© FruitLent

EXCLUSIEVE VRUCHTENTUIN OP DE RAND VAN DE STAD

   >> HOME      >> FRUITGEWASSEN
   
       
  JAPANSE PRUIMEN   © FruitLent
 

 

 

   
  Naamgeving en herkomst

De Japanse pruim behoort tot de soort Prunus salicina (synoniem: Prunus triflora) en moet daarom niet worden verward met de Europese cultuurpruim die de wetenschappelijke naam Prunus domestica draagt. De Japanse pruim wordt ook wel Chinese pruim of Aziatische pruim genoemd.

In tegenstelling tot de Europese cultuurpruim is de herkomst van de Japanse pruim wel bekend; deze komt namelijk van origine uit China. De meest gangbare naam "Japanse pruim" is dus eigenlijk niet helemaal correct; de naam "Chinese pruim" zit immers dichter bij de waarheid. De naam is ontstaan omdat de soort via China in Japan terecht kwam en van daaruit is verspreid naar andere gebieden.

Er is nog een belangrijk verschil met de Europese cultuurpruim: de Japanse pruim is gewoonlijk diploid en heeft dus slechts twee setjes chromosomen (2n = 2x = 16), tegen zes setjes chromosomen bij de Europese cultuurpruim (2n = 6x = 48).

 

   
       
 

Kenmerken en teelt

De Japanse pruim groeit net als de Europese cultuurpruim aan een bladverliezende boom. Ten opzichte van de Europese cultuurpruim zijn de bladeren over het algemeen iets smaller. De bladeren blijven in de herfst langer aan de boom hangen: als de bomen van de Europese cultuurpruim al bijna kaal zijn, zitten de bomen van de Japanse pruim nog vol met bladeren. De bomen groeien gemiddeld genomen krachtiger dan die van de meeste Europese cultuurpruimenrassen. De Japanse pruimenbomen geven een overvloed aan bloesems die meestal iets kleiner zijn en aan een dunner steeltje zitten ten opzichte van de Europese cultuurpruim. De meeste Japanse pruimenrassen zijn niet zelfbestuivend en moeten bestoven worden door een ander geschikt Japanse pruimenras (dus geen Europese cultuurpruim). Net als bij zoete kersen worden de bestuivingsmogelijkheden bij Japanse pruimen genetisch bepaald door het systeem van zogenaamde gametofytische zelfincompatibiliteit (GZI). Hoe dit bij zoete kersen werkt kunt u hieronder lezen.
Lees hier verder over de wetenschappelijke achtergronden over de bestuiving van zoete kersen.

Een ander belangrijk verschil met de Europese cultuurpruim is dat de Japanse pruim al zeer vroeg in het seizoen bloeit en dat de bloesems niet erg aantrekkelijk zijn voor bijen en hommels. In sommige jaren bloeien de bomen zelfs nog iets vroeger dan abrikozen. Met dit vroege bloeitijdstip is meteen de verklaring gegeven waarom Japanse pruimen in Nederland niet commerciëel worden geteeld. De kans op misoogsten vanwege beschadiging door nachtvorst is immers te groot.

De vruchten van de Japanse pruim zijn oorspronkelijk voornamelijk hartvormig, met een spits toelopend uiteinde; het zogenaamde "neusje". Door kruisingen en selectie hebben de meeste moderne rassen inmiddels echter een ronde (of zelfs wat ovale) vorm.

De vruchten zijn over het algemeen groter dan van de Europese cultuurpruimen. Daar komt bij dat de vruchten van de Japanse pruim een bijzonder gunstige steen-vlees verhouding hebben. De steen is derhalve klein ten opzichte van het omliggende vruchtvlees.

Het vruchtvlees is qua textuur veel steviger dan van Europese cultuurpruimen. Sommige Japanse pruimenrassen hebben rood, roze of oranje-achtig gekleurd vruchtvlees. Dit kenmerk komt bij Europese cultuurpruimen niet voor, alle Europese cultuurpruimen hebben namelijk groen tot geel gekleurd vruchtvlees. Weliswaar kan het vruchtvlees van sommige donker gekleurde Europese cultuurpruimen in het volledig rijpe stadium ook wel naar rood verkleuren, doch dit is anders dan bij de roodvlezige Japanse pruimen die dit kenmerk in het onrijpe stadium al hebben.
Gemiddeld genomen is een Japanse pruim wat minder smakelijk dan een Europese cultuurpruim. Binnen beide botanische soorten komt echter veel variatie voor in smaakkenmerken, waardoor dit uitdrukkelijk een gemiddelde is en derhalve niet geldt voor alle rassen binnen beide soorten.

 

 

het blad van Japanse pruimen is gewoonlijk iets smaller dan van Europese cultuurpruimen

de bloemknoppen lopen al heel vroeg in het seizoen uit en lopen daardoor grote kans op bevriezing

 

 

 

 

 

sommige Japanse pruimen hebben rood gekleurd vruchtvlees

       
 

Commerciële aspecten

Naast China wordt de Japanse pruim ook veel geteeld in Korea, Japan, de Verenigde Staten, Australië en Zuid-Europa.

