kleur met meestal ook zo'n opvallende grijze waslaag, afkomstig van de zwarte ouder. De vruchten rijpen in juli gedurende het normale frambozenseizoen en zijn qua structuur vergelijkbaar met die van gewone frambozen, doch hebben een diep donkerrode tot paarse kleur met een dauwlaag. De vruchten hebben ten opzichte van gewone frambozen een sterker aroma. Door de "vreemde" vruchtkleur worden paarse frambozen in Europa nauwelijks commerciëel geteeld en zijn het dus echte liefhebbersplanten die moeilijk verkrijgbaar zijn.

In FruitLent zijn twee rassen van de paarse framboos aanwezig:

'Brandywine': Dit ras werd geselecteerd uit een complexe kruising op het New York State Agricultural Experiment Station, onderdeel van de Cornell University. 'Brandywine' is ontstaan uit een kruising van de donkere paarse framboos 'NY 631' met de gewone rode framboos 'Hilton'. De kruising werd in 1963 gemaakt, vervolgens werden 172 zaailingen beoordeeld, waarvan in 1966 zeven planten werden geselecteerd. Eén van deze planten kreeg de voorlopige kwekersaanduiding 'NY 905' en werd in 1976 geïntroduceerd als 'Brandywine'.
Het ras geeft relatief grote aantrekkelijke vruchten (5-6 gram), rond tot conisch van vorm, purperrood van kleur met middelmatige dauwlaag, stevig, aromatisch van smaak, zeer geschikt voor verwerking. De planten zijn zeer groeikrachtig met gestekelde scheuten. Vatbaar voor Verticillium.

'Glen Coe': Dit ras werd door Derek Jennings (1929-) geselecteerd op het Scottish Crop Research Institute (SCRI) te Invergowrie, nabij Dundee in Schotland. Dit ras, met de aanvankelijke kwekersaanduiding 'SCRI 7751C4', werd omstreeks 1989 geïntroduceerd. 'Glen Coe' is een diploïd ras welke is ontstaan uit een kruising van de gewone rode framboos 'Glen Prosen' met een ongestekelde zwarte framboos. Deze ongestekelde zwarte framboos was overigens ook een vinding van Derek Jennings, die hij ontwikkelde door de stekelloze eigenschap via complexe kruisingen vanuit het oude frambozenras 'Burnetholm' in zwarte frambozen in te kruisen. De door Derek Jennings ontwikkelde stekelloze zwarte framboos is later op andere plaatsen ook nog gebruikt voor de ontwikkeling van nieuwe stekelloze zwarte frambozenrassen.
'Glen Coe' is dus een paarse framboos die als gevolg van de afstamming ongestekelde scheuten heeft. De planten zijn groeikrachtig met lange paarse bedauwde scheuten. Middelgrote paarse vruchten met een opvallende dauwlaag, rond tot conisch van vorm, stevig, aromatisch van smaak. Rijpt wat vroeger dan 'Brandywine'. De planten hebben een gemiddelde tot goede productiviteit en zijn resistent tegen Verticillium, doch gevoelig voor koud voorjaarsweer.

paarse framboos 'Glen Coe'   paarse framboos 'Glen Coe'        
Poolbramen

Dit gewas behoort tot het bramengeslacht en is ook wel bekend als: Noordse braam, Arctische braam, Arctische framboos of Zweedse akkerbes. Ook staan ze wel bekend onder de Duitse naam "Allackerbeeren".

Bij de gecultiveerde poolbraam gaat het om de botanische soort Rubus arcticus subsp. x stellarcticus die in 1980 voor het eerst werd beschreven. Deze gecultiveerde ondersoort is ontstaan uit de kruising van twee natuurlijke ondersoorten van de poolbraam, namelijk: de Zweedse poolbraam (Rubus arcticus subsp. arcticus) en de Amerikaanse poolbraam (Rubus arcticus subsp. stellatus). Deze laatste groeit in het westen van Alaska.

De kruising is in de periode 1953-1978 ontwikkeld door professor Gunny Larsson van de Swedish University of Agricultural Science (Vasterbotten, Zweden). Volgens Larsson heeft de kruising de beste eigenschappen van de beide ouders geërfd en is de kruising bovendien superieur aan de beide ouders. De kruising bloeit uitbundiger en in een kortere periode en de oogst is groter dan bij één van de ouders. De gecultiveerde poolbraam erfde van de Zweedse poolbraam het specifieke aroma van de vruchten en van de Amerikaanse poolbraam de groeikracht en de uniforme rode kleur en de geur van de bloemen.

Poolbramen vormen 10 tot 30 cm hoog groeiende ongestekelde struikjes met sterke drang tot uitlopervorming. De planten groeien derhalve als een bodembedekker. Om overwoekering met onkruid te voorkomen moeten ze op korte afstanden van elkaar worden aangeplant.

Na de fraaie donkerroze bloemen vormt de plant kleine eetbare rode braamachtige vruchten, die in juli afrijpen. De vruchten smaken aangenaam zurig en zijn aromatisch. Ze zijn geschikt voor verse consumptie en voor verwerking. Gerechten waarin poolbramen zijn verwerkt moeten worden gezien als exclusief.

Doordat poolbramen van origine in arctische gebieden groeien, hebben de planten een korte vegetatieperiode. Hierdoor stopt de plant reeds vroeg met groeien en begint daarna geel te worden. Een dergelijke korte vegetatieperiode zien we ook bij andere gewassen die uit arctische gebieden afkomstig zijn, zoals bij de Honingbessen (elders op deze pagina). Door de korte vegetatieperiode is de plant eigenlijk alleen fraai rondom de bloeiperiode. Alhoewel de bloemen van de gecultiveerde poolbraam tweeslachtig zijn, zijn deze niet zelfbestuivend. Daarom is voor de vruchtzetting het aanplanten van minimaal twee verschillende rassen noodzakelijk. Omdat de struikjes laag blijven, is de opbrengst per m² verhoudingsgewijs laag. Het gewas heeft daardoor in Nederland geen commerciële waarde.

Poolbramen zijn wel gebruikt in veredelingsprogramma's voor frambozen, waarbij is getracht het exclusieve poolbramen-aroma in nieuwe frambozenrassen in te kruisen. De aldus ontstane hybride wordt wel aangeduid met de naam nectar-framboos, waarvan 'Heija' (1975) en 'Heisa' (1981) bekende rassen zijn.

In FruitLent zijn in het voorjaar van 2008 in het siertuingedeelte twee verschillende gecultiveerde poolbramen aangeplant naast de aanwezige vijver. Er is gekozen voor twee verschillende rassen in verband met de bestuiving, te weten:

'Linda': Ontwikkeld door professor Gunny Larsson en geïntroduceerd in 1980. Rijpt het eerste en heeft de donkerste en meest aromatische bessen.

'Beata': Ontwikkeld door professor Gunny Larsson en geïntroduceerd in 1982. Geeft een goede oogst van goede bessen.

Alhoewel de 'Linda' en 'Beata' in FruitLent in het voorjaar van 2009 tegelijktijdig bloeiden, werden er desalniettemin geen vruchten gevormd. Ook in de opvolgende jaren werden geen vruchten gevormd. Mogelijk zijn de twee struikjes toch niet van twee verschillende rassen, waardoor de bestuiving te wensen over laat ?
Het heeft er veel van weg dat deze poolbramen in FruitLent vooralsnog moeten worden gezien als een leuke botanische curiositeit, zonder dat deze een werkelijke fruitteeltkundige waarde hebben.
Tijdens de verbouwing van onze tuin (voorjaar 2015), zijn de twee plantjes van de poolbramen gesneuveld, waardoor er op dit moment derhalve geen poolbramen meer in FruitLent aanwezig zijn. Wellicht dat we later weer een keer een nieuwe poging wagen.

poolbramen 'Linda' en 'Beata'   bloeiende poolbraam 'Linda'        
Rozenbottels

Rosa. Nadere informatie volgt nog.