Weliswaar groeit de Japanse pruimenboom ook goed in koelere streken, zoals in Nederland, doch door de zeer vroege bloei worden de bloesems daar doorgaans vernietigd door de nachtvorst. Daardoor worden Japanse pruimen in Nederland niet commercieel geteeld. In Nederland werden in het verleden wel Japanse pruimen onder glas geteeld. Voor deze teelt onder glas was met name het ras 'Golden Japan' bekend. Omdat deze teelt qua kostprijs niet kan concurreren met de geïmporteerde Japanse pruimen, is deze teelt nagenoeg verdwenen.

In gebieden waar geen misoogsten optreden door nachtvorst, geven Japanse pruimen een aanzienlijk hogere opbrengst per hectare dan Europese cultuurpruimen.

Omdat het vruchtvlees (zoals hierboven reeds is aangegeven) nogal stevig is, zijn de vruchten goed houdbaar en geschikt voor transport over grotere afstanden, zeker indien ze niet geheel rijp worden geoogst. Daardoor worden Japanse pruimen zeer regelmatig in de Nederlandse winkelschappen te koop aangeboden. De meeste pruimen die buiten het reguliere pruimenseizoen worden aangeboden betreffen in feite Japanse pruimen. Doordat deze vaak te vroeg zijn geplukt, laat de kwaliteit van deze Japanse pruimen nogal eens te wensen over. Bovendien hebben veredelaars in het verleden bij de ontwikkeling van nieuwe rassen vooral gelet op de teelteigenschappen, het uiterlijk en de houdbaarheid van de vruchten, en zijn de smaakkenmerken van nieuwe rassen daarmee naar de achtergrond verdwenen. Inmiddels zien diverse partijen in de Amerikaanse steenfruitindustrie het belang van een goede smaak weer in.

In de winkel wordt gewoonlijk geen onderscheid gemaakt tussen de vruchten van de gewone pruim (Europese cultuurpruim) en de Japanse pruim, waardoor het voor de gemiddelde consument niet duidelijk zal zijn dat twee geheel verschillende botanische soorten beiden onder de naam "pruim" worden verkocht.

 

   
       
 

Omschrijving collectie FruitLent

In FruitLent is één Japanse pruimenboom aanwezig geweest in laagstam-vorm, welke samen met andere fruitgewassen was geplant in een plantverband van 5,00 x 3,70 meter. De boom was voorzien van druppelbevloeiing met een capaciteit van 4 liter per uur. De Japanse pruimenboom was in FruitLent mede geplant met het oogmerk om als bestuiver te dienen voor de aanwezige Pluots ®. Sinds het voorjaar van 2012 zijn echter geen Japanse pruimen meer in FruitLent aanwezig. Er zijn nog wel Pluots ® in FruitLent aanwezig.

Met de volgende Japanse pruimenrassen is ervaring opgedaan:

Friar

'Friar' is in 1957 gevonden door de heer Dr. John. H. Weinberger (1907-2000) van het Horticultural Crops Research Laboratory in Fresno (Californië) uit een kruising van 'Gaviota' x 'Nubiana'. 'Friar' werd in 1968 geïntroduceerd en is inmiddels in de teeltgebieden van Japanse pruim een belangrijk commerciëel ras geworden.

De vruchten van 'Friar' zijn middelgroot en donkerblauw van kleur. De schil is voorzien van een waslaag, doch de geïmporteerde vruchten die u in de winkel aantreft zijn over het algemeen opgepoetst en zien er daardoor glanzend uit. Het amberkleurige vruchtvlees is tamelijk stevig en heeft een verhoudingsgewijs kleine steen. De vruchten rijpen circa een maand na 'Santa Rosa', in Nederland derhalve omstreeks medio augustus. De vruchten van 'Frair' smaken goed indien ze aan de boom zijn gerijpt. De vruchten die u in de winkel aantreft, zijn vaak te onrijp geoogst en smaken dan op zijn hoogst redelijk.

De bloesems bloeien vroeg en zijn zelfbestuivend, al zal de vruchtzetting verbeteren bij kruisbestuiving (bijvoorbeeld door 'Santa Rosa'). De S-allel combinatie van 'Friar' is ShSk.

'Friar' is in FruitLent niet aanwezig als zelfstandige boom, doch door middel van de chip-budding techniek is in september 2008 een tak van 'Friar' geënt op de aanwezige boom van 'Santa Rosa'. Het doel hiervan is om de bestuiving van de Japanse pruimen en Pluots ® verder te optimaliseren. De eerste vruchten van 'Friar' zijn in 2011 geoogst. Toen de boom van 'Santa Rosa' in het voorjaar van 2012 werd verwijderd, is daarmee automatisch ook de 'Friar' verwijderd.

vrucht van 'Friar'   geoogste vruchten van 'Friar'   vruchtvlees van 'Friar'
Santa Rosa

'Santa Rosa' is een oud Japanse pruimenras welke werd ontwikkeld door de beroemde Amerikaanse botanicus Luther Burbank (1849-1926) te Santa Rosa, Californië. Het ras werd omstreeks 1906 geïntroduceerd. Het ras is geen zuivere Prunus salicina, maar is mede door soortkruisingen tot stand gekomen. Het is slecht gedocumenteerd welke botanische soorten precies aan de wieg van de 'Santa Rosa' hebben gestaan. Met behulp van modern DNA-onderzoek (RAPD-analyse) is getracht om dit alsnog te achterhalen. Uit de analyse kwam naar voren dat de drie soorten Prunus salicina (Japanse pruim), Prunus simonii en Prunus cerasifera (kerspruim) in ieder geval een bijdrage hebben geleverd aan het ontstaan van 'Santa Rosa'. Uit het onderzoek bleek verder dat het onduidelijk is of en in hoeverre Prunus americana (Amerikaanse pruim) ook een bijdrage heeft geleverd. Ondanks dat het ras 'Santa Rosa' eigenlijk dus van meer botanische soorten afstamt, wordt deze toch algemeen tot de Japanse pruimen gerekend.

'Santa Rosa' wordt binnen de groep van Japanse pruimen gezien als één van de meest smakelijke. De vruchten zijn tamelijk groot, roodpaars van kleur en ze hebben stevig amberkleurig vruchtvlees dat naar de pit toe rood verkleurt. Aanbevolen wordt om de vruchten net voor het rijpe stadium te oogsten, omdat ze te sappig en te kwetsbaar worden indien ze volledig rijp worden aan de boom. Op het juiste tijdstip oogsten is daardoor erg belangrijk; dit is de reden waarom 'Santa Rosa' in de teeltgebieden van Japanse pruim terrein heeft moeten prijsgeven aan andere modernere rassen waarvan het precieze oogsttijdstip minder nauwkeurig luistert.

De boom groeit krachtig, bloeit zeer overdadig met relatief kleine bloesems en is zelfbestuivend, al zal de vruchtzetting verbeteren bij kruisbestuiving. De S-allel combinatie van 'Santa Rosa' is ScSe. De vruchten rijpen onder Nederlandse omstandigheden al in juli, derhalve net vóór het normale seizoen van de Europese cultuurpruimen.

De boom in FruitLent is geplant in het voorjaar van 2006. Deze is waarschijnlijk geënt op onderstam 'Pixy', doch dit is niet zeker. De boom droeg in 2007 voor het eerst vruchten. Het gemiddeld vruchtgewicht in het seizoen 2009 bedraagt circa 67 gram (grootste vrucht circa 85 gram).

De vruchten van onze boom rijpen op het verwachte tijdstip en ze hebben ook het verwachte uiterlijk. Echter: tegen de verwachtingen in blijkt dat het vruchtvlees van onze vruchten intens rood is gekleurd. Dit komt niet overeen met de kenmerken zoals deze vanuit de literatuur gelden voor 'Santa Rosa'. Volgens de literatuur zou 'Santa Rosa' immers amberkleurig vruchtvlees moeten hebben dat bij volledige rijpheid hooguit rondom de steen rood kan verkleuren. Bij onze boom hebben de vruchten reeds in het onrijpe stadium volledig rood gekleurd vruchtvlees. Dit kan betekenen dat de boom in FruitLent (ondanks dat alle andere kenmerken wel lijken te kloppen) misschien toch geen 'Santa Rosa' is. Het kan echter ook betekenen dat 'Santa Rosa' in het Nederlandse klimaat of op de grondsoort in FruitLent iets anders reageert (dit vinden wij zelf overigens geen plausibele verklaring). Ook kan het betekenen dat er meer vormen (klonen) van 'Santa Rosa' in omloop zijn die onderling op bepaalde kenmerken verschillen. Omdat 'Santa Rosa' een oud ras is, is het bekend dat er inderdaad verschillende klonen in omloop zijn. Ons is echter niet bekend dat er klonen bij zitten met een afwijkende kleur vruchtvlees. Indien iemand hier meer (betrouwbare) informatie over heeft, vernemen we dat graag (e-mail).
Vooralsnog houden we het er op dat onze boom ofwel toch van een ander ras is, ofwel een kloon van 'Santa Rosa' die op dit punt afwijkt. We hebben inmiddels ook de tip gekregen dat onze boom van het ras 'Satsuma' zou zijn. Zodra we meer duidelijkheid hebben over de juiste identiteit van onze boom, zullen we dat hier uiteraard aanpassen.
In het voorjaar van 2012 is besloten om omze boom uit de collectie te verwijderen. Hiertoe hebben we besloten omdat de eetkwaliteit van de vruchten toch op een wat lager niveau zit dan van gelijktijdig rijpende Europese cultuurpruimen. Bovendien groeien bomen van Japanse pruimen erg sterk.

bloesems van Japanse pruimen 'Santa Rosa' bloesems van Japanse pruimen 'Santa Rosa' vruchten van Japanse pruimen 'Santa Rosa'  
vrucht van 'Santa Rosa'   vruchten van 'Santa Rosa'   vrucht van 'Santa Rosa'
vruchten van 'Santa Rosa'   vruchtvlees van 'Santa Rosa'