In FruitLent is één plant van het ras 'Pi Ro 3' aanwezig. Deze moet nog op een definitieve plaats worden uitgeplant.
Het ras 'Pi Ro 3' is een hybride van Rosa dumalis x Rosa pendulina var. salaevensis en is rond 1960 specifiek voor de vitamine C productie ontwikkeld op het Institut für Obstbau in Dresden-Pillnitz (Saxen, Oost-Duitsland). Het ras staat ook bekend als 'Pillnitzer Vitaminrose' en is in grotere hoeveelheden aangeplant in Duitsland, het toenmalige Tsjechoslowakije en de toenmalige USSR. Het ras laat zich relatief eenvoudig telen en heeft een zeer hoog gehalte aan mineralen en vitamine C (circa 1.150 mg per 100 g vers vruchtgewicht). 'Pi Ro 3' is daarmee met recht een vitamineroos te noemen. De planten worden 1 à 2 meter hoog en zijn nageoeg ongestekeld. Bloeit in mei met vrij grote lichtroze enkele bloemen. De stevige rozenbottels rijpen vanaf eind augustus - begin september en zijn rood van kleur, circa 3 cm lang bij 1,5 cm dik. Geschikt voor bijvoorbeeld marmelade, thee, likeur of sap. Fraaie heldergele bladverkleuring in de herfst. Geschikt om te kweken als zelfstandige struik of in hagen.

bloem van bottelroos 'Pi Ro 3'   bloem van bottelroos 'Pi Ro 3'      
Rozijnenboom

De rozijnenboom, ook wel Japanse krentenboom of Japanse rozijnenboom genoemd, behoort tot de botanische soort Hovenia dulcis. Deze soort behoort tot de familie der Rhamnaceae (Wegedoornfamilie). Van origine komt de boom uit Azië, vanaf oost-China en Korea tot aan de Himalaya, op hoogtes tot 2.000 meter. De boom is al langere tijd verspreid in Azië, doch kwam pas rond 1820 naar het Westen. Het is hier nog steeds een zeldzame en bijzondere boom.

Het gaat om een bladverliezende boom (of soms grote struik) die als sierboom kan worden toegepast. De bomen hebben een matige groeikracht en dragen gladde hartvormige bladeren. Oudere bomen hebben de neiging om de onderste takken te laten vallen.

In het late voorjaar of vroege zomer verschijnen de welriekende cremewitte bloempjes in bloemschermen. Deze zijn zelfbestuivend. Bij lage temperaturen kan het langer duren voordat de bloemen verschijnen, soms zelfs tot aan het eind van de zomer, met als gevolg dat de "rozijnen" daarna niet rijpen of zelfs in het geheel niet gevormd worden.

Na de bloei zijn het niet de gevormde vruchtjes die gebruikt kunnen worden, doch de opgezwollen bloemstelen. Zodra de bloemstelen opzwellen, vormen deze namelijk kronkelige zachte vlezige takjes van 1,5 tot 3 cm lang, die dus eetbaar zijn. Zodra ze rijp worden (en na vorst) worden ze van buiten bruinachtig van kleur. De binnenzijde is geelachtig van kleur.

Door dit uiterlijk zijn ze in andere talen ook wel bekend als onder de volgende benamingen (na vertaling): "kippenpootjes", "kippenpootjes-peer" of "zwart koraal".

Alhoewel ze er niet heel erg aantrekkelijk uit zien (net als echte rozijnen), smaken ze goed met een zoete smaak die wel wordt vergeleken met die van peer, rozijnen of dadels. Voor een goede eetkwaliteit is het echter van belang dat ze volledig kunnen uitrijpen. Ze rijpen gedurende een langere periode in de late herfst, mits de bloei vroeg genoeg plaatsvond, waardoor er voldoende tijd is om uit te kunnen rijpen. Ze kunnen als rozijnen worden gebruikt (verse consumptie, gebak en konfijten).

Alhoewel deze "rozijnen" niet buitengewoon groot zijn, vormt de boom er wel grote hoeveelheden van. Desalniettemin is oogsten zeer arbeidsintensief, vooral ook omdat de "rozijnen" worden gevormd aan het einde van de takken. Hierdoor moet er dus vanaf de buitenkant van de boom worden geoogst. De zoet smakende opgezwollen bloemstelen kunnen in de late herfst ook de belangstelling van vogels hebben.

De rozijnenboom is weinig vatbaar voor ziekten en plagen. Wel kan deze beschadigd raken door wintervorst. Omdat de boom tot nu toe echter zo weinig voor komt, is nog niet precies bekend tot waar het geschikte teeltgebied precies loopt. Vooralsnog wordt geadviseerd uit te gaan van een warme en beschutte standplaats.

De jonge uitlopende scheuttoppen kunnen in het voorjaar beschadigd raken bij late nachtvorst.

De boom heeft een voorkeur voor goed gedraineerde matig vochtige zand- en zandleemgronden en houdt niet van erg natte gronden.

Er zijn tot op dit moment geen cultivars van de rozijnenboom bekend. Vermeerdering vindt plaats door middel van zaaien en stekken. Door selectie binnen zaailingpopulaties en opvolgende vegetatieve vermeerdering van superieure exemplaren, kan dus waarschijnlijk nog een flinke vooruitgang worden geboekt.

Sinds het voorjaar van 2012 is een rozijnenboom in FruitLent aanwezig. Deze is opgekweekt in een container en is vervolgens op 25 augustus 2013 uitgeplant op de plaats waar de walnotenboom 'Number 16' door het onweer van 28 juli 2013 was geveld. Onze boom heeft nog nooit gebloeid en derhalve nog nooit "rozijnen" gegeven.
De bovenstaande beschrijving is overgenomen van diverse bronnen. Wij betwijfelen of de rozijnenboom in Nederland bloeit en of deze überhaupt in staat is om rijpe "rozijnen" te produceren. Mocht u hier meer informatie over hebben, dan ontvangen wij graag een e-mail.

blad van de rozijnenboom   bladeren van de rozijnenboom   rozijnenboom    


Op 29 juni 2018 bezochten we de botanische tuin in Wageningen. Tot onze verassing bleek daar een bloeiende boom van de rozijnenboom te staan. De boom werd druk bezocht door bestuivende insecten. De twee onderstaande foto's zijn in de botanische tuin van Wageningen gemaakt:

bloeiende rozijnenboom   bloeiende rozijnenboom      
Vlierbes

Sambucus nigra.

Nadere informatie volgt nog.

In FruitLent zijn twee planten van het roodbladige ras 'Eva' (beter bekend onder de merknaam 'Black Lace' ®) aanwezig, welke op 27 februari 2016 op een definitieve plek in het siertuingedeelte van FruitLent zijn uitgeplant.

rode blad van vlierbes 'Eva' ofwel Black Lace®   bloeiwijze van vlierbes 'Eva' ofwel Black Lace®        
Vossenbes

Vossenbes ofwel Rode bosbes. Vaccinium vitis idaea.

Nadere informatie volgt nog.

In FruitLent zijn in het voorjaar van 2014 enkele planten van het ras 'Red Pearl' uitgeplant op zure grond. Ondanks dat we meenden dat deze op geschikte (zure) grond zijn uitgeplant, zijn de planten in de loop van 2014 allemaal dood gegaan, waardoor er nu geen vossenbessen in de collectie van FruitLent meer aanwezig zijn.